Over mij

Dit blog is geschreven door een tuin. Een kleine wilde natuurlijke tuin. In dit blog schrijft die tuin over alles wat hij mee maakt. Ook zul je in dit blog de belevenissen van de eigenaresse van deze tuin aantreffen. Haar naam is Jane. De tuin is haar paradijsje: Jane's paradijsje.

Het doel van dit blog is om kennis over te dragen, ervaringen te delen en iedereen die het leest enthousiast te maken
om ook op een natuurlijke manier met planten en dieren in je tuin om te gaan.

Het paradijsje van Jane: De enige tuin die zijn eigen blog heeft.

Posts tonen met het label kamperfoelie. Alle posts tonen
Posts tonen met het label kamperfoelie. Alle posts tonen

zaterdag 20 december 2014

Beauty #1: Winterverzorging van de tuin

De winter heeft veel invloed op je uiterlijk. Dat weet elke mensenvrouw. Statische haren, schilfers op je gezicht, kloofjes in je lippen, pijnlijke wintervoeten, ruwe handen. Ja, dat kan je allemaal overkomen als je jezelf niet goed verzorgd tijdens de winter. De juiste verzorgingsproducten gebruiken in de winter, is daarom dan ook noodzakelijk. Mensenmannen zijn misschien minder in hun uiterlijk geïnteresseerd, maar ook zij willen het tijdens de winter vast wel graag warm hebben en de juiste kleding is daarbij erg belangrijk. Ik ben geen mens, ik ben een tuin. Ik gebruik die smeersels die vrouwen op zich zelf smeren niet en trek ook geen winterkleding aan. Toch is het ook voor tuinen belangrijk om je huidje de juiste verzorging te geven en je planten warm te houden als het winter is. Mijn eigenaresse Jane weet dat heel goed en daarom gaat ze mij altijd vlak voor de winter nog eens goed verzorgen.

Iedere tuinier weet waarschijnlijk wel dat je vorstgevoelige planten zoals subtropische en tropische kuipplanten voor de eerste nachtvorst naar binnen moet halen. Deze planten kunnen niet tegen de kou en de kans dat ze de winter bij ons overleven is dus klein. De citroen, de mandarijn en de meloenperen heeft Jane dan ook allang in de keuken op de vensterbank staan. Maar wist je dat alle planten die je in potten geplant hebt gevaar lopen? Planten die normaal gesproken als ze in de aarde staan wel de winter overleven, zijn namelijk vorstgevoeliger en kunnen dus dood vriezen als ze in potten staan. Dus het is beter als je alle potten binnen op een koele plek neerzet. Maar wat nu als je binnen niet zoveel plek hebt om al die potten neer te zetten of je potten zijn veel te groot en te zwaar om naar binnen te sjouwen of je je hebt planten die niet zo winterhard zijn in de volle grond staan? Je wilt natuurlijk wel dat ze de winter overleven, dus wat doe je dan? Dan ga je ze inpakken natuurlijk! En daar zijn verschillende manieren en materialen voor. Hieronder kun je lezen hoe wij dat doen.

Als eerste is het heel belangrijk dat je alleen die potten in de tuin laat staan die ertegen kunnen als er vorst komt. Potten die stuk gaan als het gaat vriezen, moeten in elk geval naar binnen of had je beter niet kunnen kopen. Verder moeten potten goed afwateren zodat er niet teveel water in de pot blijft staan, want als het gaat vriezen, bevriest dat dus ook. Jane heeft alleen maar potten gekocht die tegen vorst kunnen, heeft goed opgelet dat al die potten gaten hebben aan de onderkant waardoor het teveel aan water kan weglopen en heeft ook nog de bodem van de potten volgegooid met hydrokorrels. Deze korrels zorgen ervoor dat het niet te droog, maar ook niet te nat wordt in de pot. Daarnaast heeft zij, voordat ze de planten in de pot ging zetten, bij elke pot langs de wand eerst een laag bubbeltjesfolie aangebracht. Ook heeft elke pot een mulchlaag op de aarde liggen. Deze laag folie tussen pot en aarde en die mulchlaag er boven op, zorgen er voor dat de aarde minder snel uitdroogt, wat fijn is in de zomer, maar ook dat de wortelkluit van je plant minder snel bevriest in de winter.

Alle potten bij mij met planten of bomen erin die hun blad verliezen, worden vlak voor de winter ook aan de buitenkant ingepakt met bubbeltjesfolie en de aarde (met mulchlaag erop) wordt nog eens extra afgedekt met een bergje stro. Stro is makkelijk weer te verwijderen als het lente wordt.


De potten met planten erin die wat vorst-gevoeliger zijn, bijvoorbeeld omdat ze hun blad houden, worden met een iets dikker bubbeltjesfolie, die voorzien is van een voering, ingepakt en de aarde wordt afgedekt met hooi omdat dit nog iets warmer is dan stro.


De vijg is een plant die niet erg van de kou houdt. Een vijg in de aarde wil het nog wel eens overleven als de winter niet te koud is, maar een vijg in een pot loopt een groot risico. Onze vijg wordt daarom zeer goed ingepakt. Als eerste zet Jane de pot in een potbeschermer. Dit is een speciale stoffen pot met een bubbeltjesfolie binnenkant die je om de pot heen doet. Onder in de pot zit een schuimrubberen ring waarop de pot staat. Voor extra bescherming tegen zware vorst stopt Jane de ruimte tussen de pot en de potbeschermer ook nog vol met stro. Daarnaast staat onze vijg op een plankje met wieltjes. Dit is eigenlijk bestemd om je zware potten makkelijk te verplaatsen, maar natuurlijk ook goed om ervoor te zorgen dat de pot niet direct op de koude grond staat. Vervolgens krijgt de vijg een warme jas aan die bestaat uit een speciale hoes. Zo'n hoes kun je ook gebruiken bij vorstgevoelige planten die niet in een pot maar gewoon in de aarde staan.




De twee stamroosjes zijn ook erg gevoelig voor vorst. Jane gaat ze altijd eerst snoeien en daarna pakt ze hen in met vliesdoek en bindt dat goed vast met touw. In feite hoeft alleen de occulatieplek te worden ingepakt, dus je zou ook dat ene stukje, waar het roosje aan de stam vast zit, kunnen inpakken. Maar Jane heeft ervaring dat door de wind altijd het spul verschuift en dan ligt die gevoelige plek nog bloot voor de weersinvloeden. Dus Jane pakt gewoon de hele bovenkant in en frommelt dat vliesdoek aan de onderkant flink rondom die gevoelige plek zodat daar een grote prop zit. Zo blijft alles goed zitten dus dat werkt prima. Vliesdoek kun je ook gebruiken bij vorstgevoelige planten die in de volle grond staan.



Potten kun je vlak voor de winter inpakken en de hele winter ingepakt laten staan. Als je de planten zelf in gaat pakken, is het goed om te weten dat je dat pas moet doen als het echt koud wordt. En die verpakking moet je als het warmer wordt eigenlijk weer zo snel mogelijk verwijderen. Planten zonder bladeren kun je gerust de hele winter ingepakt laten staan in een hoes. Als het in het voorjaar warmer wordt, kun je hem overdag open doen (die van ons heeft een rits) om wat te laten luchten. 's Nachts kun je hem dan weer dicht doen, vooral als er nog nachtvorst voorspeld is. Zo doen we dat ook bij de vijg. Bij planten met bladeren moet de hoes in de winter regelmatig worden geopend zodat de plant licht en lucht krijgt. De hoes is weliswaar lucht en licht doorlatend, maar als zoveel bladeren bij elkaar opgesloten zitten, is het niet verstandig de hoes de hele winter dicht te laten. Je zou dan wel eens een boel schimmel kunnen aantreffen als je hem tenslotte in de lente opendoet. Als je bladhoudende planten gaat inpakken in zo'n hoes, is het ook goed om af en toe die hoes eens open te doen om te kijken of de plant geen water nodig heeft. Bladhoudende planten moeten namelijk wel water hebben in de winter en met zo'n hoes komt er niet veel regenwater meer in de pot. Of je moet alleen de plant zelf inpakken en de pot niet, dat kan natuurlijk ook. Vliesdoek is veel goedkoper, maar minder warm dan een hoes. Vliesdoek is wel beter licht, lucht en waterdoorlatend dan een hoes. Dat spul is dus goed bruikbaar op planten die maar een beetje bescherming nodig hebben.

Daarnaast wordt ook mijn huidje altijd goed verzorgd. Om deze te beschermen tegen uitdroging en verschraling door wind en vorst en natuurlijk ook om de planten extra warm te houden, ligt er een dikke laag bladeren op mijn grond. Mocht deze laag wat verder in de winter ondertussen al geslonken zijn en niet veel bescherming meer bieden en gaat het dan langdurig en streng vriezen, dan gooit Jane er gewoon nog een dikke laag stro bovenop. Zo is mijn huidje de hele winter prima beschermd.


Dat was het weer voor deze keer. De volgende keer ga ik het over een heel lief vogeltje hebben. Wil je weten welk vogeltje? Nou, dan moet je even een weekje wachten, want dat vertel ik je de volgende keer.

(Elke zaterdag om 17.00 uur komt er een artikel online.)

Groetjes van het paradijsje van Jane.


Trouwens, zijn er toevallig nog tuinen die dit lezen en die nog andere tips hebben hoe je jezelf kunt verzorgen als het winter is, schrijf dan even een berichtje. Want hoe beter je jezelf verzorgt in dit koude jaargetijde, hoe mooier je bent als het weer lente wordt, dus tips hoe dat te doen zijn altijd welkom.


Update klimop:
Zal ik jullie een geheimpje verklappen? Maar niet verder vertellen hoor. Nou, ben je er klaar voor? Hier komt het. Als je buren willen dat je je klimplanten gaat verwijderen omdat zij er last van hebben en je bent zo lief om op hun eisen in te gaan om de vrede maar te bewaren. En je gaat je tuin in om met tranen in je ogen de klimplanten van je schutting weg te halen, weet dan dat klimplanten niet allemaal hetzelfde zijn. Je hebt klimplanten die je gerust bij de grond kan wegkappen, zoals een boomwurger bijvoorbeeld. Deze zal nooit meer iets doen en je zal daarom voor altijd tegen dat kale stammetje, dat nog uit de grond steekt, aan moeten kijken.


Maar er zijn ook klimplanten (en nu komt het geheim) die zich niets aantrekken van een kortwieking bij de grond. Nee, zij zullen trots, als ware zij de feniks, uit de as herrijzen. Weten jullie nog het verhaal van de kamperfoelie? Die prachtige kamperfoelie, de laatste klimplant op onze zij-schutting, die verwijderd moest worden (zie het artikel van de kamperfoelie hier op mijn blog). Die kamperfoelie....., die is niet dood. LEVE DE KAMPERFOELIE, HOERA, HOERA, HOERA! Sttttt, niet verder vertellen hoor, want als mijn buurvrouw erachter komt, nou, dan zwaait er wat.

zaterdag 9 augustus 2014

Inspiratie #1: Tuinbeelden

Tuinbeelden? Tuinbeelden in een wilde natuurlijke tuin? Wat is dat nu weer voor onzin? Dat zullen jullie wel denken bij deze titel. Maar stop! Klik dit artikel niet hoofdschuddend weg. Lees nog even verder, want dan zal ik uitleggen hoe het zit. Ik ben een wilde natuurlijke tuin, dus toen Jane, mijn eigenaresse, op een dag naar mij toe kwam en mij vertelde dat ze iets had waarmee ze mij nog mooier ging maken, dacht ik echt niet dat ze het over tuinbeelden had. Toen de aap uit de mouw kwam, en ik begreep waar ze het over had, ging ik helemaal door het lint. Jane is een rare, een vreemde kwast, ik ben veel geks van haar gewend, maar dit was te erg. Is ze nu helemaal krankjorum geworden? In een tuin zoals ik ben, horen veel planten en dieren thuis, maar verder niets. Dat is mijn mening. En ik ben niet de enige met die mening, denk ik zo. Een schutting om mij heen dat heb ik nog geaccepteerd, want Jane wil niet dat de eigenaren van de tuinen om mij heen mij zien. Dus vooruit dan maar. Een pad vanaf de tuindeur door mij heen, zodat Jane mijn planten niet plat hoeft te stampen en een terras (of twee) zodat zij in mij kan zitten en we gezellig samen kunnen zijn, dat kan ik nog allemaal begrijpen. Dat ze vervolgens die terrassen weer vol gaat zetten met potten en manden vol met planten, omdat ze steeds weer iets ziet dat ze toch ook nog wil plaatsen in mij, is alleen maar gunstig, want hoe meer planten hoe beter. Dus die potten en manden, daar heb ik geen drukte over gemaakt. Maar beelden! Hoe haalt ze het in haar hoofd.

Jane ging het mij uitleggen. Ze praatte en praatte. Ze vertelde mij dat mijn schoonheid nog meer benadrukt zou worden door die beelden. Dat ze heus geen enkele plant ervoor zou weghalen, maar juist die planten en beelden samen zou voegen tot prachtige creaties. Dat ze de wildheid en natuurlijkheid van mij juist extra glans zou geven. Jane kan zo mooi praten. En ze is zo lief. Welke tuin kan daar weerstand aan bieden? Ik niet. Dus ik heb tenslotte toegestemd, maar wel mijn voorwaarden duidelijk gemaakt. Die beelden mogen alleen een paar maanden per jaar in mij staan. Als de zomer begint, dan mag Jane haar beelden in mij zetten. Als de herfst begint, dan moeten die beelden uit mij weggehaald worden. In de herfst ben ik prachtig van mijzelf en wil ik niet dat die beelden van Jane mijn schoonheid bederven. En in de winter ga ik slapen, dan wil ik rust en niet vol staan met die troep van Jane. En in de lente is het genieten van alles dat gaat groeien en bloeien, daar horen geen beelden bij. Verder heb ik haar gezegd dat het wel natuurlijke beelden moesten zijn. Dus bijvoorbeeld beelden van dieren en geen beelden met felle kleuren. Jane heeft mijn voorwaarden geaccepteerd. Dus nu staan er drie maanden per jaar tuinbeelden in mij. Tja, je moet geven en nemen in de liefde, nietwaar? En ik hou van Jane, dus heb ik dit keer gegeven.


Jane begon eerst met twee platte stenen te kopen. Een grijze en een roodachtige. Deze heeft ze in het bosje naast de vijver gelegd. Daarop heeft ze vervolgens haar beelden geplaatst. Dieren, zoals wij hadden afgesproken. Een uil, een gans met jongen, twee verliefde duifjes en een konijn. Allemaal lichtgrijs gekleurd en neergezet op de roodachtig platte steen. En een kikker, een eekhoorn, een schildpad en een egel op de grijze steen. Deze zijn wel gekleurd (gelig, bruin en groen), maar hebben geen felle kleuren, dus vooruit dan maar. Volgens Jane konden er nu vele diertjes onder deze platte stenen kruipen en zouden er ook beestjes onder de beelden gaan wonen. Allemaal heel goed voor een wilde tuin zei Jane tegen me. Jaja, ze kan lekker kletsen, die Jane. Al moet ik wel toegeven dat er inderdaad veel dieren wegkruipen onder die stenen en beelden. En ook dat het er best wel leuk uit ziet, met allerlei planten die lekker wild over die beelden heen gaan groeien en deze een beetje verstoppen zodat het bijna een verrassing is als je door mij heen loopt en opeens zo'n koppie van een dier tussen de planten uit ziet steken. Best geinig hoor. Maar ja, ik pas er wel voor op dat tegen Jane te zeggen.





Ik dacht nu dat het klaar was met die beelden. Maar hoe dom was dat van mij. Ik ken Jane toch? Die is nooit klaar met kopen. Zij vindt dat er altijd meer in mij past. Dus opeens kwam ze aan met kabouters. Hahahaha, kabouters, is ze nou helemaal door de ratten besnuffeld! Geen kabouters in een wilde tuin! Weg met die troep! Dat was toch niet de afspraak! Kabouters, dat is toch niet natuurlijk in een natuurlijke tuin. En Jane weer praten. Kabouters zijn mythische wezens, zegt ze tegen mij. Die wonen, volgens de verhalen, in het bos. Dus het is heel natuurlijk om kabouters in een wilde tuin, die tenslotte op een bos lijkt, neer te zetten. Goed, zeg ik, en wat dan wat onze afspraak over felle kleuren betreft. Die kabouters waren natuurlijk van die lelijke fel gekleurde beelden. Bah, ze zagen er niet uit. Maar Jane had ook daar weer een antwoord op, want volgens haar zouden die kleuren vanzelf vervagen door de zon en ouderdom. Wat kan die Jane het toch mooi brengen. Ik probeerde nog een laatste keer aarzelend wat in te brengen, want ik wist al dat ik het niet zou winnen van haar, en wat denk je dat ik zeg? "Als je dan toch mythische wezens in mij wil zetten, waarom dan geen elfje." Dat had ik dus echt niet moeten zeggen. Hoe kan ik zo ongelofelijk stom zijn. Ik meende er natuurlijk niets van en zei dit zo spottend en sarcastisch mogelijk als ik kon, hopende dat ze inzag hoe misplaatst mythische figuren zouden zijn. Maar nee hoor. Jane begrijpt niets van sarcasme, want zie de foto hieronder voor het resultaat.




Ik zal dus nooit meer zo dom zijn om zoiets te zeggen. Normaal ben ik toch veel slimmer. Maar goed, nu sta ik dus elke zomer vol met tuinbeelden. Dieren, kabouters en elfjes. Wat een ramp. Maar goed dat er een schutting om mij heen staat. Zo kan niemand mij zien. Gelukkig maar. Vol met beelden, zo kun je je toch niet vertonen als fatsoenlijke wilde natuurlijke tuin! Ik ben erg zielig, vinden jullie ook niet?




Dat was het artikel van deze keer. De volgende keer zal ik weer iets vertellen over een dier. Dit keer ga ik het hebben over padden. Voor de meeste mensen vieze enge beesten, waar je gillend voor op de vlucht gaat, maar niet voor Jane. Zij is verrukt dat ze bij mij rondkruipen. Ze heeft dan ook veel gedaan om ze bij mij thuis te laten voelen zoals..............nee, daar heb ik het de volgende keer over.

(Elke zaterdag om 17.00 uur komt er een artikel online.)

Groetjes van het paradijsje van Jane.


Trouwens, hebben jullie nog tips over hoe ik Jane kan overtuigen die afschuwelijke beelden uit mij weg te halen, schrijf dan even een berichtje. Ga vooral geen berichtjes plaatsen dat die beelden zo leuk staan in mij, want dan krijg ik Jane helemaal nooit meer zo ver om die beelden te verwijderen. En ga ook geen berichtje sturen dat je zo "geïnspireerd" bent geworden door Jane's ideeën, want wie weet wat Jane dan weer gaat verzinnen. Dit keer ben ik het die getroost moet worden hoor.


Update kamperfoelie:
Toen verleden week de kamperfoelie werd verwijderd, was Jane erg verdrietig over het hele gebeuren. Niet alleen was ze treurig omdat die prachtig klimplant verwijderd moest worden en dat deze er nu dus niet meer is om van te genieten. Ook een kale schutting vindt Jane niet leuk, want ze houdt van planten overal. Verder kon Jane nu ook tussen de planken door de buren zien en de buren konden ons zien. En van dat gegluur daar houdt Jane niet zo van. Wat moest ze doen? Gelukkig heeft ze daar nu een oplossing voor gevonden. Zie onderstaande foto. Een tuinposter en een koolmeesnestkastje fleuren de schutting momenteel een beetje op. Tja, het is natuurlijk niet zo mooi als die schitterende kamperfoelie, en tuinschilderijen passen eigenlijk niet in een wilde tuin, maar in elk geval is de schutting nu minder kaal en kan er niet meer zo goed gegluurd worden. Ik heb Jane maar toestemming gegeven om dat ding op te hangen, want je moet toch wat, nietwaar?

zaterdag 2 augustus 2014

Plant #1: De kamperfoelie (Lonicera Henryi)

Zoals ik al eerder geschreven heb, ben ik een wilde tuin. Toen mijn eigenaresse Jane hier kwam wonen, was de plek waar ik ontstaan ben niets meer dan een kale vlakte. Jane kreeg de eerste dag dat ze hier woonde al van diverse buren dringende adviezen over wat ze allemaal met mijn grote zus, de voortuin, moest gaan doen. Want die was, volgens die buren, toch zo verwaarloosd. Het was duidelijk dat de buren het liefst wilden dat Jane mij en mijn zus net zo zouden inrichten als dat hun eigen tuinen eruit zien. Omdat Jane iets anders van plan was met mij, heeft ze als eerste een schutting om mij heen laten bouwen. Er was eerst nog strijd, want de buurvrouw aan de ene kant van mij wilde geen schutting op de erfgrens, dus die schutting kwam tenslotte op mijn eigen terrein te staan waardoor ik wel een stukje kleiner werd dan ik oorspronkelijk ben. Maar Jane wilde geen ruzie met haar buren, dus vooruit dan maar. Die schutting was natuurlijk te kaal voor Jane, dus daar moesten klimplanten tegen aan komen. Jane heeft toen een boomwurger, een wingerd en een kamperfoelie tegen die ene schutting, die op mijn eigen terrein staat, aan geplaatst .

Deze drie planten gingen door de goede zorg van Jane al snel enorm groeien. In de herfst zagen ze er met hun drieën geweldig mooi uit. De boomwurger werd geel en kreeg prachtige geel/rode vruchten. De wingerd werd schitterend rood. En de kamperfoelie bleef de hele winter groen en zat vol blauwe bessen. Helaas gingen de planten ook door en over de schutting groeien en dat vond buurvrouw helemaal niet leuk. Dat paste natuurlijk niet bij haar “nette” tuin. In principe kon ze niets zeggen over deze planten omdat de schutting op mijn eigen terrein staat en niet op de erfgrens, maar Jane wilde geen ruzie dus toen zij erachter kwam dat haar buurvrouw niet blij was, is zij netjes alles aan de achterkant van de schutting komen weg snoeien. Vervolgens maakten Jane en buurvrouw samen de afspraak dat de buurvrouw het direct zou zeggen als ze weer “last” kreeg van mijn klimplanten want dan zou Jane weer komen snoeien. De planten groeiden en groeiden, maar buurvrouw zei niets meer en Jane dacht dat het allemaal goed was. Maar dat was het niet! Want wat buurvrouw echt wilde, waren geen gesnoeide planten aan de andere kant van “haar” schutting, zij wilde eigenlijk helemaal geen planten. En liever nog wilde zij gewoon dat die hele schutting zou verdwijnen. Maar ja, dat kon zij natuurlijk niet zeggen.

Dus buurvrouw zei niets tegen Jane, maar klaagde zo vaak en zo luid bij de mensen die bij haar op bezoek kwamen dat tenslotte iemand het gezeur zat was en de snoeischaar oppakte en alle klimplanten van ons kapot knipte. Niet alleen wat aan de andere kant groeide, maar ook alles erop en erdoor heen en zelfs een deel van wat er aan onze kant groeide werd fanatiek weggeknipt en weggetrokken. En alles werd over de schutting over mij heen gesmeten. Ik lag vol met kapot geknipte plantendelen. Toen Jane thuis kwam en die ravage bij mij zag, was ze erg overstuur. Die Jane, dat is toch ook zo’n rare, wie gaat er nu huilen om een paar kapot geknipte planten? Nou, Jane dus. Ik vond het wel zielig voor haar hoor. Ze had zoveel werk verricht om die schutting mooi te maken. En nu was haar werk verknoeid. Tja, daar mag je ook wel een beetje verdrietig over worden toch?

Vervolgens werd er opnieuw een afspraak gemaakt. Dit keer met een mijnheer van de woningbouwvereniging als tussenpersoon, want met buurvrouw was niet meer te praten. Drie keer per jaar op van te voren afgesproken tijdstippen zou Jane alle planten aan de andere kant van onze schutting bij buurvrouw in de tuin komen snoeien. Jane had zelf die mijnheer van de woningbouw erbij gehaald en dit was Jane's eigen voorstel, dus zij was er blij mee, daarom hield Jane zich trouw aan deze afspraak. Jammer genoeg hield de wingerd niet van al die snoeibeurten, hij werd zelfs niet meer mooi rood in de herfst. Dus Jane heeft hem met pijn in haar hart weggehaald, maar al die vergeelde blaadjes die er afvielen en al die treurig slap hangende takjes na zo’n snoeibeurt, dat was ook niets. 

Buurvrouw was nog niet tevreden, drie keer per jaar snoeien was niet genoeg voor haar. Maar iets zeggen tegen Jane deed ze ook niet. Dus weer werd er een aanval op die laatste twee klimplanten ondernomen. Weer vond Jane los plantenmateriaal aan haar kant van de schutting. Nu had buurvrouw er zelfs haar eigen onkruid bij gedaan. Want volgens buurvrouw kwam dit ook allemaal bij mij vandaan. Dit keer was het einde oefening voor de boomwurger die al dat geweld niet meer kon verdragen en ook deze moest door Jane worden verwijderd. Vervolgens wilde  buurvrouw zich opeens niet meer aan de afspraak houden, Jane mocht niet meer komen snoeien aan haar kant van onze schutting. Buurvrouw wilde haar niet meer in haar tuin hebben omdat ze een vreemde is. Tja, Jane is natuurlijk wel een beetje vreemd. Vreemd, maar wel lief hoor.
 
Mijn prachtige kamperfoelie in de bloei.
En toen was er nog maar 1 klimplant overgebleven. Die kamperfoelie, die ondertussen uitgegroeid was tot een enorme bol aan onze kant van de schutting. Maar nu hij niet meer gesnoeid werd aan de andere kant van de schutting, begon hij daar ook flink uit te groeien. En dat buurvrouw dat niet wil, was ondertussen wel tot ons doorgedrongen. Gewoon laten groeien was dus geen goed idee, want dat dat niet goed ging komen was wel duidelijk. Vervolgens heeft Jane er dan maar buurtbemiddeling bijgehaald. Maar buurvrouw wilde geen gesprek met zijn allen om de tafel. Er was nu geen enkele oplossing meer over dan de laatste klimplant, die prachtige kamperfoelie, ook maar te verwijderen. Anders was de kans zeer groot, dat deze ook in stukken gesneden door de hele tuin terug gevonden zou worden. En dat heeft Jane nu al twee keer meegemaakt en wilde zij niet nog eens mee maken. Niets zo treurig dan de planten, waar je zoveel liefde in hebt gestopt, kapot en in stukken geknipt overal in je tuin verspreid terug te vinden. Dat begrijp ik zelfs, en ik ben maar een tuin.

Een bijna uitgebloeide bloem.
Dus hierbij een laatste groet aan onze prachtige kamperfoelie. Wij zullen nooit meer in de zomer je mooie oranjeachtige bloemen zien. Bloemen die druk bezocht werden door ontelbare bijtjes. Bloemen die heerlijk ruiken, al doen ze dat dan ook alleen maar ’s nachts, waardoor er dan vele nachtvlinders om heen vliegen. Nooit meer zullen we kunnen genieten van je leuke besjes die je krijgt na de bloei. Besjes die in de herfst lichtblauw verkleuren. 

Besjes, die in de herfst blauw worden.
Nooit meer kunnen we zien hoe jij, het hele jaar door  groen, toch in de herfst je oudste bladeren vervangt. Bladeren die eerst nog heldergeel worden voor ze afvallen. En helaas zal het merelvrouwtje volgende lente haar nestje niet meer kunnen maken in deze dichtbegroeide kamperfoelie, die zo’n mooie plek voor haar was om veilig in te nestelen en waarin ze al een keer eerder een nestje had gemaakt. Vaarwel Lonicera Henryi, we hebben van je genoten en we zullen je zeker heel erg missen.
   

Groenblijvende bladeren. (Slakken eten er niet van.)






Na een regenbui.






 



Dat was het verhaal van vandaag. De volgende keer ga ik jullie iets vertellen over tuinbeelden. Tuinbeelden? In een natuurlijke tuin? Wat is dat voor onzin, zul je wellicht denken. Maar Jane vindt...................tja, dat vertel ik jullie volgende keer.

(Elke zaterdag om 17.00 uur komt er een artikel online.)

Groetjes van het paradijsje van Jane.


Trouwens, mochten er lezers zijn die tips hebben hoe je een kale schutting kunt verfraaien, het liefst met iets wilds en/of natuurlijks of misschien met iets dat dieren aantrekt, schrijf dat dan even in een berichtje. Niet met klimplanten dus, want het is duidelijk dat dat geen optie meer is. Misschien als mijn schutting weer wat minder kaal is, dat Jane dit alles kan vergeten. Een beetje troost kan ze nu wel gebruiken, vinden jullie ook niet?


Update merel:
Merelkereltje komt nog steeds elke dag bij ons op bezoek. Hij is vaker en langer aanwezig dan ooit. Hij zit soms urenlang verstopt in mijn struiken, gewoon niets te doen. Hij voelt zich niet zo lekker, denk ik, want hij is nu volop in de rui. Hij ziet er niet uit. Zijn lijfje is erg warrig en overal vinden we zijn uitgevallen veren. Hij is ook schuwer dan eerst. Rustig blijven zitten zodat Jane een foto kan maken, dat wil hij niet meer. Ja, als je er zo slecht uit ziet, zou ik ook niet willen dat ze een foto van mij zouden maken. Arm kereltje. Ik hoop dat hij snel klaar is met ruien.

Mereltje vlucht weg, want hij wil niet op de foto.