Over mij

Dit blog is geschreven door een tuin. Een kleine wilde natuurlijke tuin. In dit blog schrijft die tuin over alles wat hij mee maakt. Ook zul je in dit blog de belevenissen van de eigenaresse van deze tuin aantreffen. Haar naam is Jane. De tuin is haar paradijsje: Jane's paradijsje.

Het doel van dit blog is om kennis over te dragen, ervaringen te delen en iedereen die het leest enthousiast te maken
om ook op een natuurlijke manier met planten en dieren in je tuin om te gaan.

Het paradijsje van Jane: De enige tuin die zijn eigen blog heeft.

Posts tonen met het label vaste planten. Alle posts tonen
Posts tonen met het label vaste planten. Alle posts tonen

zaterdag 14 februari 2015

Plant #10: De varen (Pteropsida/Monilophyta)

In deze tijd van het jaar ben ik altijd een beetje depressief. Ja, ook een tuin, zoals ik ben, kan zoiets overkomen. Alles is zo kaal bij mij en er zijn geen mooie insecten die bij mij rond wandelen of prachtig vlinders en bijtjes die in mij rondvliegen en er zijn zelfs geen grappige kikkertjes of rare padden die in mij rondspringen of kruipen. En Jane, mijn tuinvrouwtje, zie ik ook nog maar zelden in mij rondlopen. Die vindt het bij mij te koud en blijft de hele tijd binnen. Ja, er gebeurt helemaal niets meer bij mij en dat is zo saai. En ik voel me ook een beetje eenzaam. Daarnaast is het zo koud en soms ligt er ook nog een pak sneeuw over de grond waardoor alles nog eentoniger wordt. Bah, er is niets leuks aan de winter. Van mij mag het snel weer lente worden.

Maar ik zal niet verder klagen, want daarvoor zijn jullie niet hier op mijn blog gekomen. Jullie komen hier om iets te lezen over varens. Varens zijn heel belangrijk voor een tuin zoals ik. Varens maken het in de winter namelijk een stuk minder saai. Als je tenminste groenblijvende varens hebt gekocht. Er zijn ook bladverliezende varens, maar daar heb je natuurlijk niets aan als het winter is. Varens zijn er al heel lang. Die waren er zelfs al toen er nog niet eens mensen op de aarde rondliepen. Je kunt ze ook overal op de wereld tegen komen. Varens houden van een natte omgeving. Zowel van een beetje water op hun grond als van een hoge luchtvochtigheid. Daarom zijn er veel varens die groeien in regenwouden. Maar er zijn ook varens die het prima doen op hele droge plekjes of die zelfs in muren groeien. Maar dat zijn uitzonderingen, want de meeste varens hebben een vochtige omgeving nodig voor hun voortplanting

Varens krijgen geen bloemen en ook geen zaden. Ze planten zich voort door middel van sporen. Deze zitten aan de onderkant van hun bladeren. Soms zijn deze sporen bruin, soms groen. Niet alle bladeren van de varen hebben sporen. Varens hebben bladeren die vruchtbaar zijn en onvruchtbare bladeren. Sommige varens zijn heel klein, die passen goed in een rotstuintje. Anderen zijn enorm groot, die lijken wel op bomen. Ze worden dan ook boomvarens genoemd. Een goed water doorlatende grond die wat kalk bevat, vinden varens fijn. Hoewel hier ook weer uitzonderingen op zijn, want er zijn varens bij die juist wat zure grond willen hebben. De meeste varens houden niet zo van de zon. Ze staan liever een beetje in de schaduw. Je ziet ze dan ook vaak onder bomen staan.

Omdat varens niet kunnen pronken met bloemen, wil nog niet zeggen dat ze niet mooi kunnen zijn. Varens hebben namelijk heel mooi blad. Er zijn verschillende kleuren groen en sommige hebben ook nog bladeren die roodachtig zijn. Ze zijn er met rechte ongevederde, licht gevederde, enkel gelobde, dubbel gelobde, enkel geveerd en dubbel geveerd blad. Met al die gekrulde, gegolfde en geveerde bladeren is er voor iedereen wel een varen te vinden die in de smaak zal vallen. Je hebt ook varens die bladeren hebben die in een krul beginnen en dan uitrollen vanuit die krul, wat ook heel leuk is om te zien.

 

Jane wilde ook graag een varen bij mij planten. Ze begon met 1 mooie varen en heeft die onder de kronkelhazelaar geplaatst. Daar staat hij lekker in de schaduw. Maar al snel was daar een varenveldje ontstaan, want Jane is iemand die niet vaak met maar 1 tevreden is. Er zijn zoveel mooie varens, dus er werden er steeds meer bijgekocht. En nu staan daar 7 verschillende varens. Natuurlijk zijn dat veel te veel varens bij elkaar dus ze beginnen elkaar al lekker te overwoekeren. Tja, dat gebeurt wel vaker bij mij, want die Jane, die weet nooit wanneer ze moet stoppen.

De 1e varen die Jane gekocht heeft is de tongvaren (asplenium scolopendrium). Deze wordt  60 cm hoog. Een prachtige varen. Jane is er erg gek op.


De steenbreekvaren (asplenium trichomanes) is de kleinste. Hij wordt maar 20 cm hoog. Eigenlijk is het een varen die op muurtjes en rotsachtige grond hoort te groeien, maar Jane wist dat niet, dus nu staat hij gewoon tussen de andere varens en voorlopig doet hij het daar nog goed.


De dubbelloofvaren (blechnum spicant) staat naast dat kleintje en wordt wat groter. Hij wordt namelijk 40 cm hoog.


De glansschildvaren (polystichum polyblepharum) staat in het midden en begint al die twee kleintjes die er voor staan te overwoeken, want hij wordt 60 cm hoog.


De rode sluiervaren (dryopteris erythrosora), de naam zegt het al, loopt uit met rode bladeren die daarna bruin en tenslotte groen worden. Bij mij heeft hij momenteel alleen nog maar groene bladeren. Jane heeft hem aan de zijkant gezet zodat hij wat ruimte heeft, want hij kan 70 cm hoog worden.


Verder staat er achter de anderen nog een zachte naaldvaren (polystichum setiferum) die 60 cm hoog wordt.


Dan hebben we nog een ijzervaren (cyrtomium falcatum) die ook 70 cm hoog kan worden. Hier hebben wij geen foto van, want deze is bovengronds afgestorven. Hij komt uit oost-azie en kan tegen matige vorst. Verleden jaar was hij ook bovengronds afgestorven en Jane dacht al dat er geen leven meer in zat, maar toen het lente werd, kwam hij weer uit de grond geschoten. Dus we hopen dat hij deze lente ook weer zal verschijnen.

Ik zou nu nog veel meer kunnen vertellen over varens, want over varens kan ik uren kletsen, maar ik heb op iemands blog gelezen dat je beter niet te langdradig kunt worden, want mensen houden er meestal van om korte artikelen te lezen, dus ik laat het hierbij. De volgende keer zal ik jullie weer trakteren op een stukje Dagboek van een tuin. Dat gaat dit keer over alle winterwerkzaamheden, want Jane heeft in de winter toch zoveel bij mij te doen, maar wat.......dat vertel ik je de volgende keer.

(Elke zaterdag om 17.00 uur komt er een artikel online.)

Groetjes van het paradijsje van Jane.


Trouwens,  ik ben erg benieuwd wat de mening is van mijn lezers. Vinden jullie ook dat korte artikelen lekker te lezen zijn of houden jullie juist van heerlijke lange verhalen? Laat dat maar eens weten in een berichtje.

zaterdag 24 januari 2015

Plant #9: Het nieskruid (Helleborus)

Ik ben een wilde tuin waarin altijd wat te beleven is. Jane, je weet wel, dat vrouwtje dat mij aangelegd heeft en mij regelmatig verzorgt, houdt nu eenmaal niet van saai. Zo wilde zij perse dat ik een tuin werd die in alle seizoenen mooi is. Dus ook in de winter. Normaal gesproken is het vrij kaal in de natuur als het winter is, dus je kunt natuurlijk wat groenblijvende planten neerzetten. Daar lijkt het al een stuk minder saai door. Maar Jane zou Jane niet zijn als ze daar tevreden mee was. Nee, wat groenblijvers was niet genoeg voor haar. Ze heeft dus een stukje van mij helemaal omgetoverd tot een wintertuin. Het staat vol met groenblijvers, planten die in de winter bessen hebben, een struik met katjes, winterbloeiers en planten en bollen die heel vroeg in het voorjaar al gaan bloeien. Dit stukje is nog niet helemaal tot volle wasdom gekomen, maar als alles het gaat doen zoals gepland is, wordt het een heel mooi kleurrijk stukje. Als alles tenminste dit keer goed gaat, dus nu maar hopen dat dit experiment van Jane wel een keer zal lukken..........


Er bloeien niet zoveel planten in de winter en daarnaast ligt dat stukje wintertuin ook nog voornamelijk in de schaduw, dus het was wel even zoeken voor Jane. Maar dat is iets dat Jane leuk vindt om te doen, op internet zoeken naar passende planten, dus dat was geen probleem. Jane heeft tenslotte nog wel het een en ander gevonden. Zo vond zij bijvoorbeeld de kerstroos. Kerstrozen zijn vaste planten die bloeien in de winter en ze zijn groenblijvend. Dus heel erg geschikt voor een wintertuin. De bladeren zijn handvormig en vrij groot. Na de bloei hebben ze ook nog zaaddozen die heel decoratief zijn en vrij lang aan de plant blijven. De bloemen van de kerstroos kunnen verschillende kleuren hebben zoals rood, roze, wit of lichtgroen. Sommige hebben gespikkelde bloemen. Ze bloeien in januari tot en met maart. En ze kunnen in de zon staan of in de halfschaduw. In de halfschaduw doen ze het vaak nog wat beter dan in de zon. Ze houden van compost, bladaarde of koemestkorrels. En ze staan graag in kalkrijke grond. Kerstrozen zijn goed winterhard. Ze willen graag vochthoudende, maar wel doorlatende, grond hebben. Het zijn prachtige planten. Maar er zijn wel een paar dingen waar je goed van op de hoogte moet zijn, bijvoorbeeld dat ze giftig zijn. Ook houden deze planten er niet van om verplaatst te worden, dus je moet van te voren goed bedenken waar je ze wilt hebben.









 


Jane begon met het kopen van 1 kerstroos. Om uit te proberen of het iets was voor mij. Op het kaartje dat aan de plant hing, stond Helleborus orientalis. De Nederlandse naam op het kaartje was Oosterse kerstroos. Jane was benieuwd hoe deze plant er in bloei uit zou zien. Gelukkig hoefde ze niet lang te wachten, want direct het 1e jaar begon deze plant al te bloeien. Op het kaartje stond een donkerrode bloem afgebeeld, maar er kwamen lichtgroenige wittige bloemen aan de plant. Een grote verrassing dus. Blijkbaar klopte het kaartje dat eraan hing helemaal niet. De bladeren, die enorm zijn, staan op lange stelen, maar doordat de bladeren zo zwaar zijn, hangen deze op de grond. De bloemen komen op lange stelen tussen de bladeren omhoog. Ze worden ongeveer 50 cm hoog. En de zaaddozen zijn werkelijk prachtig.


Jane vond deze plant erg mooi en besloot er nog meer te kopen. Jane dacht dat er gewoon maar 1 soort kerstrozen bestond, dus ging zij op zoek naar nog meer helleborus orientalis, net als de plant die ze al had. Ze vond een setje van 5 planten met die naam helleborus orientalis op het kaartje waarbij in het Nederlands de naam "kerstrozen mix" stond. Op het plaatje een mengelmoes van witte, roze, rode en lichtgroene bloemen. Dat past mooi bij degene die ik al heb, dacht Jane. Dus die 5 kwamen naast die ene die er al stond te staan. En die vijf planten staan er nu al een paar jaar. Maar bloemen, die krijgen ze niet. Die ene bloeit nog steeds elk jaar weer en ziet er prachtig uit met zijn groen/witte bloemen en daarna zijn zaaddozen. Maar die andere vijf doen niets. Deze 5 planten hebben ook bladeren die veel kleiner zijn en de stelen waarop die bladeren staan zijn ook lang niet zo lang als van die ene die wel bloeit. Dus Jane nog eens op dat kaartje kijken wat aan die 5 kerstrozen hing. Staat daar op dat de planten niet hoger worden dan 25 tot 40 cm. Dat is toch wel een stuk lager dan die andere. Wat is hier aan de hand?


Na een speurtocht op het internet, ontdekten we dat het allemaal erg verwarrend is. Er gaan namen rond als lenteroos, kerstroos, oosterse kerstroos en zelfs winterroos. En de namen Helleborus orientalis wordt daar overal bij gebruikt. Maar na nog meer speurwerk, was het ons helemaal duidelijk. Je hebt Helleborus niger en dat is de echte kerstroos en deze wordt 30 cm hoog. Dan heb je de Helleborus orientalis en dat is niet de kerstroos maar heet eigenlijk de lenteroos en wordt 45 cm hoog. Dan heb je nog de Helleborus foetidus, dat stinkend nieskruid wordt genoemd. En tenslotte heb je de Helleborus viridis die de naam wrangwortel heeft gekregen. Het is duidelijk dat de laatste twee niet voor verwarring zullen zorgen. Maar die eerste twee worden zowel bij plantenverkopers als op het internet door elkaar gehaald. In elk geval horen alle vier de soorten bij het geslacht nieskruid. Begrijpen jullie het nog?


En welke soorten hebben wij nu in het stukje wintertuin staan? Degene die niet bloeien, kunnen we niet opmeten, dus dat weten we niet. Maar het zijn vrij kleine planten dus misschien zijn dat de echte kerstrozen en zou de naam Helleborus niger op het kaartje hebben moeten staan en niet Helleborus orientalis. Onze plant die wel bloeit, is ongeveer 50 cm, dus geen kerstroos maar wellicht is dat dan een lenteroos? Maar dan wel een lichtgroene en geen rode zoals op het bijpassende kaartje stond. En er staat ook op dat deze plant 50 tot 60 cm hoog kan worden en de lenteroos wordt maar 45 cm. Wij snappen er niets meer van, want het is allemaal wel erg ingewikkeld hoor. Tuinieren is moeilijker dan we dachten, zucht.

Dat was het weer voor deze keer. De volgende keer is het weer tijd voor de outfit van het seizoen. En wat je daar toch allemaal in te zien krijgt..........dat zie je wel de volgende keer.

(Elke zaterdag om 17.00 uur komt er een artikel online.)

Groetjes van het paradijsje van Jane.


Trouwens, weet iemand welk nieskruid er bij mij staat, schrijf dan even een berichtje, want wij zijn erg nieuwsgierig welk "roosje" er nu bij ons staat.


Update katten:
Katten zijn heel leuk en lief (althans volgens Jane), maar een kat in je tuin die je merelkereltje probeert te pakken is niet leuk, daar weten wij alles van. Een kat die je hele tuin onder poept en je plantjes uitgraaft, is natuurlijk ook niet leuk. Vooral niet als deze kat elke dag weer langskomt. Ja, dan kan dit wel eens een probleem worden en zo zijn er allerlei oplossingen bedacht en op internet gezet. Wat denk je van deze oplossing? Het moet toch niet gekker worden!

zaterdag 25 oktober 2014

Plant #5: De herfstaster (Aster Dumosus)

Als jullie mijn laatste artikel (zie het artikel over spinnen) hier op mijn blog hebben gelezen, dan weten jullie dat ik een kleine wilde natuurlijke tuin ben, maar wel 1 die vreest voor zijn leven. Of ik mag blijven, of veranderd zal worden in een kale betonvlakte, is mij nog niet helemaal duidelijk geworden, want ik heb nog geen contact met mijn eigenaresse Jane gehad. Dus ik weet niet of ze al gekalmeerd is of dat ze nog steeds voornemens is om mij met de grond gelijk te maken. En omdat mijn voortbestaan nog steeds aan een zijden draadje hangt, heb ik besloten vandaag dan maar een artikel te schrijven over mijn grote zus. Mijn grote zus de voortuin. Meestal is de achtertuin de grootste tuin die mensen aan hun huis hebben liggen en is het voortuintje juist klein, maar hier is het precies andersom. Mijn zus is groot en ik ben juist het kleintje.

 
Herfstasterblad

De eerste dag dat Jane hier kwam wonen en spullen haar huis in liep te sjouwen, werd ze direct al aangesproken door diverse buren die zich kwamen voorstellen, maar die meteen ook maar even duidelijk maakten dat de voortuin toch een vreselijke onkruidvlakte was en dat daar toch veel aan gedaan moest worden. En wat hen betreft het liefst dezelfde dag nog. Jane vond de voortuin eigenlijk best mooi, maar een blik om haar heen maakte haar duidelijk dat de voortuin totaal anders was dan de tuinen van haar buren. Daar in die tuinen van de buren bestaat de grond namelijk uit blootgelegde aarde waar geen sprietje het moet wagen het tere kopje op te steken. Er staan stijve struikjes en heesters strak in het gelid. Er ligt nergens "rommel", oftewel geen enkel blad, takje, steentje, vruchtje, nootje, zaadje, uitgebloeid bloempje of wat dan ook, op de grond. En in elke tuin is de basis een zeer gladgeschoren gazon met kaarsrechte randjes en deze worden niet alleen met een grasmaaier, maar ook met een nagelschaartje en liniaal bewerkt om ze maar zo strak mogelijk te krijgen. Verder wordt elk knopje afgeknepen, elk uitlopertje ingebonden, elk insect de nek omgedraaid.

 
Herfstasterbloem

Mijn grote zus de voortuin paste totaal niet tussen deze tuinen. Het is niet verwonderlijk dat de vorige bewoners, degene die deze voortuin hadden aangelegd vol met al die wilde planten, waren verhuisd. Want je kon je goed voorstellen dat zij zich hier in de straat beslist niet thuis hebben gevoeld. Aangezien ik toen nog een kale vlakte was, dus de buren konden over mij niet klagen, besloot Jane, omdat ze de buren graag tevreden wilde stellen, om dan maar eerst de voortuin aan te pakken. Omdat ze graag wilde dat de buren haar zouden accepteren en ze opgenomen zou worden in hun midden, (ja, zo dom ben je nog als je pas ergens komt wonen), ging Jane mijn zus veranderen in iets dat de buren zou plezieren, met in haar achterhoofd het idee dat ze van haar achtertuin een prachtig paradijsje zou maken waarvan ze zelf zou kunnen genieten. Maar dan wel met schuttingen erom heen zodat de buren er niets van zouden kunnen zien.

Herfstasters beginnen te groeien.

Jane is helaas maar een zwak vrouwtje en die gigantische metamorfose die mijn zus moest ondergaan kon Jane zelf niet voor elkaar krijgen, maar gelukkig kende ze een Tarzan en deze heeft haar geholpen om bijna alles uit de grond te halen wat er in mijn grote zus de voortuin stond (en dat was heel veel). Ook heeft Tarzan daarna de hele boel vlak gemaakt en er gras gezaaid. Want tussen al die tuinen vol met gazons, zou een voortuin bestaand uit gras prima staan, zo dacht Jane. In mijn zus stond ook een krentenboom en een struik. Die struik was een hortensia en met al die hortensia's om ons heen, mocht deze natuurlijk blijven staan. De struiken van de buren staan allemaal in een met pikzwarte aarde bedekt randje langs het grasveld, maar Jane vond dat niet zo leuk, dus zij deed het iets anders. Maar een prachtige grote volle blauw-roze hortensiastruik gewoon in het grasveld zelf, dat konden de buren nog wel verdragen.

Herfstasterknop

Helaas dachten ze niet zo over die boom, die moest maar liever weg, aldus de buren. Omdat Jane toch een beetje opstandig karakter heeft, en het niet over haar hart kon verkrijgen die prachtige boom met de grond gelijk te maken, heeft zij niet naar de buren geluisterd en liet zij die boom toch maar gewoon staan. Tarzan heeft er een mooi bordertje omheen gemaakt. Helaas werd dit gedaan door er een walletje naast te storten van aarde (lekker goedkoop en heel creatief) in plaats van een hek of ander soort van afscheiding te kopen en te plaatsen (te duur voor ons en trouwens lang niet zo leuk), dus het leek volgens de buren nergens op. Maar door er wat kleine struikjes, een vlinderstruik en wat vaste planten bij te zetten, zag het er toch wel verzorgd uit, zo dacht Jane. Omdat Jane al bij voorbaat wist dat al het onkruid eruit wieden en de aarde pikzwart houden zoals de buren dat zo graag zien, niet zou gaan lukken (wegens tijd en energie gebrek), heeft zij de aarde compleet bedekt met een dikke laag schors. Een beetje anders dan de tuinen erom heen, maar wel netjes, toch? Tja, het eindresultaat was waarschijnlijk toch niet helemaal wat de buren graag hadden gezien. Op 1 of andere manier bleef mijn zus er anders uitzien dan haar soortgenoten om haar heen. Maar goed, Jane had haar best gedaan om de buren te plezieren.

Herfstasterknop gaat open.

Jammer genoeg konden Tarzan, die ook nog een eigen huis en tuin heeft die ook regelmatig onderhoud nodig hebben,  en Jane, de chronisch zieke alleenstaande moeder, die daardoor weinig tijd en energie heeft, niet voldoen aan de norm van de buren. Drie keer per week het gras maaien en dan met een nagelschaartje de te lang gebleven sprietjes bijknippen, elke dag onkruid wieden en alles van je aarde afhalen en die aarde losmaken zodat het donkerzwart blijft, elk zandkorreltje van je pad afvegen, constant elk uitgebloeid bloempje verwijderen, elk plantonderdeel dat er niet meer beschaafd genoeg uit ziet van je planten afknippen, en natuurlijk de buitenkant van je huis, je afvalcontainers en je auto elke week uitgebreid schoonmaken met een sopje, kortom het grootste deel van de dag in je tuin werken, dat is een onmogelijke taak voor Jane. Zij heeft nog tijdenlang geprobeerd om mijn zus er appetijtelijk uit te laten zien, maar de buren bleven zeuren over alles wat er niet zo uitzag als bij hen en ze bleven Jane duidelijk maken dat er dingen in mijn zus gedaan moest worden omdat ze er verwaarloosd uit zag, en dat terwijl Jane net een paar uur hard gewerkt had om haar er netjes uit te laten zien, dat Jane er helemaal gek van werd en het tenslotte maar opgegeven heeft. Vooral de aanval op mijn klimplanten (zie artikel over de kamperfoelie op mijn blog) heeft een verandering bij Jane teweeg gebracht en zij trekt zich nu niets meer aan van de klachten van de buren. De schutting die om mij heen staat, kan Jane ook wel weer weghalen, want mijn zus begint er ondertussen net zo wild uit te zien als ik. Mij verstoppen is dus eigenlijk helemaal niet meer nodig.

Herfstasters in een mand in de vlindertuin bij mij.

Maar ik dwaal behoorlijk af, want wat ik wilde vertellen is het volgende. Toen Jane nog haar best deed om aan de behoeften van de buren te voldoen, heeft zij herfstasters in mijn zus geplant. Deze planten zag ze aan alle kanten in de tuinen om mijn zus heen staan, dus dit waren blijkbaar door de buren geliefde planten, daarom besloot Jane er ook 5 in haar voortuin te zetten. Omdat asters hoog kunnen worden, en ze dan gesteund moeten worden omdat omgewaaide asters er verwaarloosd uit zien en dus niet geaccepteerd worden door de buren, en Jane geen tijd had voor dat extra werk, heeft Jane voor dwergasters gekozen. Er staan Prof. Anton Kippenberg asters in mijn zus. Deze kun je overal neerzetten waar je wilt, want ze kunnen in de schaduw, halfschaduw of in de zon staan en verder doen ze het ook prima op plekken waar het droog is, zoals onder die krentenboom. Ook zijn ze zeer winterhard, want ze kunnen -35 graden vorst verdragen. Ze bloeien vanaf augustus tot en met oktober en worden zo'n 40 centimeters hoog. Ze zijn paars met een geel hartje. Wat Jane er vooral leuk aan vindt, is dat de vlinders deze planten graag bezoeken. (Daarom heeft ze er ook een paar in een mand bij mij in de vlindertuin gezet.) En samen met die vlinderstruiken (ja, ondertussen staan er nu al twee van deze struiken in mijn zus) is het een zeer vlinderrijk stukje natuur geworden. Niet echt wat de buren graag zien, maar Jane wel. En tenslotte is het Jane's voortuin, toch? 

Herfstasterveldje in mijn grote zus, de voortuin.
Zo, dacht Jane, nu zullen de buren wel blij zijn met mij. Ik hoor erbij, want ik heb ook asters in de tuin staan, net als zij. Nou, dat dacht Jane nu juist helemaal verkeerd. Want het is natuurlijk wel de bedoeling, als je hier in de straat een tuin hebt met asters erin, dat je direct na de bloei die dingen tot op de grond kortwiekt. En tja, dat doet Jane niet. Zij laat die uitgebloeide dingen staan, want dat vindt ze heel mooi en verder kunnen er dan allerlei diertjes de winter hierin doorbrengen. Allerlei diertjes? Oei, dat vinden de buren helemaal niet leuk, want die houden niet van diertjes. Die domme Jane. Daarnaast heeft Jane niet in de gaten gehad (ze is echt heel dom) dat de buren maar een paar van die asters hadden staan en dat zij elke keer het grootste deel eruit halen, want als je dat niet doet, dan wordt het een veld vol asters in plaats van hier en daar een astertje. En hier en daar een astertje, dat is wat de buren vinden zoals het moet zijn en niet dat grote veld met asters dat er nu ondertussen in mijn zus te bewonderen is. Te bewonderen door Jane dan, want de buren vinden het een ramp. Dus het moet nu toch ondertussen wel voor iedereen duidelijk zijn.........Jane zal nooit een tuin kunnen creëren waar de buren blij van worden. Ze zal het toch altijd verkeerd doen, want Jane is veel te gek op planten en dieren om zich aan te kunnen passen bij de eisen van de buren.

Dat was het weer voor deze keer. De volgende keer ga ik mij met de mode bezig houden en wel de herfstmode voor dit jaar. Ik ga namelijk........., maar dat ga ik jullie nu natuurlijk nog niet verklappen, nee, dat vertel ik pas de volgende keer.

(Elke zaterdag om 17.00 uur komt er een artikel online.)

Groetjes van het paradijsje van Jane.


Trouwens, hebben jullie nog tips of advies hoe je buren tevreden kunt houden terwijl zij een totaal ander idee hebben van hoe jouw tuin eruit zou moeten zien dan je zelf hebt, en je zelf niet al je planten wilt en kunt modelleren en ook niet al je dieren in je tuin wilt afmaken, terwijl je buren dat wel van je verlangen, en je je dus, ondanks dat je je best hebt gedaan, toch nog steeds niet kunt aanpassen aan de idealen van je buren, stuur dan even een berichtje. 


Update spin:
Ah, wat zie ik nu? Komt Jane weer eens een keer naar buiten? Ja, ik geloof het wel, de deur gaat open! Ja hoor, eindelijk, daar is Jane weer een keer. En ze heeft geen eens afval bij zich. Zou ze speciaal naar buiten komen om weer eens met mij samen te zijn? O, daar komt iemand achter haar aan naar buiten. Ach dat is Tarzan. Nou, dat is jammer, want nu kan ik Jane natuurlijk niet aanspreken en aan haar vragen of ze nog boos is over die paar spinnetjes die ik op haar heb gegooid. En ik wilde nog wel mijn excuses aanbieden. Maar ja, nu is ze met Tarzan in gesprek.... Maar wat hoor ik nou? Tarzan wijst op mijn vlindertuin en zegt tegen Jane dat ze die dan maar moet weghalen......??? En nu begint hij ook nog over de tuintafel met de groentepotten. Die moet ook weg volgens hem. En het insectenhotel kan ook niet blijven, hoor ik. En nu heeft hij het over de frambozenstruik, die moet er ook aan geloven. En kijk, Jane staat erbij met tranen in haar ogen. O nee! Ik denk dat ze mij toch helemaal gaan leeghalen en een betonvlakte van mij gaan maken. Boehoehoehoehoe.............Ze gaan mij slopen. Ze gaan mij vernietigen. En dat allemaal omdat ik een paar spinnetjes op Jane heb gegooid. Jane is boos op mij en wil mij niet meer. Boehoe, snik, snotter, jank. Ik ben de ongelukkigste tuin van de wereld.....................

zaterdag 13 september 2014

Plant #3: De guldenroede (Solidago)

Een wilde natuurlijke tuin zoals ik, kan niet zonder een bediende, pardon, tuinvrouw. En daarom heb ik Jane. Ze is lief, wil alles voor mij doen en doet altijd erg haar best, wat wil ik nog meer. Maar soms............soms kan ik haar wel achter de klimplanten, pardon, het behang plakken. Zo was er een dag dat Jane opeens besloot dat ik een border nodig had. Een in de zomer bloeiende vaste planten border. Hoe komt ze op dat idee? Ik heb toch helemaal geen border nodig. Een border is voor nette tuinen, toch niet voor een tuin zoals ik. Maar Jane wist het zeker. Ze ging een border in mij maken. De hele winter was ze bezig met haar border. Op papier dan natuurlijk. Ze ging allerlei planten uitzoeken. De kleur van de bloemen, de kleur van de bladeren, de vorm van de bloemen, de vorm van de bladeren, de bloeiwijze van de bloemen, de groeiwijze van de plant.......alles moest bij elkaar passen. Jane knipte plaatjes uit tijdschriften van al deze planten en legde die naast elkaar neer om te zien hoe het er allemaal uit zou komen te zien. En dan moest ze nog beslissen hoeveel planten van elk er samen, in dat piepkleine stukje grond dat Jane ervoor bestemd had, zouden kunnen passen. Ja, het was een enorm karwei. Maar volgens Jane zou het prachtig worden. Hahaha, ik wist wel beter. Een border in een wilde natuurlijke tuin. Te zot voor woorden.

Toen kwam de lente en Jane ging planten kopen. Ze kwam thuis met planten genoeg voor tien tuinen. Nou ja, zo zag het er voor mij tenminste uit. Allemaal planten die prachtig zouden staan in super nette tuinen. En al die plantjes ging ze in dat kleine stukje aarde planten. Het stond er al snel propvol, maar ja, daar houdt Jane van. En in een tuin zoals ik ben, hoort dat ook wel een beetje. Kale aarde, dat past niet bij mij. En al gauw gingen de plantjes groeien en sommigen ook nog bloeien. En toen ontdekte Jane dat er een aantal waren die toch niet de kleur hadden die ze wilde hebben en die moesten er dus weer uit, want dat stond niet in haar blauw/geel/rood/witte border. En dan waren er ook nog planten die niet hielden van de plek waar de border was, want die hielden juist van schaduw of van natte aarde of van zure aarde of van zanderige aarde. En dat was de border zeker niet, want die was zonnig en droog en kalkrijk en kleiig. Dus die moesten ook allemaal weer ergens anders terecht komen. En dan kreeg je weer kale plekken in de border die dus weer opgevuld moesten worden met andere planten, maar dan wel weer met planten die daar pasten. Tjonge, tjonge, tjonge, wat was die Jane toch druk met die border.

En toen was er ondertussen een jaar voorbij en begon eindelijk bij Jane door te dringen, dat een border, zo als zij het wilde, iets was voor nette tuinen en niets was voor mij. Nou, een jaar is nog snel, het had net zo goed wel jaren kunnen duren voordat ze het eindelijk begrepen had. Dus toen kwam ze janken bij mij. Wat ze toch met die border aan moest, want het werd maar steeds niet zoals zij bedacht had. En toen heb ik haar advies gegeven en gelukkig heeft ze naar me geluisterd. Want als zij zo graag een border wil in mij, dan kan dat best, maar dan natuurlijk wel een natuurlijke border. Een border met planten erin die passen bij het stukje grond en bij mij. Met planten die lekker wild groeien en die veel dieren aantrekken. Planten die de buren onmiddellijk zouden uitrukken als ze bij hen in de tuin zouden staan. Planten die onkruid worden genoemd door de meeste mensen, maar die ik inheems noem. Je weet wel, dat soort planten. Dus Jane ging op zoek naar die planten. En toen vond zij de guldenroede. Misschien niet echt een inheemse plant, maar wel een plant die lekker wild kan groeien en zeker veel beesten aantrekt. Een plant die eigenlijk best wel bij mij past. En ze hoefde hem niet eens te kopen. Nee, want ze vond hem bij iemand die een nog wildere natuurlijkere tuin heeft dan Jane. En ze mocht er een paar mee nemen voor mij. En ze ging ze achter in de "border" neerzetten, daar waar ondertussen alweer een kale plek was ontstaan omdat er alweer planten uit verdwenen waren die het niet naar de zin hadden gehad in dat stukje aarde.

Blad van de guldenroede.


Guldenroede in knop.
En die guldenroede ging groeien en groeien. Het is een prachtig plant. Een plant uitermate geschikt om tegen een schutting aan te zetten die kaal is omdat er geen klimplanten tegenaan mogen groeien van je buren. Dus perfect passend tegen een schutting zoals ik die heb. Want jullie weten wel wat er gebeurd is met al die klimplanten tegen mijn schutting (en als je het niet weet, lees dan maar eens het artikel over de kamperfoelie, hier op mijn blog). De guldenroede wordt flink groot. Hij is bij mij anderhalve meter hoog. Dus het grootste deel van de schutting achter deze plant is er al achter verdwenen. Joepie, dat is de oplossing voor ons probleem. Jane is helemaal verrukt. Ze heeft het licht gezien. We gaan onze border lekker helemaal vol zetten met hele hoge planten en zo zal die kale schutting mooi daarachter verdwijnen. De guldenroede heeft onze ogen geopend. En hij is zo mooi.

Bloeiende guldenroede.
In augustus begint hij te bloeien. En met een beetje mazzel, bloeit hij in september ook nog. En heel soms is er ook nog wel een bloempje in oktober te zien. Hij heeft prachtige gele pluimen. Een hoge plant met schitterende gele pluimen. En hij ruikt heel lekker en dat vinden de insecten ook. Want hij zit vol met diertjes. Verschillende soorten hommels, bijen en wespen vliegen er omheen. Allerlei vliegen (sommigen daarvan zijn zelf ook prachtig om te zien), kun je zien zitten op deze plant. Daarnaast zijn vlinders ook dol op deze plant. Ze zitten namelijk vol met nectar. Het is een winterharde overblijvende plant. Een minpuntje is misschien dat hij flink kan woekeren. Maar ach, dan trek je gewoon dat wat teveel is er weer uit, toch? De guldenroede vindt de grond in onze "border" best goed. Ze hebben blijkbaar niet echt behoefte aan natte grond, doen het prima op onze droge grond en ook het feit dat de border zonnig ligt, is blijkbaar geen probleem voor de guldenroede. Verder geeft Jane in het voorjaar wat koemestkorrels of een laagje compost. Hij sterft aan het eind van de herfst boven de grond af, maar Jane laat de stengels met uitgebloeide bloemen gewoon staan want die zijn heel mooi in de winter met een laagje rijp erop. In het voorjaar gewoon bij de grond afknippen en voordat je het weet, loopt hij weer snel uit en gaat weer groeien en groeien.

Guldenroede-pluis

Guldenroede samen met kogeldistel
Een mooie plant dus die guldenroede. Alleen hebben we nu wel een probleempje. Want Jane is nu weer helemaal gek geworden en doet niets anders dan dromen van een border met allemaal schitterende hoge planten die de hele schutting bedekken. Dus nu zit ze weer uren op het internet te zoeken naar inheemse hoge planten die veel insecten aantrekken en die mooi bij elkaar passen. Wat denk je van kogeldistel? Een hoge plant met blauwe bollen, die past heel goed bij guldenroede. (Jane heeft hem ondertussen al gekocht en hij staat inderdaad heel mooi naast de guldenroede. Zie foto.) Of wellicht moeten we koninginnenkruid nemen? Nee, dat is niets want die houdt van nat. Doet het vast niet goed in onze droge border. Misschien dan zonnehoeden, die worden ook hoog en trekken vlinders aan. Maar nee, die passen niet echt in een wilde tuin, toch? Of dan de gele dovenetel. Nee die is 1 jarig. Wat denk je van smeerwortel, zou dat dan iets voor jou zijn...blablabla..........Grrrrr. Mensen, ik zal ze nooit begrijpen.

Dat was het weer voor deze keer. De volgende keer zal ik jullie verblijden met een heerlijk recept. Ik ben ervan overtuigd dat jullie er allemaal van zullen smullen. Eerst neem je.........maar nee, dat vertel ik jullie pas de volgende keer.

(Elke zaterdag om 17.00 uur komt er een artikel online.)

Groetjes van het paradijsje van Jane.


Trouwens, hebben jullie nog ideeën voor hoge inheemse planten die veel dieren aantrekken, schrijf dan even een berichtje, want hoe sneller Jane besloten heeft welke planten ze in de "border" gaat zetten, hoe sneller ik weer rust heb.


Update vlinder:
Verleden week heb ik jullie geschreven over de vlinders die mijn grote zus, de voortuin, volgens mij van me heeft afgepikt. Nou, ik heb contact met mijn zus gehad, ik wilde haar er al flink van langs geven, maar zij vertelde mij dat haar vlinderstruik natuurlijk altijd wel vlinders aantrekt en in de zomer vol zit met vlinders, maar dat ze afgelopen maand ook veel minder vlinders heeft gehad dan het jaar ervoor. Ze heeft echt niet mijn vlinders afgepikt. Zij heeft juist ook weinig vlinders dit jaar. Dus blijkbaar is er een andere reden dat ik dit jaar zo weinig vlinders heb gehad. Maar wat is die reden dan? Het was toch warm en daar houden vlinders toch van? Misschien was het te droog? Of kwam het omdat door de warme lente de planten eerder gingen bloeien en ze ook weer eerder uitgebloeid waren? Wie het weet, mag het zeggen, want ik weet het niet. De natuur laat ons altijd weer achter met vraagtekens. Prachtig die natuur. Ik ben blij dat ik er vol mee sta.