Over mij

Dit blog is geschreven door een tuin. Een kleine wilde natuurlijke tuin. In dit blog schrijft die tuin over alles wat hij mee maakt. Ook zul je in dit blog de belevenissen van de eigenaresse van deze tuin aantreffen. Haar naam is Jane. De tuin is haar paradijsje: Jane's paradijsje.

Het doel van dit blog is om kennis over te dragen, ervaringen te delen en iedereen die het leest enthousiast te maken
om ook op een natuurlijke manier met planten en dieren in je tuin om te gaan.

Het paradijsje van Jane: De enige tuin die zijn eigen blog heeft.

Posts tonen met het label planten. Alle posts tonen
Posts tonen met het label planten. Alle posts tonen

zaterdag 28 maart 2015

Plant #12: De narcis (narcissus)

Er zullen niet veel mensen zijn die niet weten wat een narcis is. Het is een bolgewasje dat overal in het voorjaar te bewonderen is. Narcissen zijn er in vele soorten en kleuren. Je stopt de bollen in de herfst in de grond en in het voorjaar beginnen ze te bloeien. Ze vermeerderen zich vanzelf. Elk jaar zullen er meer bloemen komen. Ze kunnen in de zon of in de halfschaduw staan. En ze houden van vruchtbare goed water doorlatende grond. De naam is afkomstig uit de Griekse mythologie. Narcissus was een prachtige jonge jager met veel bewonderaars, maar hij hield van niemand en joeg al zijn aanbidders bij hem weg. Maar op een dag werd hij toch verliefd. Helaas bleek dit de weerspiegeling van hem zelf in een vijver te zijn. De jonge knaap was verliefd op zich zelf geworden. Hij kon niet meer weg gaan van diegene waar hij zo verliefd op was en hij bleef daar dus bij die vijver zitten, at en dronk niet meer, en tenslotte kwijnde hij helemaal weg. Maar de godin Aphrodite vond dit zo jammer van die mooie jongeman en daarom veranderde ze hem toen in een bloem, de narcis.





In een wilde tuin zoals ik ben, zouden misschien best wel eens wat narcisjes geplant kunnen worden, maar mijn eigenaresse Jane vond het toch niet zo passen bij mij. Ze vond het meer iets voor mijn grote zus de voortuin. Zoals jullie misschien nog wel weten (zie het artikel over herfstasters hier  op mijn blog) probeert Jane mijn zus een beetje netjes te houden om de buren tevreden te stellen en doet ze altijd haar best om haar voortuin te laten passen in de buurt. En aangezien narcissen hele bekende en geliefde bloemen zijn en alle buren ze in hun tuin hebben staan, leek het Jane ideaal om deze in mijn zus te planten. Maar ja, jullie weten ondertussen ook wel dat Jane een beetje anders is dan de anderen hier om ons heen. Dus zij heeft de narcissen niet netjes in groepjes in de borders staan zoals alle andere buren dat wel hebben. Nee, zij moest het weer anders doen. Want narcissen staan zo mooi in het gras, vond Jane. Dus werden er gaten gestoken in het grasveld en daar werden de bollen in geplant. Dit heeft Jane gelijktijdig met krokusjes gedaan zodat het grasveld in het voorjaar eerst gevuld is met paarse krokusjes en vervolgens een geel aanzien krijgt door alle uitkomende narcissen.


Eigenlijk is het best een mooi gezicht. Maar toch wel heel anders dan al die keurig onderhouden gladgeschoren en met nagelschaartjes en liniaal afgewerkte gazonnetjes. Deze zijn natuurlijk alleen maar egaal groen. Geen bloemetje in het gras te bekennen. En dan dat grasveld van mijn grote zus daartussen eerst vol met paarse en later met gele bloemen, dat valt wel op. En dan is het ook nog zo dat je de bladeren van de bollen rustig moet laten afsterven, want dat is voeding voor de bol. Zie je het al voor je, dat gras dat niet gemaaid kan worden en almaar langer wordt met die geel wordende langzaam afstervende bladeren daar tussen in. En dat in deze keurige buurt. Nee, Jane heeft niet goed nagedacht. Maar ja, goed nadenken is niet de sterkste kant van Jane. En nu heb ik Jane ook nog horen zeggen dat ze eigenlijk best een wilde bloemenweide van het grasveld in mijn zus zou willen maken. Oh oh, als dat maar goed afloopt!


Dat was het weer voor deze keer. De volgende keer ga ik jullie weer een beetje inspiratie geven. En dit keer ga ik jullie inspireren om............nou ja, dat vertel ik jullie natuurlijk pas de volgende keer.

(Elke zaterdag om 17.00 uur komt er een artikel online.)

Groetjes van het paradijsje van Jane.

zaterdag 7 maart 2015

Plant #11: De hazelnoot (Corylus av. rode zellernoot)

In een klein tuintje, zoals ik dat ben, passen niet veel grote struiken. Jane, mijn eigenaresse, heeft dan ook haar best gedaan om zoveel mogelijk struiken uit te zoeken die klein blijven. Helaas is ze daar niet altijd in geslaagd, want sommige struiken in mij worden wel heel erg groot. Zoals bijvoorbeeld de hazelnotenstruik. Als piepklein struikje in mij geplaatst, is hij na enkele jaren ondertussen uitgegroeid tot de grootste struik die er in mij staat. Hij is werkelijk enorm groot en komt al bijna tot aan het dak van het huis. Op het kaartje dat aan de struik hing, stond dat hij 3 meter hoog kan worden. Ach, wat is nu drie meter, dacht Jane, dat stelt toch niets voor. Maar als je met eigen ogen ziet hoe hoog drie meter is, is het toch wel even slikken......

hazelnootstruik twee jaar oud

En de hazelnootstruik wordt niet alleen groot, hij wordt ook erg breed. Elk jaar weer komen er nieuwe takken uit de grond die hem steeds breder maken. Gelukkig kun je in de winter met een gerust hart oude takken bij de grond wegsnoeien, zodat je de struik een beetje in toom kunt houden. Het is een zeer goede winterharde struik en hij houdt ervan in de zon of halfschaduw te staan. Hij houdt wel van wat kalkrijke grond dus Jane geeft hem af en toe wat kalk. Hij wordt gevoed door zijn eigen bladafval, want Jane laat zijn bladeren gewoon liggen en verder leeft hij van de compost die Jane over de border waar hij staat heen strooit. Daar heeft hij blijkbaar genoeg aan, want hij doet het hier erg goed.
hazelnootstruik vier jaar oud

De rode hazelnoot is een prachtige struik. Hij is werkelijk in elk seizoen mooi. Hij is bladverliezend en in het voorjaar kun je genieten van zijn nieuw bladeren die schitterend roodbruin zijn. Ze hebben prachtige nerven en de blaadjes voelen heel zacht aan. Jane kan het niet laten om elke keer als ze bij mij komt, zo'n blaadje van de hazelnoot even te strelen.



Naar mate de lente vordert en de zomer nadert, beginnen de bladeren langzaam te verkleuren naar groen. Ondertussen begint de struik ook zijn hazelnootjes te maken. Onze hazelnoot is eenhuizig. Manlijke katjes en vrouwelijke bloemen zitten samen aan deze struik. De vrouwelijke bloemen zitten in tuilen aan de takken. Na de bevruchting ontwikkelen de bloemen zich tot een met een bast omhulde noot. De omhullende bast is in feite een vruchthuls, die uit twee gescheiden bladen bestaat. De rijpende noot is omgeven door een rode gefranjerde bolster. Het is een favoriete bezigheid van Jane om regelmatig onder de blaadjes van de hazelnootstruik te gluren hoeveel nootjes zij kan vinden.


In de zomer zit de hazelnootstruik vol met insecten. Vele soorten bijen, hommels, wespen en vliegen vliegen rond de takken van deze struik. Het is een waardplant voor veel dieren. Ook bepaalde nachtvlinders leggen hun eitjes op de bladeren van deze struik. De bladeren zitten dan vol met gele of bruine plekken. Daarna komen de rupsen. En natuurlijk eten zij wat blaadjes van deze struik kaal. Er hangen dan alleen nog wat geraamtes van nerven. Maar dat zijn er dan maar enkele. De struik heeft zoveel bladeren dat hij deze paar blaadjes wel kan missen. En Jane houdt nu eenmaal van rupsen, dus zij vindt dat niet erg. En de oogst wordt er niet minder door. Dus ach, waarom niet.




En dan, aan het eind van de zomer, begint het rapen van de noten. Elke dag liggen er weer tientallen nootjes bij mij op het terras en in de border. Elk jaar zijn het er weer meer. Jane kan het niet laten om ze elk jaar te tellen. Het tweede jaar waren het er 51. Het vierde jaar (afgelopen herfst) waren het er al 208. We zijn benieuwd hoeveel het dit jaar zullen worden. De nootjes zijn heerlijk. Ook de muisjes en de vogels lusten ze graag. Vooral de gaai smikkelt er enorm van. Daarom eet Jane de noten niet allemaal zelf op. Ze deelt de noten met de dieren.




En dan komt de herfst. En beginnen de manlijke katjes te groeien. Ook verkleuren de bladeren dan naar hazelnoot-geelbruin. Deze struik is dan weer erg mooi met zijn herfstkleur en al die katjes daar tussen in.




Tenslotte vallen de blaadjes eraf. Maar de katjes blijven hangen. En zij zorgen er voor dat de struik ook in de winter weer een genot is om naar te kijken. De katjes worden steeds langer en kleuren langzaam roder en roder. Als de winter bijna voorbij is, zijn de katjes erg lang en donkerrood. Het is dan een leuk gezicht als je deze lange katjes ziet wapperen in de wind.




En dan, als de lente komt, vallen alle katjes uit de struik en begint het allemaal weer opnieuw. Voor iedereen een echte aanrader, deze prachtige struik. Kopen dus.

Dat was het weer voor deze keer. De volgende keer zal ik weer eens een lekker recept plaatsen. Zoals ik Jane beloofd heb deze keer niet iets met dieren erin zoals mijn vorig recept (zie het artikel over insectenratatouille hier op mijn blog), maar een plantaardig recept. Maar wat dat zal zijn.......dat vertel ik natuurlijk pas de volgende keer.

(Elke zaterdag om 17.00 uur komt er een artikel online.)

Groetjes van het paradijsje van Jane.


Trouwens, plaats gerust een reactie als je iets zinnigs te zeggen hebt over dit artikel of over mijn blog. Elk advies, tip, compliment of opbouwende kritiek zal ik met plezier lezen. En mocht je niets zinnigs te zeggen hebben, maar toch willen reageren, doe dat dan vooral. Want mijn teksten zijn ook niet altijd zinnig, dus ook jouw onzinnige reactie is welkom.

zaterdag 14 februari 2015

Plant #10: De varen (Pteropsida/Monilophyta)

In deze tijd van het jaar ben ik altijd een beetje depressief. Ja, ook een tuin, zoals ik ben, kan zoiets overkomen. Alles is zo kaal bij mij en er zijn geen mooie insecten die bij mij rond wandelen of prachtig vlinders en bijtjes die in mij rondvliegen en er zijn zelfs geen grappige kikkertjes of rare padden die in mij rondspringen of kruipen. En Jane, mijn tuinvrouwtje, zie ik ook nog maar zelden in mij rondlopen. Die vindt het bij mij te koud en blijft de hele tijd binnen. Ja, er gebeurt helemaal niets meer bij mij en dat is zo saai. En ik voel me ook een beetje eenzaam. Daarnaast is het zo koud en soms ligt er ook nog een pak sneeuw over de grond waardoor alles nog eentoniger wordt. Bah, er is niets leuks aan de winter. Van mij mag het snel weer lente worden.

Maar ik zal niet verder klagen, want daarvoor zijn jullie niet hier op mijn blog gekomen. Jullie komen hier om iets te lezen over varens. Varens zijn heel belangrijk voor een tuin zoals ik. Varens maken het in de winter namelijk een stuk minder saai. Als je tenminste groenblijvende varens hebt gekocht. Er zijn ook bladverliezende varens, maar daar heb je natuurlijk niets aan als het winter is. Varens zijn er al heel lang. Die waren er zelfs al toen er nog niet eens mensen op de aarde rondliepen. Je kunt ze ook overal op de wereld tegen komen. Varens houden van een natte omgeving. Zowel van een beetje water op hun grond als van een hoge luchtvochtigheid. Daarom zijn er veel varens die groeien in regenwouden. Maar er zijn ook varens die het prima doen op hele droge plekjes of die zelfs in muren groeien. Maar dat zijn uitzonderingen, want de meeste varens hebben een vochtige omgeving nodig voor hun voortplanting

Varens krijgen geen bloemen en ook geen zaden. Ze planten zich voort door middel van sporen. Deze zitten aan de onderkant van hun bladeren. Soms zijn deze sporen bruin, soms groen. Niet alle bladeren van de varen hebben sporen. Varens hebben bladeren die vruchtbaar zijn en onvruchtbare bladeren. Sommige varens zijn heel klein, die passen goed in een rotstuintje. Anderen zijn enorm groot, die lijken wel op bomen. Ze worden dan ook boomvarens genoemd. Een goed water doorlatende grond die wat kalk bevat, vinden varens fijn. Hoewel hier ook weer uitzonderingen op zijn, want er zijn varens bij die juist wat zure grond willen hebben. De meeste varens houden niet zo van de zon. Ze staan liever een beetje in de schaduw. Je ziet ze dan ook vaak onder bomen staan.

Omdat varens niet kunnen pronken met bloemen, wil nog niet zeggen dat ze niet mooi kunnen zijn. Varens hebben namelijk heel mooi blad. Er zijn verschillende kleuren groen en sommige hebben ook nog bladeren die roodachtig zijn. Ze zijn er met rechte ongevederde, licht gevederde, enkel gelobde, dubbel gelobde, enkel geveerd en dubbel geveerd blad. Met al die gekrulde, gegolfde en geveerde bladeren is er voor iedereen wel een varen te vinden die in de smaak zal vallen. Je hebt ook varens die bladeren hebben die in een krul beginnen en dan uitrollen vanuit die krul, wat ook heel leuk is om te zien.

 

Jane wilde ook graag een varen bij mij planten. Ze begon met 1 mooie varen en heeft die onder de kronkelhazelaar geplaatst. Daar staat hij lekker in de schaduw. Maar al snel was daar een varenveldje ontstaan, want Jane is iemand die niet vaak met maar 1 tevreden is. Er zijn zoveel mooie varens, dus er werden er steeds meer bijgekocht. En nu staan daar 7 verschillende varens. Natuurlijk zijn dat veel te veel varens bij elkaar dus ze beginnen elkaar al lekker te overwoekeren. Tja, dat gebeurt wel vaker bij mij, want die Jane, die weet nooit wanneer ze moet stoppen.

De 1e varen die Jane gekocht heeft is de tongvaren (asplenium scolopendrium). Deze wordt  60 cm hoog. Een prachtige varen. Jane is er erg gek op.


De steenbreekvaren (asplenium trichomanes) is de kleinste. Hij wordt maar 20 cm hoog. Eigenlijk is het een varen die op muurtjes en rotsachtige grond hoort te groeien, maar Jane wist dat niet, dus nu staat hij gewoon tussen de andere varens en voorlopig doet hij het daar nog goed.


De dubbelloofvaren (blechnum spicant) staat naast dat kleintje en wordt wat groter. Hij wordt namelijk 40 cm hoog.


De glansschildvaren (polystichum polyblepharum) staat in het midden en begint al die twee kleintjes die er voor staan te overwoeken, want hij wordt 60 cm hoog.


De rode sluiervaren (dryopteris erythrosora), de naam zegt het al, loopt uit met rode bladeren die daarna bruin en tenslotte groen worden. Bij mij heeft hij momenteel alleen nog maar groene bladeren. Jane heeft hem aan de zijkant gezet zodat hij wat ruimte heeft, want hij kan 70 cm hoog worden.


Verder staat er achter de anderen nog een zachte naaldvaren (polystichum setiferum) die 60 cm hoog wordt.


Dan hebben we nog een ijzervaren (cyrtomium falcatum) die ook 70 cm hoog kan worden. Hier hebben wij geen foto van, want deze is bovengronds afgestorven. Hij komt uit oost-azie en kan tegen matige vorst. Verleden jaar was hij ook bovengronds afgestorven en Jane dacht al dat er geen leven meer in zat, maar toen het lente werd, kwam hij weer uit de grond geschoten. Dus we hopen dat hij deze lente ook weer zal verschijnen.

Ik zou nu nog veel meer kunnen vertellen over varens, want over varens kan ik uren kletsen, maar ik heb op iemands blog gelezen dat je beter niet te langdradig kunt worden, want mensen houden er meestal van om korte artikelen te lezen, dus ik laat het hierbij. De volgende keer zal ik jullie weer trakteren op een stukje Dagboek van een tuin. Dat gaat dit keer over alle winterwerkzaamheden, want Jane heeft in de winter toch zoveel bij mij te doen, maar wat.......dat vertel ik je de volgende keer.

(Elke zaterdag om 17.00 uur komt er een artikel online.)

Groetjes van het paradijsje van Jane.


Trouwens,  ik ben erg benieuwd wat de mening is van mijn lezers. Vinden jullie ook dat korte artikelen lekker te lezen zijn of houden jullie juist van heerlijke lange verhalen? Laat dat maar eens weten in een berichtje.

zaterdag 24 januari 2015

Plant #9: Het nieskruid (Helleborus)

Ik ben een wilde tuin waarin altijd wat te beleven is. Jane, je weet wel, dat vrouwtje dat mij aangelegd heeft en mij regelmatig verzorgt, houdt nu eenmaal niet van saai. Zo wilde zij perse dat ik een tuin werd die in alle seizoenen mooi is. Dus ook in de winter. Normaal gesproken is het vrij kaal in de natuur als het winter is, dus je kunt natuurlijk wat groenblijvende planten neerzetten. Daar lijkt het al een stuk minder saai door. Maar Jane zou Jane niet zijn als ze daar tevreden mee was. Nee, wat groenblijvers was niet genoeg voor haar. Ze heeft dus een stukje van mij helemaal omgetoverd tot een wintertuin. Het staat vol met groenblijvers, planten die in de winter bessen hebben, een struik met katjes, winterbloeiers en planten en bollen die heel vroeg in het voorjaar al gaan bloeien. Dit stukje is nog niet helemaal tot volle wasdom gekomen, maar als alles het gaat doen zoals gepland is, wordt het een heel mooi kleurrijk stukje. Als alles tenminste dit keer goed gaat, dus nu maar hopen dat dit experiment van Jane wel een keer zal lukken..........


Er bloeien niet zoveel planten in de winter en daarnaast ligt dat stukje wintertuin ook nog voornamelijk in de schaduw, dus het was wel even zoeken voor Jane. Maar dat is iets dat Jane leuk vindt om te doen, op internet zoeken naar passende planten, dus dat was geen probleem. Jane heeft tenslotte nog wel het een en ander gevonden. Zo vond zij bijvoorbeeld de kerstroos. Kerstrozen zijn vaste planten die bloeien in de winter en ze zijn groenblijvend. Dus heel erg geschikt voor een wintertuin. De bladeren zijn handvormig en vrij groot. Na de bloei hebben ze ook nog zaaddozen die heel decoratief zijn en vrij lang aan de plant blijven. De bloemen van de kerstroos kunnen verschillende kleuren hebben zoals rood, roze, wit of lichtgroen. Sommige hebben gespikkelde bloemen. Ze bloeien in januari tot en met maart. En ze kunnen in de zon staan of in de halfschaduw. In de halfschaduw doen ze het vaak nog wat beter dan in de zon. Ze houden van compost, bladaarde of koemestkorrels. En ze staan graag in kalkrijke grond. Kerstrozen zijn goed winterhard. Ze willen graag vochthoudende, maar wel doorlatende, grond hebben. Het zijn prachtige planten. Maar er zijn wel een paar dingen waar je goed van op de hoogte moet zijn, bijvoorbeeld dat ze giftig zijn. Ook houden deze planten er niet van om verplaatst te worden, dus je moet van te voren goed bedenken waar je ze wilt hebben.









 


Jane begon met het kopen van 1 kerstroos. Om uit te proberen of het iets was voor mij. Op het kaartje dat aan de plant hing, stond Helleborus orientalis. De Nederlandse naam op het kaartje was Oosterse kerstroos. Jane was benieuwd hoe deze plant er in bloei uit zou zien. Gelukkig hoefde ze niet lang te wachten, want direct het 1e jaar begon deze plant al te bloeien. Op het kaartje stond een donkerrode bloem afgebeeld, maar er kwamen lichtgroenige wittige bloemen aan de plant. Een grote verrassing dus. Blijkbaar klopte het kaartje dat eraan hing helemaal niet. De bladeren, die enorm zijn, staan op lange stelen, maar doordat de bladeren zo zwaar zijn, hangen deze op de grond. De bloemen komen op lange stelen tussen de bladeren omhoog. Ze worden ongeveer 50 cm hoog. En de zaaddozen zijn werkelijk prachtig.


Jane vond deze plant erg mooi en besloot er nog meer te kopen. Jane dacht dat er gewoon maar 1 soort kerstrozen bestond, dus ging zij op zoek naar nog meer helleborus orientalis, net als de plant die ze al had. Ze vond een setje van 5 planten met die naam helleborus orientalis op het kaartje waarbij in het Nederlands de naam "kerstrozen mix" stond. Op het plaatje een mengelmoes van witte, roze, rode en lichtgroene bloemen. Dat past mooi bij degene die ik al heb, dacht Jane. Dus die 5 kwamen naast die ene die er al stond te staan. En die vijf planten staan er nu al een paar jaar. Maar bloemen, die krijgen ze niet. Die ene bloeit nog steeds elk jaar weer en ziet er prachtig uit met zijn groen/witte bloemen en daarna zijn zaaddozen. Maar die andere vijf doen niets. Deze 5 planten hebben ook bladeren die veel kleiner zijn en de stelen waarop die bladeren staan zijn ook lang niet zo lang als van die ene die wel bloeit. Dus Jane nog eens op dat kaartje kijken wat aan die 5 kerstrozen hing. Staat daar op dat de planten niet hoger worden dan 25 tot 40 cm. Dat is toch wel een stuk lager dan die andere. Wat is hier aan de hand?


Na een speurtocht op het internet, ontdekten we dat het allemaal erg verwarrend is. Er gaan namen rond als lenteroos, kerstroos, oosterse kerstroos en zelfs winterroos. En de namen Helleborus orientalis wordt daar overal bij gebruikt. Maar na nog meer speurwerk, was het ons helemaal duidelijk. Je hebt Helleborus niger en dat is de echte kerstroos en deze wordt 30 cm hoog. Dan heb je de Helleborus orientalis en dat is niet de kerstroos maar heet eigenlijk de lenteroos en wordt 45 cm hoog. Dan heb je nog de Helleborus foetidus, dat stinkend nieskruid wordt genoemd. En tenslotte heb je de Helleborus viridis die de naam wrangwortel heeft gekregen. Het is duidelijk dat de laatste twee niet voor verwarring zullen zorgen. Maar die eerste twee worden zowel bij plantenverkopers als op het internet door elkaar gehaald. In elk geval horen alle vier de soorten bij het geslacht nieskruid. Begrijpen jullie het nog?


En welke soorten hebben wij nu in het stukje wintertuin staan? Degene die niet bloeien, kunnen we niet opmeten, dus dat weten we niet. Maar het zijn vrij kleine planten dus misschien zijn dat de echte kerstrozen en zou de naam Helleborus niger op het kaartje hebben moeten staan en niet Helleborus orientalis. Onze plant die wel bloeit, is ongeveer 50 cm, dus geen kerstroos maar wellicht is dat dan een lenteroos? Maar dan wel een lichtgroene en geen rode zoals op het bijpassende kaartje stond. En er staat ook op dat deze plant 50 tot 60 cm hoog kan worden en de lenteroos wordt maar 45 cm. Wij snappen er niets meer van, want het is allemaal wel erg ingewikkeld hoor. Tuinieren is moeilijker dan we dachten, zucht.

Dat was het weer voor deze keer. De volgende keer is het weer tijd voor de outfit van het seizoen. En wat je daar toch allemaal in te zien krijgt..........dat zie je wel de volgende keer.

(Elke zaterdag om 17.00 uur komt er een artikel online.)

Groetjes van het paradijsje van Jane.


Trouwens, weet iemand welk nieskruid er bij mij staat, schrijf dan even een berichtje, want wij zijn erg nieuwsgierig welk "roosje" er nu bij ons staat.


Update katten:
Katten zijn heel leuk en lief (althans volgens Jane), maar een kat in je tuin die je merelkereltje probeert te pakken is niet leuk, daar weten wij alles van. Een kat die je hele tuin onder poept en je plantjes uitgraaft, is natuurlijk ook niet leuk. Vooral niet als deze kat elke dag weer langskomt. Ja, dan kan dit wel eens een probleem worden en zo zijn er allerlei oplossingen bedacht en op internet gezet. Wat denk je van deze oplossing? Het moet toch niet gekker worden!

zaterdag 3 januari 2015

Plant #8: De mahonia (Mahonia x media)

Vandaag ga ik iets vertellen over een struik. Jane, mijn tuinvrouwtje, is gek op struiken. Maar omdat ik maar een kleine tuin ben, is hier helaas niet veel plek voor die grote dingen. Ja, ja, ik weet dat er ook kleine struiken zijn en natuurlijk sta ik daar mee vol, maar Jane wilde ook graag wat struiken die iets groter worden. Dus heeft Jane er een aantal bij mij geplant. Omdat het er maar een paar konden worden, heeft Jane erg haar best gedaan om struiken te vinden die in meerdere seizoenen mooi zijn. Bijna elke struik bij mij heeft bloemen, bessen of noten en meestal een herfstkleur, zodat er lang van genoten kan worden. De mahonia is hier een uitzondering op. Het is namelijk een vrij saaie struik. In de lente, zomer en herfst staat hij daar alleen maar groen te zijn. Oke, hij is groenblijvend, dus in de winter blijft hij ook nog steeds groen. En een beetje groen in de winter als alles kaal is, is natuurlijk wel meegenomen. Maar om alleen daarvoor dat beetje ruimte bij mij met deze struik op te vullen, leek mij niet echt zinnig. Nu doet Jane wel vaker iets dat niet echt zinnig is, maar in dit geval zat er toch meer achter, zoals pas is gebleken. Want nadat hij enkele jaren bij mij had gestaan en elk jaar steeds wat groter werd, kwam er nu opeens een prachtige bloem tevoorschijn. Ja nu, terwijl juist de andere planten kaal of boven de grond afgestorven zijn en al helemaal niet meer denken aan bloemen maken, gaat de mahonia bloeien. Het is een winterbloeier. En Jane wilde nu eenmaal in elk seizoen iets moois in mij kunnen bewonderen, vandaar dat ze deze struik heeft gekocht.


De mahonia kan wel groot worden. Een hoogte van 3 meter is mogelijk. Ook kan hij wel twee meter breed worden. Ik ben bang dat dat bij mij wel eens een probleem kan zijn. Zoveel ruimte is er bij mij toch niet? Maar ja, Jane koopt wel vaker planten die te groot voor mij zijn. Gelukkig groeit hij heel langzaam. Hij staat er al een paar jaar en is misschien nog niet eens een meter hoog. Dat komt ook omdat hij niet zo goed winterhard is. Elke winter sterft er een stuk van hem af. Dat groeit dan de lente daarop wel weer aan, maar ja, zo gaat het natuurlijk wel langzaam. Jane is iemand die vaak pas in een tuincentrum beslist welke plant ze wil hebben en helaas staat er op zo'n kaartje dat aan de plant hangt maar weinig informatie. Als ze dan thuis op internet gaat zoeken, komt ze dingen tegen die fijn waren geweest als ze deze van tevoren had geweten. Zo heeft ze de mahonia op een plek gezet die eigenlijk niet zo goed is voor hem. Hij staat namelijk precies op een plek waar de oostenwind stevig kan waaien. Dat is vooral in de winter een groot probleem. Omdat de mahonia groenblijvend is, heeft hij ook in de winter water nodig voor zijn bladeren. Als de oostenwind stevig tegen hem aan blaast, dan drogen zijn bladeren snel uit en als in de winter de grond bevroren is, dan kan hij niet drinken en sterven er delen van hem af.




Inpakken is een beetje moeilijk, want een hoes zoals onze vijg heeft, is niet mogelijk bij de mahonia omdat zijn bladeren eraan blijven en hij dus wel licht nodig heeft. Jane is niet iemand die steeds elke dag die hoes erop gaat doen als het vriest en er weer af gaat halen als het dooit. Ze moet dan elke keer die border inklimmen en moeilijk doen tussen de andere struiken met een hoes die nog groter is dan dat zij zelf is. Nee, dat is niets voor mijn kleine tuinvrouwtje Jane. En een vliesdoeken jas gaat ook al niet omdat de bladeren vol zitten met stekels, die scheuren dat vliesdoek stuk zodra het maar een beetje gaat waaien. En hem verplaatsen gaat ook niet. Ten eerste houden mahonia's er niet zo van om naar een andere plek te moeten gaan als hij eenmaal goed is aangeslagen en ten tweede is hier nergens meer een plek waar hij neergezet zou kunnen worden. Dus elke winter is het afwachten hoe veel er van hem overblijft. Tja, Jane heeft ondertussen wel geleerd om eerst op internet te gaan kijken voordat ze planten aanschaft. Het is beter om van te voren te weten welke plek goed is voordat je er een plant neerzet. Maar de mahonia moet het nu met deze plek doen. Wat Jane wel doet, is de bodem rond de voet van de mahonia in de herfst flink volladen met bladeren. Dit zorgt ervoor dat de aarde minder snel bevriest. Als de stapel bladeren begint te slinken, gooit Jane de bodem vol met stro. Dit helpt wel een beetje, maar in hele strenge winters en bij langdurige vriesperiodes en vooral dan als er een oostenwind opsteekt, heeft de mahonia het toch erg zwaar. Het blijft een probleemkindje in de winter.

Mahonia struiken hebben geveerd stekelig blad. Jane is er al meerdere keren door gestoken als ze onkruid ging weghalen of probeerde bij de klimplanten te komen die erachter staan. Gelukkig wordt je alleen geprikt en blijven er geen stekels in je achter, dus het valt in principe nog wel mee. Ze bloeien in december-februari met felgele bloempluimen. Deze bloemen ruiken ook nog eens heerlijk. Waarom dat is, is mij niet duidelijk, want er zijn nu geen insecten meer die op de bloemen afkomen. Toch wordt hij op 1 of andere manier bevrucht, (zal wel door de wind komen) want na de bloei zit hij vol met blauwe bessen.

Zo moet onze struik er na de bloei ook uit gaan zien. (Dit plaatje is van internet.)

Tenminste, dat wordt er geschreven op het internet. Wij hebben dit zelf nog niet ervaren omdat hij bij ons pas voor de eerste keer bloeit dit jaar, maar de plaatjes die wij ervan gezien hebben, zagen er erg mooi uit, dus wij verheugen ons al op die mooie bessen. Of de vogels deze eten, moeten we ook nog afwachten. Op internet hebben we er niets over kunnen vinden. Mahonia's zijn vrij makkelijk in onderhoud, Jane heeft hem wel eens wat koemestkorrels gegeven, maar met compost of wat bladafval is hij ook al tevreden. Hij hoort in de zon of halfschaduw te staan, maar bij ons staat hij toch wel heel veel in de schaduw en dat vindt hij niet zo'n probleem. Hij groeit elk jaar weer een stukje hoger en ziet er prima uit. Behalve dan op het moment dat hij hersteld van een strenge winter. Dan ziet hij er niet goed uit. Dus nu maar hopen dat het een zachte winter wordt.





Dat was het weer voor deze keer. Volgende week ga ik jullie proberen te motiveren om uit je luie stoel te komen en de tuin in te gaan om iets te bouwen. In de winter heb je toch niets anders in je tuin te doen, dus een prima seizoen om op een droge zonnige dag even lekker naar buiten te gaan om iets te knutselen. Om iets te maken dat bepaalde dieren kunnen gebruiken als het weer lente is geworden en dat volgend jaar winter ook nog nuttig is voor weer andere dieren. Vraag je je af waar ik nu weer over zit te kletsen, lees dan het artikel van volgende week, want waar ik het dan over zal hebben...........dat vertel ik je de volgende keer.

(Elke zaterdag om 17.00 uur komt er een artikel online.)

Groetjes van het paradijsje van Jane.


Trouwens, iedereen een heel goed, gezond en gelukkig 2015. Mijn goede voornemens zijn: mijn plantjes dit jaar nog meer vertroetelen dan verleden jaar, al mijn dieren een fijne tijd bezorgen, heel lief zijn voor Jane en veel mooie artikelen schrijven op mijn blog. Mocht je jouw goede voornemens met mij willen delen, schroom dan niet om een berichtje achter te laten.


Update Vlaamse gaai:
Vorige week heb ik geschreven dat het zo moeilijk is om foto's te maken van de gaai omdat hij zo schuw is. Nou, ik kan je zeggen, dat onze gaai heel slim is, want hij had al snel door dat hij van ons niets te duchten heeft. Hij was heel snel zo mak, dat Jane gewoon de vitrage opzij kon doen en foto's van hem kon maken terwijl hij vlak voor haar neus zat. Het zijn nog steeds foto's die door het raam heen zijn genomen en aangezien Jane niet zo poetserig is, en de ramen dus erg vies en haar camera supergoedkoop en ze natuurlijk geen lens erop heeft, zijn ze nog steeds niet van goede kwaliteit, maar misschien toch leuk om hier even te laten zien.

Een bakje met lekkere nootjes en een silo met zaadjes, maar ik kan er niet bij.

Gelukkig hangt hier nog een netje vol met pinda's, dat zullen we snel eens leeg eten.

En dat ze mij staan te begluren en foto's van me maken, daar trek ik me niets van aan.

zaterdag 13 december 2014

Plant #7: De klimop (Hedera)

Mijn tuinvrouwtje Jane houdt veel van klimplanten. De wilde woeste natuurlijke groeiwijze van dit soort planten, vindt Jane leuk om te zien. Deze planten passen natuurlijk ook wel bij een wilde natuurlijke tuin zoals ik ben. Dus met klimplanten maak je ons allebei blij. Nu is er 1 probleem bij klimplanten, want zij willen graag ergens tegenaan klimmen. In de natuur groeien ze tegen bomen op, maar ik ben te klein voor grote bomen. Verder heb je allerlei klimattributen zoals bijvoorbeeld een pergola, maar dat werkt allemaal niet echt in een kleine tuin, zoals ik ben. Natuurlijk kun je ze tegen je huis op laten groeien, maar bij een huurhuis is dat beter van niet. Tenslotte is het niet jouw huis en kan de werkelijke huiseigenaar wel eens niet zo blij zijn met jouw klimplanten die beslist lastig zijn als je ramen of deuren wilt schilderen of vervangen. Er kan dan wel eens niet zo zachtzinnig met je planten omgegaan worden. En soms wil zo'n eigenaar onderhoud aan het huis plegen, bijvoorbeeld nieuwe voegen laten zetten, waarbij je prachtige klimplant, die net zo mooi het dak heeft bereikt, weer helemaal verwijderd moet worden. Geen goed idee dus. Schuttingen zijn er ook uitstekend geschikt voor. Maar als je geen vrijstaand huis hebt, dan heb je wel met buren te maken. En buren houden niet altijd van jouw prachtige klimplanten. Daar weten wij alles van. Omdat Jane niet zo van gluren naar de buren houdt, heeft zij aan alle kanten schuttingen geplaatst. En tegen bijna al die schuttingen heeft ze klimplanten gezet. Een boomwurger, twee wingerds, een kamperfoelie, een winterjasmijn, drie vuurdoorns, een klimhortensia, een druif, een framboos, een braam, een kiwi en vijf klimopplanten zijn er bij mij geplaatst. Helaas zijn er, door problemen met de buren, alweer diverse klimplanten verdwenen (zie het artikel over de kamperfoelie hier op mijn blog). Nee, wees maar niet bang, ik beloof je dat ik dit artikel niet weer ga volschrijven over ellende met de buren. Dus lees gerust verder.

De schutting aan de achterkant van mij staat de hele dag in de schaduw, dus Jane moest daar wel klimplanten plaatsen die van schaduw houden. Gelukkig zijn er klimplanten voor alle kanten van je tuin, want je hebt klimplanten die beslist in de zon moeten staan, maar ook klimplanten die het prima doen in de schaduw. Daarnaast staat de schutting achter een struiken-border waardoor de klimplanten niet makkelijk bereikbaar zijn. Die klimplanten moesten dus weinig onderhoud nodig hebben. Ook de planten helpen met tegen die schutting opklimmen, is op die plek eigenlijk niet echt mogelijk. Gelukkig hebben klimplanten allemaal een andere manier van klimmen. Er zijn klimplanten die inderdaad een klimhulp nodig hebben en regelmatig moeten worden vastgebonden met touw of ijzerdraad. Andere klimplanten slingeren zich ergens omheen en weer anderen hebben stekels of ranken waarmee ze zich ergens aan vastklampen. Maar er zijn ook klimplanten die zuignapjes hebben waarmee ze zich vanzelf vastklemmen. En dat laatste is natuurlijk handig als je er zelf niet bij kan om de planten met klimmen te helpen. Verder staat er bij mij dus een haag van struiken voor deze achter-schutting. En die struiken zijn in de zomer zo dichtbegroeid dat je die klimplanten niet eens meer ziet. Dus het heeft geen nut om daar klimplanten te plaatsen die in de zomer mooi zijn, want je ziet er toch niets van. In de winter zijn deze struiken kaal en dan zie je de klimplanten erachter juist heel goed, dus moesten het klimplanten worden die mooi en/of groenblijvend zijn in de winter.

En toen kwamen we uit op de klimop. Volgens de verhalen op internet doen deze planten het goed in de schaduw, hebben ze zuignapjes waarmee ze zich aan de schutting hechten en hebben ze eigenlijk niet echt veel onderhoud nodig. Verder zijn ze groenblijvend en verkrijgbaar in diverse soorten met allerlei vormen bladeren die groot of klein kunnen zijn. Ook kun je meerdere bonte soorten verkrijgen, met bladeren die behalve groen ook geel of wit zijn. Er is keus genoeg. Dus klimop moest het worden. Jane zag het al helemaal voor zich dat ze, 's winters als de struiken kaal zijn, zou kunnen genieten van een mooie groene wand. Klimop is ook een goede slaap en schuilplek voor veel vogels en diverse vogels zoals de heggenmus, winterkoning en de merel nestelen graag in klimop. En klimop bloeit in de herfst (september tot december) en is dan een bron van nectar en stuifmeel voor de dan nog aanwezige insecten. Na de bloei krijgt klimop zwarte bessen die in de winter en het voorjaar weer graag worden gegeten door allerlei vogels zoals merels, spreeuwen en houtduiven. Dus als de struiken kaal worden, kun je genieten van groene klimplanten tegen je schutting met daarin eerst bloemen en later bessen. En je doet ook nog iets voor de insecten en vogels. Kan het nog mooier? Enthousiast werden er dus klimopplanten gekocht en geplant.

En nu maar afwachten tot de schutting mooi helemaal begroeid is en er bloemen en bessen komen. En tot er vogels in gaan schuilen of zelfs wel nestelen. Wat een feest zal dat zijn. Dus Jane ging wachten en wachten. Klimop groeit snel, wordt er op internet geschreven. Maar bij ons hadden ze niet zo zin om te groeien. Dus Jane maar wachten en wachten. Jaren gingen voorbij. Elke winter als de struiken kaal werden, verwachtte Jane nu eindelijk eens een groene muur te zien met bloemen en bessen. Maar niets van dat al. Hier en daar kwam wel een takje omhoog gekropen tegen die schutting aan, maar veel stelde het niet voor. Dus Jane begon zich toch wel wat zorgen te maken. Misschien hebben ze toch wat mest nodig? Dus Jane moeilijk doen om tussen die struiken door toch bij die klimplanten te komen om koemestkorrels te strooien. Had het effect? Nee! De winter daarop was de schutting nog steeds kaal met wat zielige plantjes aan de voet ervan en wat karige takjes die naar boven kropen. Misschien moeten ze kalk hebben? Jane weer worstelen tussen die struiken om de klimplanten kalk te geven. Gingen ze dan nu eindelijk eens groeien? Werd de schutting nu groen? Nee! Wat doen we toch verkeerd? Kijk, dit zijn de klimopplanten die Jane gekozen heeft.


HEDERA HELIX "GOLDCHILD"
Een klimop met kleine bladeren die donkergroen zijn met een helder gele rand.

Zo hoort hij eruit te zien (plaatje van internet)
En zo ziet hij er bij mij uit. 1 Zielig klein takje is er over en het geel is weg.


HEDERA COL. "DENTATA VARIEGATA"
Een klimop met grote bladeren die donkergroen zijn met een lichtgroene rand.

Zo hoort hij eruit te zien (plaatje van internet)
En zo ziet hij er bij mij uit. Een paar takjes en weinig lichtgroen op de blaadjes te zien.


HEDERA HELIX "KOLIBRI"
Een klimop met kleine bladeren die groen zijn met witte vlekken.

Zo hoort hij eruit te zien (plaatje van internet)
En zo ziet hij er bij mij uit. Zielig!


HEDERA HIBERNICA
Een klimop met grote glanzende groene bladeren.

Zo hoort hij eruit te zien (plaatje van internet)
En zo ziet hij er bij mij uit. Wat er nog van over is.


HET ONBEKENDE KLIMOPPLANTJE:
Verder groeide er ook nog een wild soort klimopje in de voortuin en deze is ook naar achteren tegen de schutting aan verplaatst. Maar welke soort dit is? Geen idee. Hij is in elk geval groen met kleine bladeren.

Het onbekende klimopplantje bij mij. Wat blaadjes verstopt onder de vuurdoorn.


Wat is er toch met mijn klimopplanten aan de hand. Ze zouden heel mooi kunnen zijn als je zo kijkt naar de plaatjes van internet, maar bij mij is het niets. Wij begrepen er niets van. Maar een blik naar de andere kant van de schutting zorgde voor opheldering van dit raadsel. Want klimop doet het, volgens de berichten op internet en de praatjes van de tuinplantenverkopers prima in de schaduw. En dat zal best wel waar zijn. Maar blijkbaar vinden ze groeien in de zon toch echt wel wat fijner. Want alle klimopplanten waren gewoon door de schutting heen gekropen en daar aan de andere kant lekker gaan groeien. Aan de andere kant van de schutting was dus een mooie groene muur ontstaan. Aan de andere kant van de schutting, waar de hele dag de zon op schijnt. Tja, planten willen nou nooit eens een keertje doen wat wij willen. Altijd zijn ze eigenwijs en doen juist datgene wat we niet willen. We kunnen dus wachten tot we een ons wegen, maar een mooie groene muur aan onze kant van de schutting zit er niet in. En ook geen vogels die bij ons in de klimop komen nestelen dus.

Weet je nog dat ik hierboven heb beloofd dat ik niets zou gaan schrijven over mijn buren. Nou......, ik heb gelogen. Want ik moet toch echt nog even hier wat roddelen over mijn buren. Een mooie groene wand aan de andere kant van de achter-schutting, hoe moet dat aflopen? Want de buurvrouw aan de ene kant van mij werd al hysterisch van een paar takjes die over de schutting hingen. Een schutting die ook nog eens gewoon op mijn eigen terrein staat. Ze begon een complete oorlog en gooide alle wapens in de strijd die ze had en op den duur moesten alle klimplanten van deze schutting verwijderd worden. Hoe zal de achterbuurvrouw dan wel reageren als de schutting aan haar kant helemaal van top tot teen begroeid is met klimopplanten? Een schutting die gewoon op de erfgrens staat. Oke, er staat een grote schuur in de lengte achter de schutting die onze schutting compleet afdekt zodat de buurvrouw er eigenlijk niets van ziet en er ook geen last van kan hebben (behalve dan als ze de schuur onderhoud willen geven en op dat paadje tussen schuur en schutting moeten zijn), maar die situatie is precies hetzelfde bij de buurvrouw aan de zijkant en zij schreeuwde moord en brand. Dus Jane heeft toch maar eens voorzichtig aan de achterbuurvrouw gevraagd of ze misschien de achterkant van de schutting moest komen snoeien? Maar nee hoor, dat hoefde niet. Deze buurvrouw vond het helemaal niet erg, want zij vindt planten leuk en we zien het toch niet en als we er last van hebben, dan halen we het zelf wel weg. En natuurlijk gooien zij het dan niet over de schutting zoals de buurvrouw naast mij wel altijd deed. Nou, dat is nog eens een heel verschil met wat we gewend zijn. Zie je wel, het kan dus wel, normaal doen en gewoon met elkaar communiceren. Gelukkig zijn er hier ook nog beschaafde mensen waar mee te leven valt.

Maar ja, ondertussen zitten wij nu wel gewoon tegen een kale schutting aan te kijken. Die mooie groene wand met bloemen en bessen en nestelende vogels kunnen we op onze buik schrijven. Het wil nou nooit eens gaan zoals we bedacht hebben. Zucht.

Dat was het weer voor deze keer. De volgende keer gaat mijn artikel over schoonheid. De winter komt eraan en dan moet je echt iets doen aan je verzorging als je er in het voorjaar nog mooi uit wil zien en dan kun je dus het beste....................maar dat vertel ik je de volgende keer.

(Elke zaterdag om 17.00 uur komt er een artikel online.)

Groetjes van het paradijsje van Jane.


Trouwens, (sarcasme mode aan) heb je een sterk persoon in je kennissenkring, iemand die in zijn eentje een schutting van drie schuttingdelen kan optillen en om kan draaien met planten erop en al zodat de klimop planten weer mooi aan mijn kant van de schutting staan en we eindelijk kunnen genieten van een groene muur, schrijf dan even een berichtje, want dan zou die Jane heel blij maken (sarcasme mode uit).


Update vis:
Alles gaat heel goed met de twee kleine baby-visjes. Ze zwemmen rondjes in de kom en eten veel en groeien als kool. Maar Jane laat ze voorlopig toch nog maar in die kom zitten en stopt ze nog maar niet bij hun ouders. Want aan die kannibalen vertrouwt Jane de kinderen niet meer toe. Het is toch wat, je eigen kinderen opeten. Wie doet dat nu?