Over mij

Dit blog is geschreven door een tuin. Een kleine wilde natuurlijke tuin. In dit blog schrijft die tuin over alles wat hij mee maakt. Ook zul je in dit blog de belevenissen van de eigenaresse van deze tuin aantreffen. Haar naam is Jane. De tuin is haar paradijsje: Jane's paradijsje.

Het doel van dit blog is om kennis over te dragen, ervaringen te delen en iedereen die het leest enthousiast te maken
om ook op een natuurlijke manier met planten en dieren in je tuin om te gaan.

Het paradijsje van Jane: De enige tuin die zijn eigen blog heeft.

zaterdag 27 september 2014

Dier #4: De wesp (Vespidae)

In een wilde tuin zoals ik, vind je veel verschillende soorten insecten. Zoveel verschillende insecten als bij mij, dat vind je niet in elke tuin. Maar wespen, die vind je overal. Zelfs in de tuinen om mij heen. En deze tuinen zijn van eigenaren die alles in hun tuinen vergiftigen, uittrekken, onderdrukken, controleren en dirigeren. Maar hoe ze ook hun best doen om alles te bestrijden, wespen zijn er toch. Ook bij hen. En dat vinden ze niet leuk. Want wespen kunnen behoorlijk vervelend zijn. Tenminste de kolonievormende wespensoorten, want van solitaire wespen heb je weinig last. Sociaal levende wespen, zoals de gewone wesp (Vespula vulgaris) of de Duitse wesp (Vespula germanica) kunnen erg lastig en behoorlijk agressief zijn. Daarom zijn dit dieren waar bijna iedereen een hekel aan heeft.

Mijn eigenaresse Jane natuurlijk niet. Zij houdt van alle dieren dus ook van wespen. Nou ja, van wespen houden? Ze houdt er niet echt van natuurlijk. Want wespen steken en Jane houdt er beslist niet van om gestoken te worden. Dus ze is zelf ook best een bangerik als er een wesp om haar hoofd zoemt en als er een wesp in huis is, dan wordt er van alles aan gedaan om dat beest weer het huis uit te krijgen. Behalve dood meppen dan, want Jane maakt geen dieren dood. Ook geen wespen. Maar gefascineerd in en geïnteresseerd door wespen is Jane wel. Dus wordt er druk rond gespeurd in de tuin op zoek naar wespen. Waar vind je wespen? Hoe leven ze? Wat zijn wespen voor dieren?

Nou dat kan ik je wel vertellen hoor. Wespen zijn vreselijke dieren. Ze komen altijd op jou af en als je weg loopt, komen ze achter je aan. Ze zoemen zo wild om je kop heen, vlak bij je oren, dat iedereen daarvan wel panisch moet worden. Ze willen ook altijd jouw eten hebben en een slokje drinken in de tuin zonder dat er zo'n beest in je glas zit, is ook al onmogelijk. En als ze een kansje, en een onbedekt stukje huid zien, dan steken ze je ook nog, zomaar om niets, en krijg je daarna een grote opgezwollen plek die veel pijn doet. En als je allergisch bent, is het helemaal een ramp. Je kan zelfs doodgaan van een steek van een wesp op de verkeerde plek bijvoorbeeld als er 1 in je keel terecht is gekomen. Nee, het zijn beslist geen lieve diertjes. Die akelige zwart-gele griezels. Niemand wil ze in hun buurt hebben. Er wordt gegild en weggerend, druk naar ze gewapperd of ze worden plat geslagen. En anders hangen er wel wespenvallen waarin de wespen worden gevangen en waarin ze vaak ook nog verdrinken. En lachend wordt dan toegekeken hoe er weer een wesp van de aarde verdwijnt. Maar voordat je voldoende hebt kunnen genieten van weer een wesp minder, moet je alweer wegrennen voor de volgende wesp die je komt lastig vallen. Tja, in de zomer is het niet altijd fijn om in je tuin te zitten met die klierige wespen om je heen.

In de winter zie je die wespen niet meer. Net als jij, vinden de wespen het dan te koud om in de tuin rond te hangen. De meesten zijn in de herfst doodgegaan. Niet alle wespen zijn dood. Er zijn er nog wel een paar die leven, maar die houden een winterslaapje. Het zijn de bevruchte koninginnen en in de lente komen ze tevoorschijn. Maar het zijn er maar een paar, alleen die koninginnen, en ze hebben dan echt geen tijd om jou te komen plagen. Ze hebben het heel druk met het maken van een nest. Hout wordt gekauwd tot het een papiermoesje is geworden en dat wordt stukje bij beetje aan elkaar geplakt. Een prachtig papier-maché bouwwerk wordt er gecreëerd. En dan gaat de koningin eitjes leggen. En vervolgens heeft ze het heel druk met het opvoeden van haar jongen. Gelukkig voor haar duurt dat niet lang, want als haar eerste worp jongen volwassen is geworden, worden ze de werksters en mogen zij hun zusjes verder opvoeden. En zij gaan ook het nest groter en mooier maken. Dus als je in die periode wespen ziet, dan zijn het de werksters die voedsel voor hun zusjes zoeken of ze zijn op zoek naar hout om stukjes uit te knagen om het nest te verfraaien. De koningin gaat verder alleen nog maar nog meer wespenbaby's op de wereld zetten. Nog meer van die krengen die jou tijdens de zomer komen pesten.

Wespenlarven worden voornamelijk gevoed met vlees. Menig insect wordt door de werksters gegrepen, fijngekauwd en aan de jongen gevoerd. Kijk, op dit tijdstip zijn ze dus best wel nuttig, die wespen. Vooral als je niet van insecten houdt, want de wespen ruimen deze mooi voor je op. Maar je moet natuurlijk geen broodje met ham op je tuintafel zetten, want ham is vlees en dat kunnen de wespen prima gebruiken voor hun baby's. Voor je het weet, zit er een wesp druk te zagen op je boterham. Ze zagen namelijk kleine stukjes uit je broodbeleg en brengen dat naar hun nest. Maar voor de rest laten ze ons meestal wel met rust. Ze zijn te druk met de kinderen bezig. Zelf eten ze zoetigheid, maar dat vinden ze in die tijd meestal genoeg. Ten eerste geven de larven een zoete vloeistof af waarvan de wespen kunnen snoepen. Is weer eens wat anders, baby's die hun ouders voeren. Verder halen wespen nectar uit bloemen en als ze de kans krijgen stelen ze honing van de bijen. Ook smullen ze van vruchten. Dus kijk uit in je fruittuin. En als je de luizen in je tuin niet hebt verdelgd, kun je prachtige gevechten zien tussen mieren en wespen die vechten om het zoete goedje dat luizen uitscheidden. Tja, in deze tijd van het jaar zijn het de bijen en mieren die woest om zich heen slaand de strijd tegen de wespen aan moeten gaan en hebben mensen nog niet zo'n last van die lastpakken.

Tenslotte gaat de koningin eieren leggen waaruit mannetjes en andere koninginnen komen. Allebei verlaten deze de zwerm en vervolgens bevruchten de mannetjes de koninginnen. Daarna gaan de mannetjes dood. Hun taak is gedaan en ze zijn verder niet meer nodig. Zij hoeven niet jarenlang voor vrouw en kinderen klaar te staan, zoals jullie mensenmannen dat wel moeten. Ze hebben namelijk geen angel en kunnen dus geen vijanden verjagen of prooien vangen. Je hebt er daarom niets meer aan, dus weg ermee. Omdat mannetjeswespen geen angel hebben, zij alleen de vrouwtjes bevruchten en daarna dood gaan, zijn zij dus ook niet diegene die ons later in de zomer aan het plagen zijn. Nee, dat zijn natuurlijk allemaal vrouwen.

Dit plaatje is van Wikipedia. Een wespenangel met een druppel gif. Angstaanjagend nietwaar?






De vrouwtjeswespen gebruiken hun angel om zichzelf of hun kinderen te beschermen tegen gevaren. Als jij gestoken wordt, ben je in de ogen van die wesp dus een bedreiging. Of ze ziet jou als een prooi, want wespen gebruiken hun angel meestal om hun prooien, de insecten die ze aan hun jongen voeren, te verlammen. Dus misschien worden mensen allemaal als lekkere hapjes gezien. Een lekker stukje vlees om het jonge grut mee te voeren.

En dan komt het laatste deel van de zomer. Eind augustus, begin september. Die periode waarin mensen het meeste last hebben van de wespen en hoe komt dat? Juist op dat moment stopt de koningin met eieren leggen. Ze is er klaar mee. Geen kinderen meer, geen werk meer voor de werksters. Je krijgt dan een zwerm van werklozen. Ze hebben niets meer te doen, dus gaan ze maar een beetje rondhangen. Rondhangen bij jullie in de tuin. Want alle zoetigheid in de natuur begint op te raken, maar jullie hebben heerlijke zoete gerechten op je tuintafel staan. Dat is smullen. En tegen de verveling ook nog een beetje "mensen pesten". Lekker hard rond hoofden zoemen, achter wegrennende figuren aan vliegen en als je een stukje blote huid ziet even heerlijk je angel er in steken. En ondertussen je buikje vullen natuurlijk. Luilekkerland voor wespen! Maar helaas aan alles komt een einde. Dus tenslotte gaan die wespen dan toch allemaal dood. Behalve de bevruchte koninginnen dan, want die gaan op zoek naar een plekje om hun winterslaap te doen. En in de lente begint alles weer opnieuw.


Zijn hier wespen aan het werk geweest?
Hier bij mij kun je dit wespenleven ook goed zien. In het voorjaar was duidelijk te zien dat de stapel houtblokken die in mij ligt, was bezocht door dieren die eraan geknaagd hadden, er lag zaagsel op en rondom. Door wespen die hout nodig hebben voor hun nest misschien? Jane heeft diverse wespen rond dat hout zien vliegen en hen bestudeerd terwijl ze tussen dat hout verdwenen en verschenen. Dus wie weet waren dat de werksters? En aan het begin van de zomer zaten er diverse wespen te zoemen rond de abrikozenboom. Niet omdat er abrikozen aan hingen, maar omdat deze vol zat met luizen. Jane dacht eerst dat de wespen deze luizen aan het opeten waren, maar wellicht waren ze meer geïnteresseerd in het zoete spul dat luizen afgeven? In elk geval waren de wespen opeens weg en de luizen toen ook. Wellicht hebben de wespen deze luizen aan hun kinderen gevoerd?

Verleden jaar hadden de wespen eind augustus/begin september heel veel interesse in het compostvat, want fruit-afval vinden wespen heel lekker. Jane durfde een paar weken niet meer in de buurt van dat vat te komen, want tientallen wespen vlogen er omheen en door de gaten in en uit. Het deksel optillen om er afval in te gooien, zorgde voor een zwerm wespen die je tegemoet kwam vliegen. En Jane vindt wespen interessant, maar wilde niet gestoken worden. Dus het afval werd ergens anders bewaard en pas toen er geen wespen meer waren in het vat gestort. Dit jaar zijn er niet veel wespen bij mij te bekennen. Behalve 1 dan. Zie foto. (Een beetje wazig, maar zij wilde niet stil blijven zitten.)

Wesp zoekt lekkere zoete hapjes in het compostvat.


Verder heeft Jane nog een keer een andere wesp gezien (en op de foto gezet). En deze had heel veel zin in een lekker hapje vijg. En toevallig hing er toen een overrijpe vijg voor haar neus.


Is deze vijg helemaal alleen voor mij?

Jane's speurtocht naar wespen was best leuk (aldus Jane) en geen enkele wesp heeft haar gestoken. Ook niet toen ze met haar neus vlak boven deze wespen hing om er foto's van te maken. Dus misschien zijn wespen enge beesten en kunnen ze je steken, maar als je met liefde en respect met deze beestjes omgaat, niet direct naar ze gaat slaan en woest gaat lopen rond wapperen als er 1 om je heen vliegt, je je eten en drinken een beetje afgedekt houdt (zeker eind augustus/begin september), je harder weg rent dan dat zij kunnen vliegen wanneer ze om je kop zoemen, je wat afstand van ze neemt als ze met meerderen zijn en natuurlijk hun nest niet verstoord, dan valt er best mee te leven en zul je ontdekken dat het eigenlijk hele interessante beestjes zijn.

Dat was het voor deze keer. De volgende keer ga ik het hebben over..........de vijgenboom. Want er hingen toch heel veel vijgen aan, maar Jane heeft er geen 1 kunnen opeten en dat komt allemaal door......? Dat vertel ik je de volgende keer.

(Elke zaterdag om 17.00 uur komt er een artikel online.)

Groetjes van het paradijsje van Jane.


Trouwens, zijn er nog meer mensen die interessante verhalen hebben over de wespen in hun tuin, laat dan even een berichtje achter. Jane is heel benieuwd naar jullie ervaringen met wespen. 


Update recept insecten-ratatouille:
Ik moet mijn excuses aanbieden van Jane (alweer!), want ik heb verleden week een afschuwelijk artikel geplaatst volgens haar. Ten eerste heb ik te horen gekregen dat mensen helemaal niet van dit soort gerechten houden. Dus voortaan moet ik recepten gebruiken die eetbaar zijn voor mensen, aldus Jane. En ten tweede is Jane woest dat ik een recept met vlees heb gebruikt, want ze is vegetarisch en eet nooit dieren en ik mag dan ook geen enkel recept met dieren erin plaatsen van haar. Ze vindt het een schande dat ik mensen aanmoedig om insecten op te gaan eten. Volgens Jane moet ik de mensen juist stimuleren om lief voor dieren te zijn, dus ook voor insecten omdat het zulke prachtige wezentjes zijn. Ze moeten juist die beestjes accepteren en in hun tuinen laten wonen, zegt Jane. Niet gaan vangen, doodmaken en opeten. Dat dit wordt gedaan met varkens, koeien, kippen en andere onschuldige dieren is volgens haar al erg genoeg. Ga maar een recept voor gebakken kat of geroerbakte hond plaatsen, zei ze tegen mij, dat vinden mensen geweldig. Maar ze klonk niet echt alsof ze het meende..............?? Mensen zijn moeilijke wezens! Nou ja, volgende keer zal ik wel een plantaardig recept plaatsen.

zaterdag 20 september 2014

Recept #1: Insecten-ratatouille

Ik ben een tuin. En omdat ik een tuin ben, eet ik ander eten dan jullie mensen. Maar omdat ik toch veel van mensen af weet, en ook weet wat zij eten, heb ik vandaag voor jullie een artikel met een lekker recept gemaakt. Een recept voor mensen dus. Insecten-ratatouille! De eigenaren van de tuinen om mij heen, hebben een hekel aan insecten. De gifspuit wordt zo vaak mogelijk gebruikt. Dat is jammer, want al dat gif is niet goed voor het milieu. Dat weten we nu toch allemaal wel. Toch zijn er nog steeds veel mensen die de insecten in hun tuin niet natuurlijk vinden en deze daarom willen laten verdwijnen. Juist voor deze mensen is dit recept. Dit is dus niet alleen een recept voor een lekkere en leuke maaltijd, maar tevens een milieu-vriendelijke manier om van je insecten af te komen. Doe er je voordeel mee.


Hier komt het recept:
  • Ga op een zonnige droge dag, bij voorkeur in de zomer als er veel insecten zijn, je tuin in en neem een grote pan mee. Vergeet niet het deksel van de pan mee te nemen. Kijk goed rond op je planten en op de aarde. Pak alle insecten die je niet wilt in je tuin op en stop ze in de pan. Spinnen, luizen, mieren, sprinkhanen, torren, kevers wat je maar kwijt wilt. Natuurlijk kun je ook de slakken, rupsen en wormen erbij stoppen. Als je een beetje handig bent met het deksel, kun je ook de vliegende insecten misschien in je pan krijgen... en houden.
  • Als je pan lekker vol zit, ga je naar binnen en maakt een klein kiertje tussen pan en deksel. Daardoor giet je water zodat je insecten lekker schoon worden, want zand of aarde tussen de tanden dat willen we niet, want dat knarst zo. Als de insecten schoon zijn, en je de pan hebt afgegoten, kun je de insecten-ratatouille op de volgende twee manieren opdienen.


A. Je hebt erge trek en wilt direct eten of hebt geen zin om in de keuken te staan:

Pak een vork, zet de pan met insecten op tafel, haal het deksel van de pan en... prikken en happen maar! Je voelt je direct weer een kind, maar dan 1 die dit keer met zijn eten mag spelen. Eten dat alle kanten op springt, kruipt en vliegt. Wat een feest. Vooral leuk om met meerdere personen tegelijk te doen, bijvoorbeeld op een feestdag. De snelste mens zal het meeste te eten hebben, maar doordat sommige insecten zich zullen verstoppen (je kunt wat serviesgoed op tafel zetten waaronder ze kunnen wegkruipen), kunnen de wat langzamere mensen ook nog wel iets te knabbelen vinden. En anders moeten zij maar de slakken nemen. Ouders moeten bij deze maaltijd wat minder streng zijn dan normaal, want soms zul je van je stoel af moeten voor de lekkere hapjes die van tafel afkruipen of wegvliegen. Dus netjes aan tafel blijven zitten totdat iedereen klaar is met eten, is er nu niet bij. Voor de wat oudere mens die niet zo snel meer is en/of de kleine beestjes niet meer zo goed kan zien, kun je beter overgaan naar optie twee.


B. Als je nog niet zo honger hebt en wel kunt wachten tot het eten klaar is, je wat ouder bent en de insecten niet meer te pakken krijgt of niet meer goed kan zien of als je rauw en levend niet zo ziet zitten:
  1. Maak de insecten dood. Hier zijn diverse manieren voor. Je kunt ze bijvoorbeeld plat slaan, maar dan valt er niet zoveel meer klaar te maken en kun je er beter soep van maken. Je kunt ze ook levend in een zakje stoppen en dan in je vriezer leggen. Na een kwartiertje zijn ze dan wel dood. Of je giet er gloeiend heet water overheen. Het krijsen van die zielige wezentjes als ze liggen te spartelen in de kokende vloeistof zul je toch niet horen, want daar zijn je oren toch niet goed genoeg voor. Deksel erop en je ziet er ook niets van. Tja, normaal haal je de dierlijke onderdelen van je maaltijd bij de slager of de visboer en dan liggen ze daar al dood uitgestald, dus daar hoef je niet veel lugubers meer voor te doen. Maar er zijn nog maar weinig winkels waar je al gedode en schoongemaakte insecten kunt kopen. Ze zijn er wel hoor, maar waarschijnlijk is er net geen 1 supermarkt bij jou in de buurt die dat verkoopt. Trouwens, als je ze daar zou kopen dan kom je nog niet van die ellendige insecten in je tuin af. Dus dit keer zul je zelf de slager moeten zijn en je vlees gewoon zelf moeten afslachten.
  2. Als er niets meer kruipt, vliegt of trippelt, kun je de insecten gaan schoonmaken. Kop, poten, vleugels en dergelijke onderdelen kun je eraf halen. Een vergrootglas en pincet kunnen daarbij handig zijn. Je kunt de onderdelen er ook aan laten zitten, smaakt net zo lekker, alleen is de kans dan groter dat er iets tussen je tanden blijft zitten, een pootje of zo.
  3. Nu pak je je koekenpan en doet daar boter of olie in, wat jij het lekkerst vindt. Als de boter/olie heet is, kun je de insecten erin doen. Even roerbakken. Hoeft niet zo lang, want ze zijn zo gaar.
  4. Voor extra smaak kun je nog de volgende zaken toevoegen: een paar teentjes knoflook, wat verse gember, wat kurkuma, gemalen koriander, komijnzaadjes of kerriepoeder.
  5. Eet smakelijk!

(De auteur van dit artikel kan niet aansprakelijk gesteld worden voor de gevolgen van het eten van dit gerecht. Mocht je al tijdenlang gif in je tuin spuiten, is de kans zeer groot dat de insecten die je in je tuin gevangen hebt niet erg gezond zullen zijn. Verder is de hedendaagse Nederlandse mens niet (meer) gewend insecten te eten. Je maag en darmen zouden dus wel eens kunnen gaan protesteren. Verder zullen er best insecten bestaan die misschien gevaarlijk zijn om op te eten. Hoewel er landen zijn waar het normaal is om insecten op te eten en je op het internet ook diverse websites kunt vinden die serieus over het eten van insecten gaan, is dit artikel vooral bedoeld om erom te lachen. Het werkelijk klaarmaken en opeten van mijn gerecht is eigenlijk niet echt de bedoeling en daarom voor eigen risico. Dus moet je de rest van de avond en de hele nacht bij de w.c.pot doorbrengen, of moet je met spoed naar het ziekenhuis gebracht worden, omdat je dit gerecht toch hebt klaargemaakt en opgegeten, kom dan niet klagen bij mij.)

Dat was het voor vandaag. De volgende keer ga ik jullie weer iets vertellen over een dier. Deze keer over de wesp. Wie houdt er nu van wespen? Niemand toch? Behalve Jane dan natuurlijk want zij..........maar dat vertel ik jullie wel de volgende keer.

(Elke zaterdag om 17.00 uur komt er een artikel online.)

Groetjes van het paradijsje van Jane.


Trouwens, ik ben heel erg benieuwd of jullie mijn recept lekker vinden. Het is het 1e recept dat ik op mensen uitprobeer, dus laat alsjeblieft even in een berichtje weten wat je ervan vindt.


Update guldenroede:
Ik heb jullie pas nog verteld wat een prachtige plant die guldenroede is. Een plant die lekker groot wordt en prachtig wild groeit en ook nog heel veel insecten aantrekt. Een plant die door vele wordt gezien als onkruid en die de buren hier bij mij met liefde de nek om zouden draaien als deze in hun tuin de kop op zou steken. Een plant die goed past in een wilde natuurlijke tuin. Een plant dus, die uitermate geschikt is voor mij. Nou, ik ben van gedachten veranderd hoor. IK WIL DIE PLANT NIET MEER! Want wat denk je? Heeft die buurvrouw, je weet wel, degene die mijn klimplanten heeft afgemaakt (zie artikel over kamperfoelie), ook opeens een hele bos guldenroede in haar tuin staan. Het ziet er niet uit. Zo'n prachtige wilde plant tussen haar hortensia's. Geen gezicht. Ze heeft dat ding ook nog netjes gestyled en mooi rond in vorm geknipt. Lijkt helemaal nergens meer op en zeker niet op een wilde natuurlijke plant, wat hij in principe toch is. Nou ik ben er klaar mee hoor. Als zij die plant in haar tuin zet, en hem dan ook nog zo toetakelt, dan wil ik hem niet meer. Ik wil er echt niet uitzien als haar tuin. BAH! Maar het ergste is nog wel dat Jane de guldenroede niet eens uit mij wil weghalen. Zij vindt hem nog steeds mooi, zegt dat hij bij ons zichzelf mag zijn, laat hem lekker wild groeien en is er nog steeds blij mee. Zij wel ja, maar ik niet. Wordt er dan helemaal geen rekening gehouden met mijn gevoelens? Ik ben zeer ongelukkig. Wat een ellende.

zaterdag 13 september 2014

Plant #3: De guldenroede (Solidago)

Een wilde natuurlijke tuin zoals ik, kan niet zonder een bediende, pardon, tuinvrouw. En daarom heb ik Jane. Ze is lief, wil alles voor mij doen en doet altijd erg haar best, wat wil ik nog meer. Maar soms............soms kan ik haar wel achter de klimplanten, pardon, het behang plakken. Zo was er een dag dat Jane opeens besloot dat ik een border nodig had. Een in de zomer bloeiende vaste planten border. Hoe komt ze op dat idee? Ik heb toch helemaal geen border nodig. Een border is voor nette tuinen, toch niet voor een tuin zoals ik. Maar Jane wist het zeker. Ze ging een border in mij maken. De hele winter was ze bezig met haar border. Op papier dan natuurlijk. Ze ging allerlei planten uitzoeken. De kleur van de bloemen, de kleur van de bladeren, de vorm van de bloemen, de vorm van de bladeren, de bloeiwijze van de bloemen, de groeiwijze van de plant.......alles moest bij elkaar passen. Jane knipte plaatjes uit tijdschriften van al deze planten en legde die naast elkaar neer om te zien hoe het er allemaal uit zou komen te zien. En dan moest ze nog beslissen hoeveel planten van elk er samen, in dat piepkleine stukje grond dat Jane ervoor bestemd had, zouden kunnen passen. Ja, het was een enorm karwei. Maar volgens Jane zou het prachtig worden. Hahaha, ik wist wel beter. Een border in een wilde natuurlijke tuin. Te zot voor woorden.

Toen kwam de lente en Jane ging planten kopen. Ze kwam thuis met planten genoeg voor tien tuinen. Nou ja, zo zag het er voor mij tenminste uit. Allemaal planten die prachtig zouden staan in super nette tuinen. En al die plantjes ging ze in dat kleine stukje aarde planten. Het stond er al snel propvol, maar ja, daar houdt Jane van. En in een tuin zoals ik ben, hoort dat ook wel een beetje. Kale aarde, dat past niet bij mij. En al gauw gingen de plantjes groeien en sommigen ook nog bloeien. En toen ontdekte Jane dat er een aantal waren die toch niet de kleur hadden die ze wilde hebben en die moesten er dus weer uit, want dat stond niet in haar blauw/geel/rood/witte border. En dan waren er ook nog planten die niet hielden van de plek waar de border was, want die hielden juist van schaduw of van natte aarde of van zure aarde of van zanderige aarde. En dat was de border zeker niet, want die was zonnig en droog en kalkrijk en kleiig. Dus die moesten ook allemaal weer ergens anders terecht komen. En dan kreeg je weer kale plekken in de border die dus weer opgevuld moesten worden met andere planten, maar dan wel weer met planten die daar pasten. Tjonge, tjonge, tjonge, wat was die Jane toch druk met die border.

En toen was er ondertussen een jaar voorbij en begon eindelijk bij Jane door te dringen, dat een border, zo als zij het wilde, iets was voor nette tuinen en niets was voor mij. Nou, een jaar is nog snel, het had net zo goed wel jaren kunnen duren voordat ze het eindelijk begrepen had. Dus toen kwam ze janken bij mij. Wat ze toch met die border aan moest, want het werd maar steeds niet zoals zij bedacht had. En toen heb ik haar advies gegeven en gelukkig heeft ze naar me geluisterd. Want als zij zo graag een border wil in mij, dan kan dat best, maar dan natuurlijk wel een natuurlijke border. Een border met planten erin die passen bij het stukje grond en bij mij. Met planten die lekker wild groeien en die veel dieren aantrekken. Planten die de buren onmiddellijk zouden uitrukken als ze bij hen in de tuin zouden staan. Planten die onkruid worden genoemd door de meeste mensen, maar die ik inheems noem. Je weet wel, dat soort planten. Dus Jane ging op zoek naar die planten. En toen vond zij de guldenroede. Misschien niet echt een inheemse plant, maar wel een plant die lekker wild kan groeien en zeker veel beesten aantrekt. Een plant die eigenlijk best wel bij mij past. En ze hoefde hem niet eens te kopen. Nee, want ze vond hem bij iemand die een nog wildere natuurlijkere tuin heeft dan Jane. En ze mocht er een paar mee nemen voor mij. En ze ging ze achter in de "border" neerzetten, daar waar ondertussen alweer een kale plek was ontstaan omdat er alweer planten uit verdwenen waren die het niet naar de zin hadden gehad in dat stukje aarde.

Blad van de guldenroede.


Guldenroede in knop.
En die guldenroede ging groeien en groeien. Het is een prachtig plant. Een plant uitermate geschikt om tegen een schutting aan te zetten die kaal is omdat er geen klimplanten tegenaan mogen groeien van je buren. Dus perfect passend tegen een schutting zoals ik die heb. Want jullie weten wel wat er gebeurd is met al die klimplanten tegen mijn schutting (en als je het niet weet, lees dan maar eens het artikel over de kamperfoelie, hier op mijn blog). De guldenroede wordt flink groot. Hij is bij mij anderhalve meter hoog. Dus het grootste deel van de schutting achter deze plant is er al achter verdwenen. Joepie, dat is de oplossing voor ons probleem. Jane is helemaal verrukt. Ze heeft het licht gezien. We gaan onze border lekker helemaal vol zetten met hele hoge planten en zo zal die kale schutting mooi daarachter verdwijnen. De guldenroede heeft onze ogen geopend. En hij is zo mooi.

Bloeiende guldenroede.
In augustus begint hij te bloeien. En met een beetje mazzel, bloeit hij in september ook nog. En heel soms is er ook nog wel een bloempje in oktober te zien. Hij heeft prachtige gele pluimen. Een hoge plant met schitterende gele pluimen. En hij ruikt heel lekker en dat vinden de insecten ook. Want hij zit vol met diertjes. Verschillende soorten hommels, bijen en wespen vliegen er omheen. Allerlei vliegen (sommigen daarvan zijn zelf ook prachtig om te zien), kun je zien zitten op deze plant. Daarnaast zijn vlinders ook dol op deze plant. Ze zitten namelijk vol met nectar. Het is een winterharde overblijvende plant. Een minpuntje is misschien dat hij flink kan woekeren. Maar ach, dan trek je gewoon dat wat teveel is er weer uit, toch? De guldenroede vindt de grond in onze "border" best goed. Ze hebben blijkbaar niet echt behoefte aan natte grond, doen het prima op onze droge grond en ook het feit dat de border zonnig ligt, is blijkbaar geen probleem voor de guldenroede. Verder geeft Jane in het voorjaar wat koemestkorrels of een laagje compost. Hij sterft aan het eind van de herfst boven de grond af, maar Jane laat de stengels met uitgebloeide bloemen gewoon staan want die zijn heel mooi in de winter met een laagje rijp erop. In het voorjaar gewoon bij de grond afknippen en voordat je het weet, loopt hij weer snel uit en gaat weer groeien en groeien.

Guldenroede-pluis

Guldenroede samen met kogeldistel
Een mooie plant dus die guldenroede. Alleen hebben we nu wel een probleempje. Want Jane is nu weer helemaal gek geworden en doet niets anders dan dromen van een border met allemaal schitterende hoge planten die de hele schutting bedekken. Dus nu zit ze weer uren op het internet te zoeken naar inheemse hoge planten die veel insecten aantrekken en die mooi bij elkaar passen. Wat denk je van kogeldistel? Een hoge plant met blauwe bollen, die past heel goed bij guldenroede. (Jane heeft hem ondertussen al gekocht en hij staat inderdaad heel mooi naast de guldenroede. Zie foto.) Of wellicht moeten we koninginnenkruid nemen? Nee, dat is niets want die houdt van nat. Doet het vast niet goed in onze droge border. Misschien dan zonnehoeden, die worden ook hoog en trekken vlinders aan. Maar nee, die passen niet echt in een wilde tuin, toch? Of dan de gele dovenetel. Nee die is 1 jarig. Wat denk je van smeerwortel, zou dat dan iets voor jou zijn...blablabla..........Grrrrr. Mensen, ik zal ze nooit begrijpen.

Dat was het weer voor deze keer. De volgende keer zal ik jullie verblijden met een heerlijk recept. Ik ben ervan overtuigd dat jullie er allemaal van zullen smullen. Eerst neem je.........maar nee, dat vertel ik jullie pas de volgende keer.

(Elke zaterdag om 17.00 uur komt er een artikel online.)

Groetjes van het paradijsje van Jane.


Trouwens, hebben jullie nog ideeën voor hoge inheemse planten die veel dieren aantrekken, schrijf dan even een berichtje, want hoe sneller Jane besloten heeft welke planten ze in de "border" gaat zetten, hoe sneller ik weer rust heb.


Update vlinder:
Verleden week heb ik jullie geschreven over de vlinders die mijn grote zus, de voortuin, volgens mij van me heeft afgepikt. Nou, ik heb contact met mijn zus gehad, ik wilde haar er al flink van langs geven, maar zij vertelde mij dat haar vlinderstruik natuurlijk altijd wel vlinders aantrekt en in de zomer vol zit met vlinders, maar dat ze afgelopen maand ook veel minder vlinders heeft gehad dan het jaar ervoor. Ze heeft echt niet mijn vlinders afgepikt. Zij heeft juist ook weinig vlinders dit jaar. Dus blijkbaar is er een andere reden dat ik dit jaar zo weinig vlinders heb gehad. Maar wat is die reden dan? Het was toch warm en daar houden vlinders toch van? Misschien was het te droog? Of kwam het omdat door de warme lente de planten eerder gingen bloeien en ze ook weer eerder uitgebloeid waren? Wie het weet, mag het zeggen, want ik weet het niet. De natuur laat ons altijd weer achter met vraagtekens. Prachtig die natuur. Ik ben blij dat ik er vol mee sta.

zaterdag 6 september 2014

Dier #3: De vlinder (Lepidoptera)

Hierbij het tweede artikel van deze week. Het 2e artikel? Ja, inderdaad. Jullie zijn natuurlijk gewend om maar met 1 artikel per week verwend te worden. Elke zaterdag. Maar ja, deze keer moest ik wel twee artikelen plaatsen. Ik ben namelijk genomineerd. En daarom moest ik ook andere bloggers nomineren. Dus gisteren heb ik daarover een artikel geplaatst. (Zie het artikel: Een artikeltje er even tussendoor.) Dus als je dit leest, kijk dan even naar dit artikel, want misschien ben jij wel degene die ik genoemd heb. En krijg je straks van iemand anders, die het wel gelezen heeft, te horen: "Weet je het al? Je bent genomineerd door die rare tuin, je weet wel dat paradijsje van Jane." En ik wil liever dat je het van mij hoort, anders ga je nog denken dat ik een roddelaar ben. Stiekem achter je rug over je praten, dat kan natuurlijk niet. Al is het wel positief hoor. Want alle bloggers heb ik genomineerd omdat ik hun blogs erg leuk vindt. Maar goed, nu over naar mijn oorspronkelijke artikel en dat gaat over................de vlinder.

In een natuurlijke tuin, zoals ik ben, horen natuurlijk vlinders thuis. En ik weet zeker dat alle mensen die dit lezen van vlinders houden. Iedereen houdt toch van vlinders? Zelfs de eigenaren van de tuinen om mij heen,  en jullie weten ondertussen wel hoe die met hun tuinen en met de bewoners in die tuinen omgaan, houden allemaal van vlinders. Echt waar! Echt waar? Nou ja..........soms ga je toch twijfelen of ze vlinders wel zo leuk vinden. Want als ze echt van vlinders zouden houden, waarom maken ze dan de baby's van die vlinders dood? Waarom maken mensen de baby's van vlinders dood als ze allemaal zo van vlinders houden? Daar loop ik nu al tijdenlang over na te denken. Ja, ik weet wel dat rupsen je planten opeten, maar zonder rupsen geen vlinders. En rupsen worden ook nog eens gegeten door vogels. Meesjes zijn er verzot op en voeren ze ook aan hun jongen. Dus als je vogels in je tuin wilt, moet je ook die rupsen laten zitten. Gelukkig heb ik een eigenaresse die niet alleen van vlinders, maar ook van de baby's van vlinders houdt. Jane doet er van alles aan om de vlinders het bij mij naar de zin te maken, maar ook hun baby's, de rupsen, worden hier flink verwend. En dat alles is hier verleden jaar in het voorjaar begonnen.

Jane is eerst uren aan het lezen geweest in boeken en op het internet. Toen ze heel veel informatie tot zich had genomen, is ze aan de slag gegaan om mij aantrekkelijk te maken voor vlinders. Vlinders houden van beschutting en van afwisseling, maar daar hoefde Jane niets voor aan mij te veranderen, want dat is er bij mij genoeg. Verder houden vlinders van warmte. Omdat ik op het zuiden lig, ben ik uitermate geschikt voor vlinders. Ik ben erg warm. Op mijn warmste plekje, daar waar bijna de hele dag de zon schijnt, heeft Jane een vlindertuin aangelegd. Ze heeft daar het terras vol gezet met manden met planten erin die erom bekend staan dat ze vlinders aantrekken omdat het allemaal nectar bevattende planten zijn. Behalve beschutting, afwisseling en warmte hebben vlinders namelijk  nectar nodig en dat halen ze dus uit planten.

De vlindertuin.
Jane heeft tien planten geplant in de vlindertuin. Er staan vijf manden met in elke mand twee planten. Een sedum en een beemdkroon. Een herfstaster en een lavendel. Een zonnehoed en een vrouwenmantel. Een perzische kruisjesplant en een vaste muurbloem. Een ooievaarsbek en (heel belangrijk) een vlinderstruik. Die laatste wordt normaal gesproken heel groot en past dus niet in een kleine tuin zoals ik ben en al helemaal niet in een mand. Maar Jane heeft een klein blijvende vlinderstruik gevonden. De planten zijn allemaal op kleur uitgezocht. Verder bloeien ze van maart tot oktober. Dus een lange tijd nectar aanwezig voor de vlinders. Het ziet er allemaal prachtig uit.

Zo, dacht Jane, laat de vlinders nu maar komen. En ja hoor, ze kwamen in grote aantallen en Jane was urenlang de vlinders aan het bestuderen. Wat genoot zij van die prachtige beestjes. Als het regende, was Jane urenlang op het internet bezig om nog meer over vlinders te leren en natuurlijk om haar foto's te vergelijken met allerlei plaatjes om te zien welke vlinders er allemaal bij ons kwamen.

Dagpauwoog
Koolwitje








 
Atalanta

(Onderstaande links verwijzen je naar 2 websites waar Jane heel veel aan heeft gehad.)
 vlindernet  Als je wilt weten welke vlinder of rups je hebt gezien.
vlinderstichting  Als je meer over vlinders wilt leren.

Wolken met vlinders vlogen bij ons rond. En ze kwamen niet alleen in de vlindertuin, want Jane had ondertussen nog meer nectar bevattende planten bij mij in de vaste planten border geplant. Verder ontdekten we dat kruiden (als je ze in bloei laat komen) ook enorme aantallen vlinders aantrekt. Vooral de marjolein en de  dropplant zaten vol met vlinders. En ze voelden zich zo enorm thuis bij ons, dat ze ook nog eitjes gingen leggen. Als eerste zaten opeens de koolrabi's vol met rupsen. Binnen een mum van tijd waren die kaalgevreten. Maar je weet het ondertussen al, bij Jane is elk dier welkom. Dus die liet het maar gebeuren. Geen koolrabi's voor Jane en haar dochter dus, want die waren allemaal opgegeten. Die rare Jane ging zelfs een mand vol met koolrabi's zaaien speciaal voor die vlinders. En ook nog een brandnetel aan iemand vragen die ze in de tuin had staan. Bij mij groeien ze namelijk niet. En die brandnetel ging Jane in een mand zetten bij de vlindertuin, want veel vlinders leggen eitjes op brandnetels. Wat was die Jane weer fanatiek bezig.

Rupsen van klein koolwitje (groen) en groot koolwitje (geel/zwart) op een blad van de koolrabi.
Rups in de fruittuin
Een boel rupsen gezellig bij elkaar.
Veel rupsen kruipend over elkaar heen.









Is dit een rups van een vlinder of wat anders? Geen idee!


Pop van een vlinder, denk ik?
De tuin zat vol met rupsen en opeens vond Jane ook overal de poppen van die vlinders. En nu zat ze urenlang haar foto's met rupsen te vergelijken op het internet. (Dochter wil ondertussen wel eens eten, maar moeder is te druk met haar vlinders en rupsen bezig om te gaan koken, je kent dat wel.) Verder bleken er ook nachtvlinders en microvlinders te bestaan. En ook deze kwamen bij ons veelvuldig voor. Jane had de tijd van haar leven met haar vlinder- en rupsen onderzoek. Maar er zijn zoveel vlinders en rupsen, dat Jane nu nog steeds niet alle namen van haar gevonden vlinders en rupsen weet. Vooral rupsen zijn moeilijk te determineren. En toen werd het herfst. En Jane ging gauw een vlinderkastje ophangen zodat de vlinders bij mij ook de winter konden doorbrengen. Tenminste, degene die hier blijven en niet wegtrekken naar warme landen dan natuurlijk.

Zomervlinder (een nachtvlinder).
Microvlindertje
Microvlindertje








Gamma-uiltje (nachtvlinder die overdag vliegt).

En nu is het weer zomer, maar wat is er met de vlinders gebeurd? Dezelfde planten van verleden jaar staan nog steeds in de tuin. Het is nog steeds warm bij mij. Maar er zijn dit jaar niet erg veel vlinders. Natuurlijk de dropplant heeft de winter niet overleefd en de koolrabi's die Jane dit jaar speciaal voor de rupsen had gezaaid zijn voordat de vlinders eitjes konden leggen al door de slakken opgegeten. Verder is de brandnetel soep geworden. En het grootste deel van de planten in de vlindertuin is dit jaar vroeg gaan bloeien en is daarom al weer vroeg uitgebloeid. Maar er zouden toch afgelopen maand vele vlinders bij mij langs moeten zijn gekomen. Er komen natuurlijk wel vlinders langs, maar lang niet zoveel als verleden jaar. Wat is er toch aan de hand? Ik maar piekeren en piekeren.

Maar opeens heb ik gezien waar alle vlinders zijn gebleven. Want toen de tuindeur open stond, heb ik een blik naar de voorkant kunnen werpen en wat zag ik daar in mijn grote zus, de voortuin? Een enorme vlinderstruik met vele prachtige witte bloemen. En deze bloemen zitten vol met vlinders. Mijn zus heeft de vlinders van me afgepikt! En nu heb ik Jane ook nog horen praten over een wilde bloementuin, die wil ze maken in de voortuin, in mijn grote zus dus. Dan zullen er ongetwijfeld nog meer vlinders bij haar komen. Waarom heb ik dat niet? Boehoehoehoe, ik ben heel ongelukkig. Jane houdt niet meer van mij. Nu heeft Jane mij beloofd dat ze de volgende zomer een vlindervoerschaal bij mij gaat ophangen. Tja, heeft dat wel zin? Als mijn zus helemaal vol staat met planten waar vlinders op af komen, hebben ze dan nog wel interesse voor een vlindervoerschaal bij mij? We zullen het gaan zien, ik ben erg benieuwd. Misschien kan ik nog een paar vlinders van mijn zus terug pikken. Zij hoeft ze niet allemaal te hebben hoor. Ik mag er toch ook wel een paar? Nou ja, ik heb padden en die heeft zij niet. Lekker puh!

Dat was het artikel van deze week. De volgende week ga ik het weer hebben over een plant. Dit keer over de guldenroede, een prachtige plant waar heel veel..................maar dat, vertel ik je de volgende keer.

(Elke zaterdag om 17.00 uur komt er een artikel online.)

Groetjes van het paradijsje van Jane.


Trouwens, mocht er iemand zijn die ook de rupsen gewoon in zijn tuin laat zitten en er ook van geniet, stuur dan alsjeblieft een berichtje, want Jane is er van overtuigd dat ze de enige zot is die verzot is op rupsen. Ze zal het vast fijn vinden te weten dat er nog meer mensen rondlopen die de baby's van vlinders laten leven. Alvast bedankt voor je berichtje.


Update test welke tuin past bij jou:
Ik moet van Jane mijn excuses bij jullie aanbieden, want ik heb verleden week een leugentje verteld. Ik ben eigenlijk helemaal niet afgestudeerd in de menskunde. Ik was een beetje aan het opscheppen. Ik ben namelijk nog aan het studeren. En geloof me, mensen zijn rare wezens, daar valt veel over te leren, dus ik ben nog lang niet klaar met mijn studie. Maar door testen af te nemen bij mensen, leer ik heel veel over hun gedrag, dus wie weet komt er nog wel een keer een test van mij online.

vrijdag 5 september 2014

De Sunshine Blogger Award

Dit keer een artikel tussen de normale wekelijkse artikelen door, want ik ben genomineerd. Genomineerd voor de sunshine blogger award. Geen idee wat dat nu weer inhoudt. Ik ben tenslotte een beginnende blogger, heb pas zeven artikelen geschreven, dan ken je de perikelen van een blogger nog niet. Gelukkig is er Google en even rondneuzen op het internet heeft me iets wijzer gemaakt. Het schijnt een echte rage te zijn. Mensen nomineren via bijvoorbeeld je blog of via facebook. Het zijn een soort uitdagingen. Ze proberen je dingen te laten doen. Het worden ook wel tags genoemd. Vaak zijn het vragenlijstjes die rouleren op blogs, waarbij je andere bloggers kunt uitnodigen om de vragen ook te beantwoorden. Je leert andere bloggers kennen en het is goed voor je SEO (las ik op internet). Joost mag weten wat dat laatste betekent, ik heb geen idee, net als het woord TAG, dat zegt me ook niets, maar ja, ik ben ook maar een simpele tuin.

Normaal gesproken zou ik nooit mee doen aan zoiets. Kom zeg, ik heb wel wat anders te doen. Dit is voor mensen, niet voor tuinen, en waarschijnlijk ook nog voor jonge mensen. Ik denk dat de volwassen mens niet mee doet aan zulke nonsens. Toch? Of wel? Nou ja, in elk geval heb ik een probleem, want ik ben genomineerd door de dochter van Jane. En tja, weet je, die is wel belangrijk voor mij. Ik zie haar tenslotte elke dag. Als een vrolijk zonnetje komt ze regelmatig door mij heen huppelen, vrolijk liedjes zingend. Ik heb haar nog als klein meisje gekend met vlechtjes in haar haar en schoenmaatje 28. Ach, zo'n lief ding kan je toch niet teleurstellen. Ze zal vast verdrietig zijn als ik niet mee doe met haar nominatie-gebeuren. En als ik het kind teleurstel, dan word de moeder boos en een boze Jane is het laatste wat ik wil, want als die boos is, berg je dan maar. Dus wat doe je dan als fatsoenlijke tuin? Juist, mee doen dus.

Wat is de bedoeling? Nou, hieronder staan de spelregels. In het Engels ook nog. Heb je al eerder een tuin meegemaakt die buitenlandse talen kent? Wat ik allemaal niet moet leren sinds ik een blog begonnen ben..................



Puntje 1: Het logo plaatsen. 
Dat is makkelijk. Zo gedaan. Alweer klaar.


Puntje 2: Je dankbaarheid tonen aan degene die je genomineerd heeft.
Dankjewel prinsesje. Ik ben zeer vereerd dat ik door jou genomineerd ben. Wat een eer. Dat ik dit als eenvoudige tuin nog mag mee maken. Duizend maal dank. Dank je, dank je, dank je. (Lijkt me wel voldoende.)

Puntje 3: Zeven feiten over jezelf vertellen.
Oeps, dat wordt nog moeilijk. Moet ik al mijn geheimen prijs geven? Nou, vooruit dan maar. Hier komen 7 feiten over mij. Maar niet schrikken hoor, want als tuin maak je veel lugubere dingen mee.
  • Ik ben bang in het donker, dus voor mij mag elke nacht de maan schijnen.
  • Ik vind het fijn als het regent, want dan hoor ik al mijn plantjes juichen van plezier.
  • Ik lig vol met poep (van vogels, muizen, insecten, slakken, wormen) en dat vind ik heerlijk.
  • Er wordt regelmatig door mijn schutting heen gegluurd (van buiten naar binnen) en dan steek ik lekker mijn tong uit. (Mijn middelvinger opsteken mag niet van Jane.)
  • Ik kijk regelmatig toe hoe allerlei wezentjes bij mij de liefde bedrijven en ik maak veel bevallingen mee.
  • Dode rottende wezens (planten, dieren, mensen, dat maakt mij niet uit) zijn een lekker hapje voor mij.
  • Ik heb al ontelbare moorden gezien (wat is de natuur toch wreed) en ik lig vol met lijken
Puntje 4: 15 bloggers die je bewondert nomineren. 
Aj, ik ben een beginnende blogger en ken nog geen andere bloggers. Wat moet ik doen? Tja, toevallig ben ik erg nieuwsgierig en ben daarom al veel aan het rondsnuffelen geweest op het internet en heb al diverse blogs ontdekt die ik heel leuk vind. Maar dat zijn natuurlijk blogs geschreven door allemaal normale volwassen mensen. Geen vreemde figuren zoals Jane. Of tieners zoals haar dochter. Dus of deze personen het wel zo leuk vinden als ze genomineerd worden? Ben bang van niet. Hoewel het natuurlijk wel leuk zou zijn als deze mensen eens 7 dingen over zichzelf zouden vertellen. Ja, dat zou best nog wel eens interessant kunnen zijn voor al hun lezers. En ze zullen het mij vast niet kwalijk nemen, want ik ben tenslotte maar een eenvoudige tuin. Een simpele ziel, die nog veel over mensen leren moet. Dus sorry dat ik jullie hiermee lastig val, maar hier komen de bloggers die ik nomineer: (het zijn er alleen maar tien, dus geen 15, maar meer blogs heb ik nog niet kunnen vinden.)
  1. Muggenbeet
  2. De boon in de tuin
  3. Spinrag
  4. Stadsmeisje op het platteland
  5. Tuin in de stad
  6. Ecotuinweetjes
  7. Twaait
  8. de Fruitberg
  9. Alpenwei 
  10. Heen en terug naar de Ardeche 
Puntje 5: Vertel deze bloggers dat ze zijn genomineerd.
Ja, ik weet dat hier bedoelt wordt dat je naar hun blog gaat en ze daar gaat zeggen dat ze genomineerd zijn. Maar kom, ik ben wel gek maar niet zo gek dat ik hen ga lastig vallen op hun blogs. Ik weet misschien nog niet veel van mensen, maar genoeg om te weten waar de grens ligt. Dus hierbij aan alle bovenstaande bloggers. Mochten jullie toevallig op mijn blog komen en dit lezen. Jullie zijn genomineerd.

En nu vind ik dat ik heb voldaan aan alle wensen van het kleine meisje, ik ben een brave tuin geweest, dus Jane en haar dochter kunnen trots op mij zijn. Nog even wat reclame maken voor mijzelf. Morgen komt er weer een artikel online. Over vlinders, prachtige wezentjes. Dus, allemaal morgen op mijn blog komen om mijn artikel te lezen. Tot morgen.

zaterdag 30 augustus 2014

Test #1: Welke tuin past bij jou?

Ik ben een tuin. Maar niet zomaar een tuin. Ik ben heel bijzonder. Maar dat heb ik jullie al eerder verteld. Wat ik nog niet verteld heb, is dat ik een slimme tuin ben, want ik heb een studie gedaan in de menskunde. Mijn eigenaresse Jane en haar dochter heb ik langdurig bestudeerd en ook heb ik stiekem tussen de planken van de schutting door naar de eigenaren gekeken van mijn collega-tuinen. Tenslotte ben ik afgestudeerd en nu ben ik de enige tuin die een expert is op het gebied van de mens. En daarom ben ik bevoegd om testen bij mensen af te nemen. En vandaag ga ik jullie een test laten doen waarmee mensen kunnen ontdekken welke tuin bij je past. Veel plezier met de test.

De vragen:

1. Je hebt een dag vrij en hebt besloten dat je deze dag in je tuin gaat doorbrengen. Wat doe je?
A. Je boent alle tegels, trekt elk onkruidje dat je kunt vinden uit de grond, maait het gras en knipt elk grassprietje dat nog te lang is weg met een schaartje, haalt alle blaadjes die er niet goed meer uit zien uit je planten en pakt elk takje, blaadje of ander plantonderdeel wat er op de aarde ligt van de grond. Aan het eind van de dag ziet je tuin er weer super netjes uit (hoewel je eigenlijk geen verschil met de vorige dag kunt zien, want toen heb je ook alle bovenstaande dingen gedaan en de dag daarvoor ook. Eerlijk gezegd, doe je alle bovenstaande dingen elke dag. Tja, de buren mogen niet denken dat je je tuin verwaarloost natuurlijk.)
B. Je springt in je zwembad en zwemt wat baantjes, daarna ga je een partijtje tennissen op je tennisbaan en als laatste ga je liggen zonnen op je zonneterras. Aan het eind van de dag ga je nog lekker barbecueën.
C. Je gaat naar een tuincentrum waar je heel veel planten koopt. Er zijn ook zoveel mooie planten. Bij thuiskomst besef je dat je niet precies weet wat de behoeftes zijn van de planten die je gekocht hebt zodat je ook niet goed weet waar je welke plant moet neerzetten. Dus je plant ze zomaar ergens en hoopt er het beste van. Aan het eind van de dag ben je eigenlijk niet echt tevreden met het resultaat.
D. Je pakt je vergrootglas en fototoestel en gaat je tuin in om daar uren rond te brengen met je te verwonderen over alles wat je daar ziet. Je ziet kikkers springen rond je vijver, allerlei vlinders rondvliegen in je tuin, hoe mooi de nerven in een blad van een struik zijn, hoe schitterend een besje kan glimmen, je luistert met plezier naar het vogelgekwetter van alle vogels die ondertussen je tuin bezoeken en snuift de geur op van diverse bloeiende planten. Aan het eind van de dag voel je je compleet ontspannen en gelukkig.

2. Je zit in je tuin. Opeens landt er een merel op je terras. Wat doe je?
A. Je gooit een steen naar zijn kop, want je wilt geen vogels in je nette tuin. Vogels poepen de hele boel onder, zingen je 's ochtends vroeg al wakker, eten de bessen uit je struiken en maken rommel als ze op zoek gaan in je netjes opgeruimde border. Dat wil je allemaal niet, dus weg met die vogels.
B. Je gooit een korst brood voor zijn neus. Vogels zijn best leuk. Daarna concentreer je je weer op je smartphone.
C. Je bent blij dat er een vogel in je tuin wilt komen. Je gaat direct naar een winkel en koopt een voerhuisje dat je kunt ophangen, een vogelbadje en een nestkastje. Misschien blijft hij nu in je tuin.
D. Je kijkt naar de vogel en ziet hoe hij de bessen uit je struik eet, een bad in je vijver neemt, wormen uit je border haalt en opeet en een zonnebad neemt. Tenslotte komt hij nog naast je op je tuinbankje zitten om de druifjes die je voor hem klaargemaakt hebt van het schoteltje te halen.

3. Je loopt op een zomeravond je tuin in en je ziet uit je ooghoeken iets bewegen op de grond. Je kijkt wat het is en het blijkt een pad te zijn. Wat doe je?
A. Je gilt de hele buurt bij elkaar en rent krijsend je huis in. Je haat padden. Dat zijn enge vieze beesten.
B. Je trekt handschoenen aan en pakt de pad op en brengt hem je tuin uit. Padden hebben niets te zoeken in je tuin.
C. Je pakt de pad op en brengt hem naar je vijver. Daar doe je hem in het water. Padden horen in de vijver. Toch? Of niet?
D. Je kijkt geboeid toe hoe hij rond kruipt in je tuin, een slakje opeet, bestudeert hem uitgebreid tot je verbaasd ontdekt dat je de tijd vergeten bent en het ondertussen al helemaal donker is geworden.

4. Op een dag kom je in je tuin en ontdekt dat er luizen zitten in je favoriete plant. Wat doe je?
A. Je pakt onmiddellijk de gifspuit. Weg met dat ongedierte!
B. Je rukt de plant uit de grond. Je houdt toch niet zo van planten in je tuin.
C. Je spuit afwasmiddel over de luizen, want je hebt ooit eens gehoord dat luizen daar niet van houden. Nu maar hopen dat die informatie klopt. Kunnen planten eigenlijk wel tegen afwasmiddel?
D. Je laat ze lekker zitten en geniet van de miertjes die de luizen melken en de musjes die de luizen opeten.

5. Je ziet in je tuin een paar brandnetels staan. Wat doe je?
A. Je bent compleet overstuur. Brandnetels in jouw tuin! Wat een ramp! Je haalt er meteen een tuin-expert bij, want dit kan niet.
B. Je stampt ze plat en rukt ze uit de grond. Weg met die planten. Verbaasd kijk je vervolgens naar je handen die opeens pijn doen. Auw, dat weet je ook weer. Brandnetels doen pijn.
C. Je trekt tuinhandschoenen aan en haalt de brandnetels uit de tuin. Je vraagt je af wat je verkeerd doet in je tuin omdat er nu opeens brandnetels staan. Misschien moet je iets met de aarde doen om te zorgen dat er geen brandnetels meer willen groeien. Wellicht kalk strooien of zo?
D. Lekker laten staan tot ze groot genoeg zijn. Dan kun je ze oogsten en er lekkere brandnetelsoep van maken. Jammie!

6. Er kruipen slakken in je tuin rond en die eten je planten op. Wat doe je?
A. Slakken kruipen niet in jouw tuin rond, want je strooit slakkengif, dus alle slakken zijn dood.
B. Je stampt ze plat en glijdt vervolgens uit door het slakkenslijm aan je schoenen.
C. Je gaat een slakkenval maken. Had je niet ergens gelezen dat dit met alcohol moest? Was het nu wijn of bier?
D. Tussen je planten heb je bepaalde inheemse planten (zeg maar onkruid) laten groeien waar slakken van houden, dus zij mogen dat best opeten. Hoef je zelf dat onkruid niet uit de grond te trekken. Planten die opgegeten worden door slakken heb je bewust niet in je tuin geplant. Verder vind je slakken in je tuin wel fijn, eigenlijk zijn ze heel mooi en ze zijn ook nog voer voor je padden.

7. Je ziet een plant in jouw tuin die helemaal slap hangt. Wat doe je?
A. In paniek een tuinman bellen. Daar moet snel iets aan gedaan worden. Stel je voor dat de buren het zien, dan denken ze straks nog dat je je tuin niet verzorgt.
B. Direct uit de grond rukken. Wat moet je er anders mee.
C. Mest geven. Die arme plant heeft waarschijnlijk honger.
D. Water geven. De plant heeft gewoon dorst. Wat water erop en het probleem is opgelost.

8. Wat is jouw mening over insecten?
A. Vieze enge beesten die je direct moet bestrijden als ze in je tuin komen.
B. Vlinders zijn wel leuk, maar verder houd je niet van insecten.
C. Wel interessant, maar je weet er niet veel vanaf.
D. Prachtige beestjes, je kan er wel uren naar kijken.

9. Zijn wormen welkom in jouw tuin?
A. Natuurlijk niet. Geen enkel dier hoort in mijn tuin en zeker niet die glibberige wormen.
B. Nee, dat hoeft niet voor jou. Als je gaat vissen haal je wel wormen in de dierenwinkel.
C. Ja, want vogels eten wormen en je wilt graag vogels in je tuin.
D. Natuurlijk zijn wormen welkom. Ze zijn goed voor de planten want ze beluchten de bodem, vogels eten wormen op en je vindt wormen leuke beestjes.

10. Hoe zie jij je struiken het liefst?
A. Prachtig gesnoeid in een bolvorm of zo.
B. Ik kijk nooit naar struiken.
C. Weet ik eigenlijk niet. Moet je stuiken niet af en toe snoeien of zo? Maar wanneer?
D. Zo natuurlijk mogelijk. Laat ze maar lekker groeien zoals ze willen. Alleen als ze elkaar overwoekeren snoei jij ze.


De antwoorden:

Tel alle A's, B's, C's, en D's bij elkaar op. En kijk hieronder voor de uitslag.


De uitslag:

Je hebt het meeste A ingevuld:
Ik begrijp niet goed waarom je deze test hebt gedaan, want jij weet allang welke tuin bij jou past. Een perfect gestyled, opgeruimde, schone en nette tuin waarin alle planten er precies zo uit zien als jij wilt, er geen enkel onkruid te zien is, de aarde om de planten mooi zwart en leeg is en er geen dier te zien is. En zo'n tuin heb je dan ook. Helemaal niets mis mee, als dat is wat je wilt. Geniet van je tuin. Misschien kun je eens nadenken over een verhuizing naar de straat waarin Jane woont, want Jane's buren zouden dolgelukkig zijn als jij hier zou komen wonen. Je bent precies zoals zij. Ik kan je maar 1 advies geven en dat is: Stop met het lezen van mijn blog, want dat moet een echte kwelling voor jou zijn, want een tuin zoals ik ben, is voor jou een afgrijselijke nachtmerrie. Je zult op dit blog niets vinden wat je leuk of interessant vindt. Dus wees lief voor jezelf, klik mij weg en kom nooit meer terug.

Je hebt het meeste B ingevuld:
Waarschijnlijk weet je al wel, dat tuinieren niets is voor jou. Je hebt geen belangstelling voor planten of dieren. Maakt helemaal niet uit. Er zijn zoveel andere zaken in de wereld waar je ook van kan genieten. Geniet daar maar van. Je kunt je tuin het beste zo eenvoudig mogelijk inrichten. Bijvoorbeeld met een zwembad of een tennisbaan of een groot zonneterras. Misschien dat je toch wilt proberen iets met planten te doen? Dan zou je een paar potten met planten op je terras kunnen neerzetten. Of een klein stukje van je terras opofferen om daar wat planten te planten. Dit kun je het beste door iemand laten doen die wel ervaring met tuinieren heeft zodat je iets krijgt waar je niet teveel onderhoud aan hebt. Waarom je mijn blog leest, dat weet ik niet. Van mij mag je mijn blog blijven lezen hoor. Misschien dat je het toch wel leuk vindt om in elk geval iets over planten en dieren te lezen en wie weet kan ik je interesse daarin nog wel aanwakkeren. Of misschien moet je alleen maar lachen om de onzin die ik schrijf, dat is ook goed. Je bent welkom op mijn blog en ik wens je veel plezier met het lezen van mijn artikelen.

Je hebt het meeste C ingevuld:
Jij houdt van planten en dieren en bent graag bezig in je tuin. Maar je weet nog niet precies hoe dat tuinieren gaat. Welke tuin voor jou geschikt is, is nog niet helemaal duidelijk. Misschien ben je net verhuisd van een flat naar een huis met een tuin en moet je alles nog leren. Of had je vroeger andere dingen waar je in geïnteresseerd was en wil je nu wel eens weten hoe tuinieren je bevalt. Misschien is het handig om tuinboeken te lezen en eens rond te kijken op het internet. Er is veel informatie te vinden over de planten die je in je tuin zou kunnen neerzetten of de dieren die je kunt lokken. Op mijn blog kun je de ervaringen van Jane met tuinieren, planten en dieren lezen. Wellicht leer je er iets door, maar vooral zul je je gesteund weten door het feit dat Jane ook maar iemand is als jij die gewoon met vallen en opstaan probeert te leren hoe je het beste met je planten en dieren in je tuin omgaat. Die ook fouten maakt en dan gewoon weer opnieuw begint. Het beste advies dat ik je kan geven is: Maak je niet druk over wat er fout kan gaan, laat de natuur gewoon zo veel mogelijk haar gang gaan en stuur alleen bij als dat echt nodig is. En verder gewoon lekker genieten van je tuin. Net als Jane.

Je hebt het meeste D ingevuld:
Ook voor jou was deze test eigenlijk niet nodig. Want ook jij weet precies welke tuin bij jou past. Een wilde natuurlijke tuin natuurlijk! En ik hoop dat je deze tuin ook hebt. En dat je er net zoveel plezier aan beleeft als Jane. En dat je ergens woont, waar je gewoon deze tuin kunt hebben zonder dat anderen om je heen daar bezwaar tegen hebben. Dat je je tuin niet hoeft te verstoppen, maar gewoon met hem kunt pronken. Mocht je nog eens een keertje willen verhuizen, kom dan alsjeblieft hier in de straat wonen. Jane zou dolgelukkig zijn, want jij bent precies zoals zij. En dan zou ze hier niet meer de enige zijn met een tuin zoals ik ben. Zeg, misschien wil jouw tuin wel vriendjes met me worden? Ik ben namelijk best wel eens een beetje eenzaam hier tussen al die opgedirkte tuinen, snap je? Ze willen nooit met me praten, want ze voelen zich te goed voor mij. Misschien kun je mij af en toe eens een berichtje sturen? En je blijft toch zeker mijn blog wel lezen, want dit blog schrijf ik speciaal voor jou.

Dat was het voor vandaag. De volgende keer ga ik weer iets schrijven over een dier. Namelijk de vlinder. Een dier waar iedereen van houdt. Al worden zijn baby's aan alle kanten van kant gemaakt. Waarom doen mensen dat? Hoe kunnen er nieuwe mooie vlinders in je tuin komen als ze geen kinderen mogen maken. Dat vind ik nou toch zo..........mmm, dat vertel ik je dus de volgende keer.

(Elke zaterdag om 17.00 uur komt er een artikel online.)

Groetjes van het paradijsje van Jane.


Trouwens, mocht je door deze test (en vooral door de uitslag) helemaal over de rooie zijn en mij willen uitschelden, hou je dan niet in en stuur me maar gewoon een berichtje. Het zou fijn zijn om een compliment te krijgen, maar kritiek verstop ik me ook niet voor hoor. Dus laat me maar gerust weten wat je van mijn artikel vindt.


Update appelboom: 
Zoals ik verleden week verteld heb, zitten de bovenste bladeren van onze appelboom vol met groene luizen. Althans, ze zaten vol met groene luizen, want die groene luizen zijn blijkbaar ergens anders heen verhuisd en nu zitten er zwarte luizen op. De mieren vinden dat geen probleem, want luizen zijn luizen of ze nu groen of zwart zijn. Deze zwarte luizen maken ook lekker zoet spul. Dus de mieren lopen nog steeds tussen de luizen rond om te melken. Maar waar zijn nou die groene luizen gebleven? Weggejaagd door de zwarte? Of zouden de zwarte luizen jongen van de groene zijn? Of krijgen de groene luizen in de zomer soms een zwart kleurtje? Hun zomerkleed? Of zijn ze verbrand door de zon? De natuur stelt je elke keer weer voor raadsels.

zaterdag 23 augustus 2014

Plant #2: De appelboom (Malus domestica Ballerina 'Obelisk' Flamenco)

Als eerste heb ik even een kleine mededeling. Ik ben deze week druk bezig geweest met het maken van een aantal pagina's. Hier rechts naast mijn artikel, onder het kopje pagina's, zul je ze zien staan. In "Dit ben ik" stel ik mezelf aan jullie voor. Ook vertel ik iets over mijn tuinvrouwtje Jane. Op de pagina "Dit is mijn planning" vertel ik jullie welke artikelen ik regelmatig wil maken. Onder het kopje "Dit is mijn onderhoud" komt de verzorging die ik van Jane krijg uitgebreid aan bod. Bij "Dit zijn mijn planten" kun je lezen hoeveel planten er eigenlijk in mij staan. En "Dit zijn mijn dieren" staat vol met alle dieren die mij in mijn leven al bezocht hebben. Althans welke dieren ons zijn opgevallen dan, want er zullen nog vele dieren in mij leven die wij nog niet eens hebben ontdekt, maar dat zullen we vast nog wel doen en dan krijgen ze ook een vermelding op deze pagina. Als je zin en tijd hebt, ga dan gerust eens een kijkje nemen op 1 (of alle) pagina's. Dan nu over naar......De appelboom.

Ik ben een kleine tuin. Nou ja, niet piepklein, maar groot ben ik ook niet. Daarom is een grote boom voor mij geen optie. Ten eerste zou een grote boom de zon weghouden en ten tweede zou een grote boom veel blad verliezen. De eigenaren van de tuinen om mij heen zouden enorm balen als er een grote boom in mij zou staan. Zij willen zon, geen schaduw. En ze willen geen enkel blaadje in hun nette tuinen hebben liggen. En verder willen ze vrij uitzicht. Met een grote boom zouden ze het idee krijgen in een bos te zijn en dat willen ze natuurlijk niet. Toch houdt Jane, mijn eigenaresse, juist heel veel van bomen. Maar van ruzie met de buren houdt ze niet. Dus heeft ze toch 12 bomen in mij geplant, maar dit zijn dan wel klein blijvende boompjes zoals stamboompjes, dwergboompjes en zuilboompjes. Het grootste deel zal nooit zo groot groeien dat ze zelfs maar boven de schutting uit zullen steken. Dan heeft Jane toch nog een beetje het gevoel dat er bomen in haar tuin staan, maar zullen de buren geen reden hebben om te gaan klagen. En vandaag wil ik het hebben over 1 van deze bomen.

Toen Jane mij ging maken, wilde ze een siertuin, maar ook een tuin waaruit ze kon eten. Dus heeft ze niet alleen sierplanten in mij geplaatst, maar ook veel fruitplanten en overblijvende kruiden. En verder zaait ze elk jaar 1 jarige kruiden en groenten. Er valt dus veel te snoepen bij mij. Jane is eerst begonnen met een klein stukje fruittuin. Een soort boomgaardje met drie piepkleine boompjes, twee ministruikjes, een klimplantje en twee bodembedekkende plantjes. Dat was natuurlijk veel te klein voor de ambities van Jane. Dus werd er op andere plekken ook plaats gemaakt voor fruitsoorten. En werd zelfs het terras vol geplaatst met potten met fruitplanten erin. En ondertussen kun je nu bij mij al 27 fruitsoorten vinden. Zevenentwintig fruitsoorten in zo’n kleine tuin als ik. Die Jane, die weet ook nooit wanneer het genoeg is. Altijd wil ze meer. Maar daar wilde ik het nu niet over hebben. Ik wil jullie vertellen over 1 fruitsoort. De appel.

Het kleine appelboompje met grote appels.


Prachtige wit/roze bloesems, waar veel bijen om heen vliegen.
Jane heeft een mini-appelboompje geplant. Een zuilboompje. Dit boompje wordt niet hoger dan anderhalve meter en maakt geen zijtakken. Het heeft dus niet veel plaats nodig en past dus prima in een kleine tuin. Je kunt hem zelfs in een pot plaatsen als je dat zou willen. Het is klein, maar fijn, want het is een schitterend boompje. In het voorjaar zit het vol met prachtige wit-roze bloesems, waar vele bijtjes om heen zoemen. Het boompje is zelfbestuivend, dus een andere appelboom is niet nodig.  Tijdens de zomer gaan de appeltjes groeien. En groeien en groeien. Groene appels met mooie rode wangetjes. En ze worden enorm groot. Zeker voor zo’n klein boompje. Zo’n klein boompje en dan die enorme appels eraan. Dat zoiets kleins zulke grote dingen kan produceren. En ze smaken zo lekker. Nou ja, dat vindt Jane dan. Ik eet die dingen niet. Wat ik gehoord heb, smaken ze zoetzuur, dat is de term geloof ik. Je kan ze pas laat oogsten. In oktober-november zijn ze klaar om geplukt te worden, maar dan kun je ze direct opeten of bewaren, want ze zijn ook goed te bewaren, heb ik begrepen. Jane weet dat niet uit eigen ervaring, want zij en haar dochter vinden de appels zo lekker dat ze direct allemaal opgegeten worden, dus ze hebben nooit iets over om te bewaren. En dan komt de herfst en worden de bladeren van dit boompje ook nog eens geel voordat ze afvallen. Ook mooi. 

Een appeltje, nu nog klein, maar in oktober/november heel groot.


Bladeren vol groene luizen.
Verder is deze boom aantrekkelijk voor een aantal soorten dieren. En zoals jullie ondertussen wel weten, is Jane gek op dieren. Naast de bijtjes, die in de lente op de bloesems afkomen, genieten ook de mieren van deze boom. Want elk jaar zitten de bovenste bladeren van het boompje vol met groene luizen. Mieren komen deze luizen “melken”. Luizen zuigen namelijk sap uit de bladeren. Het teveel aan bladsuikers scheiden zij weer uit als honingdauw. En de mieren lusten dat heel graag. Ze trommelen met hun pootjes op de luizen die dan een druppeltje van dat zoete spul uitscheiden en dat neemt de mier dan mee. Als beloning voor dat lekkers beschermen de mieren de luizen, bijvoorbeeld tegen lieveheersbeestjes die hen willen opeten. De mieren jagen deze weg bij hun “koeien”. De luizen zijn dus eigenlijk het melkvee van die mieren, al eten mieren soms ook wel luizen op, dat is dan hun slachtvee, zeg maar. Altijd weer een prachtig gezicht die kleine luisjes met die grotere mieren ertussen. Jane kan er tijdenlang naar kijken. Sommige mensen gaan die luizen dan weghalen, want teveel luizen op een plant kan problemen geven. Zoveel luizen samen kunnen zoveel sap uit een plant zuigen dat deze sterft door uitdroging.

Maar Jane haalt de luizen niet weg, natuurlijk niet, want zij is anders dan anderen. Zij laat ze lekker zitten, want de musjes, die hier in grote getallen in de tuin komen, lusten deze luisjes ook graag en zij laten zich door die mieren niet wegjagen (waarschijnlijk eten ze die ook op). En zo lost het probleem zich vanzelf weer op. In elk geval is het boompje nog nooit geveld door de luizen, noch hebben die luizen het boompje belemmerd in de groei en ook de oogst wordt er niet minder door. En zolang dat alles goed gaat, laat Jane die luizen gewoon zitten. Als een plant sterk en gezond genoeg is, kan hij best wat luizen hebben. Jane geeft het boompje elk najaar wat kalk en elk voorjaar wat koemestkorrels. En daar doet hij het goed op. Jane gaat elke dag kijken hoe groot haar appeltjes ondertussen zijn (alsof ze in 1 nacht opeens een opvallend stuk gegroeid zouden zijn) en ze verheugt zich al op de dag dat ze die appels kan gaan plukken. Jane en haar dochter zullen er dit jaar ook vast weer heerlijk van smullen.

Eet smakelijk.

Dat was het voor vandaag. De volgende keer ga ik een heel bijzonder artikel plaatsen. Ik heb namelijk een studie gedaan in menskunde en ben nu een expert geworden op het gebied van de mens. Daarom ben ik bevoegd om testen af te nemen bij mensen. En dus heb ik een test gemaakt over.........tja, dat vertel ik je de volgende keer.

(Elke zaterdag om 17.00 uur komt er een artikel online.)

Groetjes van het paradijsje van Jane.


Trouwens, mocht je, wellicht geïnspireerd door dit artikel, besluiten om ook zo’n schitterend boompje aan te schaffen en je hebt er nog vragen over, dan kun je mij altijd een berichtje sturen. (Je hoeft alleen maar op "opmerkingen" hier beneden te klikken.)


Update pad: 
Ik heb jullie verleden week toch verteld over die twee domme padden die op een hele zonnige droge plek naast de vlindertuin onder de vuilcontainer wonen? Wel, misschien zijn ze toch minder dom dan ik dacht, want Jane gaat elke dag (als het niet regent) de manden in de vlindertuin begieten. En omdat de vlindertuin op een verhoging staat, loopt het overtollige water uit de manden en stroomt de verhoging af en waar komt het dan terecht? Precies! Onder de container dus. Wellicht zijn die padjes dus juist daarom onder de container gaan zitten. Okay, dat weten we dan ook weer. Nooit te oud om wat te leren, toch?

zaterdag 16 augustus 2014

Dier #2: De pad (Bufo Bufo)

Zoals jullie ondertussen al wel weten, ben ik een natuurlijke tuin. Dat is dan ook waarschijnlijk de reden dat zoveel dieren bij mij willen wonen. Jane, mijn eigenaresse, is dol op dieren. Dus zij is daar blij mee. Zo zag zij op een zeer warme dag verleden zomer opeens een pad in mijn vijvertje. Die had het zeker warm, het was toen 30 graden, en hij zocht afkoeling in het water. Jane werd direct enthousiast, ze kan zo lekker doorslaan. Opeens moest er van alles gebouwd worden om het padden bij ons naar de zin te maken. Naast de vijver had Jane al een soort bosje gemaakt. Daar staan een aantal bladverliezende struiken, er groeien klimplanten, er zijn boshyacinten geplant en verder is de grond onder de struiken vol gezet met schaduwminnende planten. Het is hier dus koel, donker en het blijft er best wel vochtig. Een ideale plek voor amfibieën.

Padje in de vijver.

Maar Jane wilde nog meer voor “haar” pad doen. Als eerste kwamen er drie grote schijven boomstam in dat bosje te liggen. Dan kon de pad daar overdag onder weg kruipen, want padden komen meestal tevoorschijn als het donker wordt. Ook werd er een gat in de grond gegraven en dat opgevuld met takjes, steentjes en bladeren, dan kon de pad daar in de winter zijn winterslaap gaan doen. Want in de winter zoeken padden een dieper gelegen schuilplaats op om daar enkele maanden in een sluimerende toestand door te brengen zonder te eten of te bewegen. Dus die kuil leek Jane daar uitermate geschikt voor. De kant van de vijver die aan het bosje lag, werd ook onder handen genomen. Vijverplanten (die het daar toch niet goed deden omdat ze in de schaduw stonden) werden naar de andere kant verplaatst en de vrijgekomen rand werd vol gelegd met stenen, zodat de pad daar lekker makkelijk een bad kon nemen op warme dagen en daar ook kon schuilen bij gevaar. Wat was die Jane druk bezig voor die ene pad! Die pad die ze trouwens daarna nooit meer gezien heeft.

En toen het lente werd, zat Jane steeds te turen in haar vijver of ze daar misschien die pad weer zag zitten. En misschien ging die pad, als hij er nog was, daar ook nog wel kindertjes maken, aldus Jane. Meestal gaan padden terug naar de plek waar ze geboren zijn om zich daar voor te planten, maar Jane hoopte dat die pad wellicht toch in onze vijver een paar eitjes zou leggen. De paddeneieren worden in een snoer gelegd, dus Jane ging ijverig speuren naar zo’n paddensnoer. Er zitten wel vissen in de vijver, maar die hebben een hekel aan de bittere smaak van de paddenlarven, dus padden leggen ook eieren in visrijke waters. Maar ze deden het niet in onze vijver natuurlijk. Er was zelfs geen enkele pad in de vijver te bekennen. Jane was heel teleurgesteld. Tja, al dat werk voor niets. Jane is ook zo dom. Wel erg lief hoor. Maar dom.

Toen ging Jane een grote zware pot die op het terras stond verplaatsen. Deze pot gebruikt Jane altijd voor het zaaien van 1 jarigen en had zij in de herfst ondersteboven in een hoek van het terras neergezet. En wat vond zij daaronder? Een pad! Een heel klein padje weliswaar, dus niet die grote pad die ze eerder in de vijver had gezien, maar toch een pad. Padje werd voorzichtig opgepakt en op “zijn plek” in het amfibieënbos neergezet. Later zag Jane ook nog deze of een andere pad in de border rondkruipen overdag na een regenbui. Blijkbaar gaan ze dan ook op zoek naar voedsel. Jane was heel blij met (al) die pad(jes). En ze was ervan overtuigd dat de padden blij waren met haar, want tenslotte had ze zoveel werk voor hen verricht en zo’n mooi donker, koel en vochtig paddenplekje gemaakt. Daar houden padjes namelijk van, dus daar zullen ze vast wel met zijn allen zitten, toch?

Onder deze container is de paddenschuilplek.
Maar wat denk je? Onze padjes hebben een ander idee over wat goed voor ze is, want waar zitten ze overdag te schuilen? Onder de vuilcontainer! Daar vond Jane twee padjes die daar gezellig bij elkaar weggekropen waren. En elke keer als de container van zijn plaats gaat, zitten steeds weer die twee padjes daaronder. De container, die naast de vlindertuin staat. De vlindertuin die Jane gemaakt heeft op een plek waar de hele dag de zon schijnt, want dat vinden vlinders fijn. Dus terwijl er zo’n mooi, donker, koel, vochtig plekje in het bos naast de vijver is, gaan die padden daar onder die container zitten. Een plek waar het door die brandende zon natuurlijk heel warm en droog is. Onze padden zijn dus rare wezens. Nou ja, in elk geval is het nu duidelijk dat er meerdere padjes in de tuin leven. En dat vinden wij allebei heel erg leuk. 

Twee padjes wonen onder de container.


Warm en droog, daar houden onze padjes van.

Dat was het voor vandaag. Volgende keer ga ik jullie vertellen over mijn appelboom. Aan de ene kant zo klein, maar aan de ander kant zo groot. Ik zal jullie uitleggen wat ik bedoel..............of nee, dat doe ik de volgende keer.

(Elke zaterdag om 17.00 uur komt er een artikel online.)

Groetjes van het paradijsje van Jane.


Trouwens, we weten nu dus zeker dat er padden bij mij rondkruipen. Waarschijnlijk gaan ze bij ons ook weer de winter doorbrengen, er is genoeg bij ons om in weg te kruipen. Nu is Jane toch wel benieuwd of ze in het voorjaar toch eieren in de vijver zullen leggen. Mocht iemand ervaring hebben hiermee en weten of padden echt altijd terug gaan naar hun geboorteplek of toch soms in een vijver waar ze niet geboren zijn hun eieren achterlaten, wil je dat dan laten weten in een berichtje?


Update inspiratie tuinbeelden:
Verleden week ben ik jullie nog vergeten iets te vertellen. Want weten jullie wat de laatste gekte van Jane is? Beelden die licht geven. Ja, je leest het goed. Beelden die licht geven! In een natuurlijke tuin! Het moet toch niet gekker worden. Wat ik allemaal moet verdragen. Ik heb het zwaar. Heel zwaar.

Beelden met lampjes op zonne-energie onder de tuinbank.