Over mij

Dit blog is geschreven door een tuin. Een kleine wilde natuurlijke tuin. In dit blog schrijft die tuin over alles wat hij mee maakt. Ook zul je in dit blog de belevenissen van de eigenaresse van deze tuin aantreffen. Haar naam is Jane. De tuin is haar paradijsje: Jane's paradijsje.

Het doel van dit blog is om kennis over te dragen, ervaringen te delen en iedereen die het leest enthousiast te maken
om ook op een natuurlijke manier met planten en dieren in je tuin om te gaan.

Het paradijsje van Jane: De enige tuin die zijn eigen blog heeft.

Posts tonen met het label guldenroede. Alle posts tonen
Posts tonen met het label guldenroede. Alle posts tonen

zaterdag 20 september 2014

Recept #1: Insecten-ratatouille

Ik ben een tuin. En omdat ik een tuin ben, eet ik ander eten dan jullie mensen. Maar omdat ik toch veel van mensen af weet, en ook weet wat zij eten, heb ik vandaag voor jullie een artikel met een lekker recept gemaakt. Een recept voor mensen dus. Insecten-ratatouille! De eigenaren van de tuinen om mij heen, hebben een hekel aan insecten. De gifspuit wordt zo vaak mogelijk gebruikt. Dat is jammer, want al dat gif is niet goed voor het milieu. Dat weten we nu toch allemaal wel. Toch zijn er nog steeds veel mensen die de insecten in hun tuin niet natuurlijk vinden en deze daarom willen laten verdwijnen. Juist voor deze mensen is dit recept. Dit is dus niet alleen een recept voor een lekkere en leuke maaltijd, maar tevens een milieu-vriendelijke manier om van je insecten af te komen. Doe er je voordeel mee.


Hier komt het recept:
  • Ga op een zonnige droge dag, bij voorkeur in de zomer als er veel insecten zijn, je tuin in en neem een grote pan mee. Vergeet niet het deksel van de pan mee te nemen. Kijk goed rond op je planten en op de aarde. Pak alle insecten die je niet wilt in je tuin op en stop ze in de pan. Spinnen, luizen, mieren, sprinkhanen, torren, kevers wat je maar kwijt wilt. Natuurlijk kun je ook de slakken, rupsen en wormen erbij stoppen. Als je een beetje handig bent met het deksel, kun je ook de vliegende insecten misschien in je pan krijgen... en houden.
  • Als je pan lekker vol zit, ga je naar binnen en maakt een klein kiertje tussen pan en deksel. Daardoor giet je water zodat je insecten lekker schoon worden, want zand of aarde tussen de tanden dat willen we niet, want dat knarst zo. Als de insecten schoon zijn, en je de pan hebt afgegoten, kun je de insecten-ratatouille op de volgende twee manieren opdienen.


A. Je hebt erge trek en wilt direct eten of hebt geen zin om in de keuken te staan:

Pak een vork, zet de pan met insecten op tafel, haal het deksel van de pan en... prikken en happen maar! Je voelt je direct weer een kind, maar dan 1 die dit keer met zijn eten mag spelen. Eten dat alle kanten op springt, kruipt en vliegt. Wat een feest. Vooral leuk om met meerdere personen tegelijk te doen, bijvoorbeeld op een feestdag. De snelste mens zal het meeste te eten hebben, maar doordat sommige insecten zich zullen verstoppen (je kunt wat serviesgoed op tafel zetten waaronder ze kunnen wegkruipen), kunnen de wat langzamere mensen ook nog wel iets te knabbelen vinden. En anders moeten zij maar de slakken nemen. Ouders moeten bij deze maaltijd wat minder streng zijn dan normaal, want soms zul je van je stoel af moeten voor de lekkere hapjes die van tafel afkruipen of wegvliegen. Dus netjes aan tafel blijven zitten totdat iedereen klaar is met eten, is er nu niet bij. Voor de wat oudere mens die niet zo snel meer is en/of de kleine beestjes niet meer zo goed kan zien, kun je beter overgaan naar optie twee.


B. Als je nog niet zo honger hebt en wel kunt wachten tot het eten klaar is, je wat ouder bent en de insecten niet meer te pakken krijgt of niet meer goed kan zien of als je rauw en levend niet zo ziet zitten:
  1. Maak de insecten dood. Hier zijn diverse manieren voor. Je kunt ze bijvoorbeeld plat slaan, maar dan valt er niet zoveel meer klaar te maken en kun je er beter soep van maken. Je kunt ze ook levend in een zakje stoppen en dan in je vriezer leggen. Na een kwartiertje zijn ze dan wel dood. Of je giet er gloeiend heet water overheen. Het krijsen van die zielige wezentjes als ze liggen te spartelen in de kokende vloeistof zul je toch niet horen, want daar zijn je oren toch niet goed genoeg voor. Deksel erop en je ziet er ook niets van. Tja, normaal haal je de dierlijke onderdelen van je maaltijd bij de slager of de visboer en dan liggen ze daar al dood uitgestald, dus daar hoef je niet veel lugubers meer voor te doen. Maar er zijn nog maar weinig winkels waar je al gedode en schoongemaakte insecten kunt kopen. Ze zijn er wel hoor, maar waarschijnlijk is er net geen 1 supermarkt bij jou in de buurt die dat verkoopt. Trouwens, als je ze daar zou kopen dan kom je nog niet van die ellendige insecten in je tuin af. Dus dit keer zul je zelf de slager moeten zijn en je vlees gewoon zelf moeten afslachten.
  2. Als er niets meer kruipt, vliegt of trippelt, kun je de insecten gaan schoonmaken. Kop, poten, vleugels en dergelijke onderdelen kun je eraf halen. Een vergrootglas en pincet kunnen daarbij handig zijn. Je kunt de onderdelen er ook aan laten zitten, smaakt net zo lekker, alleen is de kans dan groter dat er iets tussen je tanden blijft zitten, een pootje of zo.
  3. Nu pak je je koekenpan en doet daar boter of olie in, wat jij het lekkerst vindt. Als de boter/olie heet is, kun je de insecten erin doen. Even roerbakken. Hoeft niet zo lang, want ze zijn zo gaar.
  4. Voor extra smaak kun je nog de volgende zaken toevoegen: een paar teentjes knoflook, wat verse gember, wat kurkuma, gemalen koriander, komijnzaadjes of kerriepoeder.
  5. Eet smakelijk!

(De auteur van dit artikel kan niet aansprakelijk gesteld worden voor de gevolgen van het eten van dit gerecht. Mocht je al tijdenlang gif in je tuin spuiten, is de kans zeer groot dat de insecten die je in je tuin gevangen hebt niet erg gezond zullen zijn. Verder is de hedendaagse Nederlandse mens niet (meer) gewend insecten te eten. Je maag en darmen zouden dus wel eens kunnen gaan protesteren. Verder zullen er best insecten bestaan die misschien gevaarlijk zijn om op te eten. Hoewel er landen zijn waar het normaal is om insecten op te eten en je op het internet ook diverse websites kunt vinden die serieus over het eten van insecten gaan, is dit artikel vooral bedoeld om erom te lachen. Het werkelijk klaarmaken en opeten van mijn gerecht is eigenlijk niet echt de bedoeling en daarom voor eigen risico. Dus moet je de rest van de avond en de hele nacht bij de w.c.pot doorbrengen, of moet je met spoed naar het ziekenhuis gebracht worden, omdat je dit gerecht toch hebt klaargemaakt en opgegeten, kom dan niet klagen bij mij.)

Dat was het voor vandaag. De volgende keer ga ik jullie weer iets vertellen over een dier. Deze keer over de wesp. Wie houdt er nu van wespen? Niemand toch? Behalve Jane dan natuurlijk want zij..........maar dat vertel ik jullie wel de volgende keer.

(Elke zaterdag om 17.00 uur komt er een artikel online.)

Groetjes van het paradijsje van Jane.


Trouwens, ik ben heel erg benieuwd of jullie mijn recept lekker vinden. Het is het 1e recept dat ik op mensen uitprobeer, dus laat alsjeblieft even in een berichtje weten wat je ervan vindt.


Update guldenroede:
Ik heb jullie pas nog verteld wat een prachtige plant die guldenroede is. Een plant die lekker groot wordt en prachtig wild groeit en ook nog heel veel insecten aantrekt. Een plant die door vele wordt gezien als onkruid en die de buren hier bij mij met liefde de nek om zouden draaien als deze in hun tuin de kop op zou steken. Een plant die goed past in een wilde natuurlijke tuin. Een plant dus, die uitermate geschikt is voor mij. Nou, ik ben van gedachten veranderd hoor. IK WIL DIE PLANT NIET MEER! Want wat denk je? Heeft die buurvrouw, je weet wel, degene die mijn klimplanten heeft afgemaakt (zie artikel over kamperfoelie), ook opeens een hele bos guldenroede in haar tuin staan. Het ziet er niet uit. Zo'n prachtige wilde plant tussen haar hortensia's. Geen gezicht. Ze heeft dat ding ook nog netjes gestyled en mooi rond in vorm geknipt. Lijkt helemaal nergens meer op en zeker niet op een wilde natuurlijke plant, wat hij in principe toch is. Nou ik ben er klaar mee hoor. Als zij die plant in haar tuin zet, en hem dan ook nog zo toetakelt, dan wil ik hem niet meer. Ik wil er echt niet uitzien als haar tuin. BAH! Maar het ergste is nog wel dat Jane de guldenroede niet eens uit mij wil weghalen. Zij vindt hem nog steeds mooi, zegt dat hij bij ons zichzelf mag zijn, laat hem lekker wild groeien en is er nog steeds blij mee. Zij wel ja, maar ik niet. Wordt er dan helemaal geen rekening gehouden met mijn gevoelens? Ik ben zeer ongelukkig. Wat een ellende.

zaterdag 13 september 2014

Plant #3: De guldenroede (Solidago)

Een wilde natuurlijke tuin zoals ik, kan niet zonder een bediende, pardon, tuinvrouw. En daarom heb ik Jane. Ze is lief, wil alles voor mij doen en doet altijd erg haar best, wat wil ik nog meer. Maar soms............soms kan ik haar wel achter de klimplanten, pardon, het behang plakken. Zo was er een dag dat Jane opeens besloot dat ik een border nodig had. Een in de zomer bloeiende vaste planten border. Hoe komt ze op dat idee? Ik heb toch helemaal geen border nodig. Een border is voor nette tuinen, toch niet voor een tuin zoals ik. Maar Jane wist het zeker. Ze ging een border in mij maken. De hele winter was ze bezig met haar border. Op papier dan natuurlijk. Ze ging allerlei planten uitzoeken. De kleur van de bloemen, de kleur van de bladeren, de vorm van de bloemen, de vorm van de bladeren, de bloeiwijze van de bloemen, de groeiwijze van de plant.......alles moest bij elkaar passen. Jane knipte plaatjes uit tijdschriften van al deze planten en legde die naast elkaar neer om te zien hoe het er allemaal uit zou komen te zien. En dan moest ze nog beslissen hoeveel planten van elk er samen, in dat piepkleine stukje grond dat Jane ervoor bestemd had, zouden kunnen passen. Ja, het was een enorm karwei. Maar volgens Jane zou het prachtig worden. Hahaha, ik wist wel beter. Een border in een wilde natuurlijke tuin. Te zot voor woorden.

Toen kwam de lente en Jane ging planten kopen. Ze kwam thuis met planten genoeg voor tien tuinen. Nou ja, zo zag het er voor mij tenminste uit. Allemaal planten die prachtig zouden staan in super nette tuinen. En al die plantjes ging ze in dat kleine stukje aarde planten. Het stond er al snel propvol, maar ja, daar houdt Jane van. En in een tuin zoals ik ben, hoort dat ook wel een beetje. Kale aarde, dat past niet bij mij. En al gauw gingen de plantjes groeien en sommigen ook nog bloeien. En toen ontdekte Jane dat er een aantal waren die toch niet de kleur hadden die ze wilde hebben en die moesten er dus weer uit, want dat stond niet in haar blauw/geel/rood/witte border. En dan waren er ook nog planten die niet hielden van de plek waar de border was, want die hielden juist van schaduw of van natte aarde of van zure aarde of van zanderige aarde. En dat was de border zeker niet, want die was zonnig en droog en kalkrijk en kleiig. Dus die moesten ook allemaal weer ergens anders terecht komen. En dan kreeg je weer kale plekken in de border die dus weer opgevuld moesten worden met andere planten, maar dan wel weer met planten die daar pasten. Tjonge, tjonge, tjonge, wat was die Jane toch druk met die border.

En toen was er ondertussen een jaar voorbij en begon eindelijk bij Jane door te dringen, dat een border, zo als zij het wilde, iets was voor nette tuinen en niets was voor mij. Nou, een jaar is nog snel, het had net zo goed wel jaren kunnen duren voordat ze het eindelijk begrepen had. Dus toen kwam ze janken bij mij. Wat ze toch met die border aan moest, want het werd maar steeds niet zoals zij bedacht had. En toen heb ik haar advies gegeven en gelukkig heeft ze naar me geluisterd. Want als zij zo graag een border wil in mij, dan kan dat best, maar dan natuurlijk wel een natuurlijke border. Een border met planten erin die passen bij het stukje grond en bij mij. Met planten die lekker wild groeien en die veel dieren aantrekken. Planten die de buren onmiddellijk zouden uitrukken als ze bij hen in de tuin zouden staan. Planten die onkruid worden genoemd door de meeste mensen, maar die ik inheems noem. Je weet wel, dat soort planten. Dus Jane ging op zoek naar die planten. En toen vond zij de guldenroede. Misschien niet echt een inheemse plant, maar wel een plant die lekker wild kan groeien en zeker veel beesten aantrekt. Een plant die eigenlijk best wel bij mij past. En ze hoefde hem niet eens te kopen. Nee, want ze vond hem bij iemand die een nog wildere natuurlijkere tuin heeft dan Jane. En ze mocht er een paar mee nemen voor mij. En ze ging ze achter in de "border" neerzetten, daar waar ondertussen alweer een kale plek was ontstaan omdat er alweer planten uit verdwenen waren die het niet naar de zin hadden gehad in dat stukje aarde.

Blad van de guldenroede.


Guldenroede in knop.
En die guldenroede ging groeien en groeien. Het is een prachtig plant. Een plant uitermate geschikt om tegen een schutting aan te zetten die kaal is omdat er geen klimplanten tegenaan mogen groeien van je buren. Dus perfect passend tegen een schutting zoals ik die heb. Want jullie weten wel wat er gebeurd is met al die klimplanten tegen mijn schutting (en als je het niet weet, lees dan maar eens het artikel over de kamperfoelie, hier op mijn blog). De guldenroede wordt flink groot. Hij is bij mij anderhalve meter hoog. Dus het grootste deel van de schutting achter deze plant is er al achter verdwenen. Joepie, dat is de oplossing voor ons probleem. Jane is helemaal verrukt. Ze heeft het licht gezien. We gaan onze border lekker helemaal vol zetten met hele hoge planten en zo zal die kale schutting mooi daarachter verdwijnen. De guldenroede heeft onze ogen geopend. En hij is zo mooi.

Bloeiende guldenroede.
In augustus begint hij te bloeien. En met een beetje mazzel, bloeit hij in september ook nog. En heel soms is er ook nog wel een bloempje in oktober te zien. Hij heeft prachtige gele pluimen. Een hoge plant met schitterende gele pluimen. En hij ruikt heel lekker en dat vinden de insecten ook. Want hij zit vol met diertjes. Verschillende soorten hommels, bijen en wespen vliegen er omheen. Allerlei vliegen (sommigen daarvan zijn zelf ook prachtig om te zien), kun je zien zitten op deze plant. Daarnaast zijn vlinders ook dol op deze plant. Ze zitten namelijk vol met nectar. Het is een winterharde overblijvende plant. Een minpuntje is misschien dat hij flink kan woekeren. Maar ach, dan trek je gewoon dat wat teveel is er weer uit, toch? De guldenroede vindt de grond in onze "border" best goed. Ze hebben blijkbaar niet echt behoefte aan natte grond, doen het prima op onze droge grond en ook het feit dat de border zonnig ligt, is blijkbaar geen probleem voor de guldenroede. Verder geeft Jane in het voorjaar wat koemestkorrels of een laagje compost. Hij sterft aan het eind van de herfst boven de grond af, maar Jane laat de stengels met uitgebloeide bloemen gewoon staan want die zijn heel mooi in de winter met een laagje rijp erop. In het voorjaar gewoon bij de grond afknippen en voordat je het weet, loopt hij weer snel uit en gaat weer groeien en groeien.

Guldenroede-pluis

Guldenroede samen met kogeldistel
Een mooie plant dus die guldenroede. Alleen hebben we nu wel een probleempje. Want Jane is nu weer helemaal gek geworden en doet niets anders dan dromen van een border met allemaal schitterende hoge planten die de hele schutting bedekken. Dus nu zit ze weer uren op het internet te zoeken naar inheemse hoge planten die veel insecten aantrekken en die mooi bij elkaar passen. Wat denk je van kogeldistel? Een hoge plant met blauwe bollen, die past heel goed bij guldenroede. (Jane heeft hem ondertussen al gekocht en hij staat inderdaad heel mooi naast de guldenroede. Zie foto.) Of wellicht moeten we koninginnenkruid nemen? Nee, dat is niets want die houdt van nat. Doet het vast niet goed in onze droge border. Misschien dan zonnehoeden, die worden ook hoog en trekken vlinders aan. Maar nee, die passen niet echt in een wilde tuin, toch? Of dan de gele dovenetel. Nee die is 1 jarig. Wat denk je van smeerwortel, zou dat dan iets voor jou zijn...blablabla..........Grrrrr. Mensen, ik zal ze nooit begrijpen.

Dat was het weer voor deze keer. De volgende keer zal ik jullie verblijden met een heerlijk recept. Ik ben ervan overtuigd dat jullie er allemaal van zullen smullen. Eerst neem je.........maar nee, dat vertel ik jullie pas de volgende keer.

(Elke zaterdag om 17.00 uur komt er een artikel online.)

Groetjes van het paradijsje van Jane.


Trouwens, hebben jullie nog ideeën voor hoge inheemse planten die veel dieren aantrekken, schrijf dan even een berichtje, want hoe sneller Jane besloten heeft welke planten ze in de "border" gaat zetten, hoe sneller ik weer rust heb.


Update vlinder:
Verleden week heb ik jullie geschreven over de vlinders die mijn grote zus, de voortuin, volgens mij van me heeft afgepikt. Nou, ik heb contact met mijn zus gehad, ik wilde haar er al flink van langs geven, maar zij vertelde mij dat haar vlinderstruik natuurlijk altijd wel vlinders aantrekt en in de zomer vol zit met vlinders, maar dat ze afgelopen maand ook veel minder vlinders heeft gehad dan het jaar ervoor. Ze heeft echt niet mijn vlinders afgepikt. Zij heeft juist ook weinig vlinders dit jaar. Dus blijkbaar is er een andere reden dat ik dit jaar zo weinig vlinders heb gehad. Maar wat is die reden dan? Het was toch warm en daar houden vlinders toch van? Misschien was het te droog? Of kwam het omdat door de warme lente de planten eerder gingen bloeien en ze ook weer eerder uitgebloeid waren? Wie het weet, mag het zeggen, want ik weet het niet. De natuur laat ons altijd weer achter met vraagtekens. Prachtig die natuur. Ik ben blij dat ik er vol mee sta.